Broodrooster

Mijn broodrooster is veranderd in een kwaadaardig apparaat. De wit-mintgroene uitvoering van Philips wordt zo heet, dat ik elke morgen met gevaar voor eigen vingertoppen de keuken betreed. Het is een erfenis van oma en waarschijnlijk al vijftien jaar oud. Net als mijn versterker. Ik weet nog wel dat mijn opa die in 1995 voor zijn vijfenzeventigste verjaardag cadeau kreeg. Dat was een big deal, zo’n hypermodern ding van Sony. Inmiddels doet de STRD265 nog maar 30 euro op Marktplaats, waar ik die van mij nog lang niet op zet. Samen met mijn Jamo-boxen uit 2001 brengt het oude beestje een heerlijk warm geluid voort. Ik heb als niet-audiofiel overigens geen idee of dat geluid echt zo bijzonder is, maar zo vóélt het wel. Degelijk, bijna twee decennia oud, nooit kapot, nooit kuren. Geen softwarefouten, heerlijk. Net als mijn espressoapparaat. In 2005 op Marktplaats gekocht voor 125 euro, de prijzen voor extra onderdelen stonden in de handleiding nog in guldens aangegeven. Eén keer in het jaar moet-ie helemaal uit elkaar, daarna smaakt de koffie weer heerlijk.

Bij al die überduurzame en simpele apparaatjes steken mijn glanzende Apple-apparaten schril af. Als ik niet oppas, doe ik langer met een spijkerbroek dan met mijn iPad. Apple ontkent het en deze krant noemde de beschuldiging van Microsoft aan Apple ooit ‘ongefundeerd’, maar elke iPhone-gebruiker weet: na een paar software-updates kunnen alleen zenmasters nog overweg met de telefoon. Als je op een twee jaar oude iPhone een app aanklikt, kun je rustig tot drie tellen.

En dan hebben we het nog niet eens over design. Een Macbook uit 2010 staat over twintig jaar vast mooi te wezen in het MoMa, maar in de Coffee Company lijkt het in vergelijking met die zilvergrijze Airs op een wit ingedeukt koekblik.

Ik geef me echter niet gelaten over aan de omloopsnelheid van hedendaagse gadgets. Bij elk Apple-event stel ik de vraag: heb ik die nieuwe functie echt nodig? Ik heb nu een iPhone 4, waar ik mijn commando’s nog niet verbaal tegen kan uiten. Ach, dat overleef ik nog wel een jaar. En dat het nieuwe besturingssysteem niet werkt op mijn iPad 1 is irritant, maar begrijpelijk. We leven immers in tijden dat de verandering zo snel gaat dat Apple zich niet moet laten hinderen door verouderde hardware. Alleen bij revolutionaire introducties trek ik de portemonnee. Dat wel. Want als laptops straks een touchscreen en zonnecel krijgen, zijn het ook daadwerkelijk betere apparaten. Bovendien voelt het stiekem heerlijk, om met het beste van het beste te werken.

Tot het weer zover is, ga ik rondshoppen voor een broodrooster. Ik kan de dreiging ’s morgens niet meer aan. Sorry, oma.

    • Ernst-Jan Pfauth