Brieven

Tom Egbers, noem Lviv vanavond niet Lvov

Nog maar net was ik zaterdag bekomen van onze nederlaag tegen Denemarken, of Tom Egbers kondigde de volgende kraker aan, Duitsland-Portugal. „Dan gaan we nu naar Lvov...”

Lvov? Dat moet een verspreking zijn – het is toch echt ‘Lviv’ – maar het ging de hele avond door.

Egbers en zijn redactie zijn politiek en moreel ongevoelig. ‘Lvov’ is Russisch. ‘Lviv’ is Oekraïens. Lviv Lvov noemen, is zoiets als Vlamingen dwingen om Waals te spreken.

De emancipatie van het Oekraïens is te vergelijken met die van het Vlaams. De Guido Gezelle van Oekraïne is Taras Sjevtsjenko. Hij maakte het Oekraïens – volgens Russen een boerentaal – salonfähig. De erkenning van Oekraïens als nationale taal bevestigde het land als onafhankelijke staat en natie. Als Egbers Lviv hardnekkig Lvov noemt, spreekt hij de taal van de Sovjet-Unie.

Oekraïne is een diep verdeeld land. Ten oosten van de Dnjepr is de bevolking gericht op Rusland, met het Russisch als voertaal. Ten westen ervan, met als centrum Lviv, zijn de ogen gericht op Europa. Het is het centrum van het Oekraïens nationalisme. Het Oekraïens is de taal van dit zelfbewustzijn. Egbers kiest gewild of ongewild partij. Dit is een beetje dom, maar ook ongevoelig. Laten we er maar van uitgaan dat het per ongeluk is gegaan.

Adviseur integriteit van de stad Lviv

Tekorten namen juist toe door toedoen van de PvdA

Wordt NRC Handelsblad de verkiezingskrant van de PvdA? Hierop leek het in het stuk ‘CDA en VVD niet zuiniger dan ‘links’’ (NRC Handelsblad, 6 juni). De rode lijn in de grafiek van het begrotingssaldo lijkt de bewering uit de kop te onderbouwen. Deze toont dat het tekort onder Van Agt dramatisch is toegenomen en dat deze toename is gestopt, maar nauwelijks verminderd, onder Lubbers. De dramatische toename is evenwel veroorzaakt door Den Uyl, daarvoor. Iedereen weet dat een tekort niet plotseling optreedt, maar een à twee jaar na genomen politieke maatregelen. Het is duidelijk te zien dat onder Den Uyl de vrije val van het tekort is ingezet. Dankzij Lubbers is het tekort gestabiliseerd, op gemiddeld 4 procent.

Later zien we de mooie rode lijn van het kabinet-Kok. Hiervoor zijn drie redenen: de doorwerking van de maatregelen van Lubbers, de economische wind in de rug, en de PvdA die zat ingeklemd tussen VVD en D66 en weinig links kon hobbyen.

Leersum

De werkgevers wekken geen vertrouwen meer

Jan Marijnissen schetst onderhoudend zijn arbeidsverleden als vreemde eend in de bijt (Opinie, 6 juni). Als flexibele kracht miste hij verbondenheid met zijn ‘collega’s’, kreeg hij onvoldoende instructie en begeleiding en ontstond er geen affiniteit met het bedrijf. Hij kijkt nu met lede ogen naar de toename van het percentage flexwerkers onder jongeren. Hierbij maakt hij zich enerzijds zorgen dat ze zo de elementaire zekerheid van een baan missen. Anderzijds zou hij graag willen weten wat de macro-economische gevolgen zijn van deze toename van het flexwerk door verloren verbondenheid en daarmee inzet en creativiteit.

Het is inderdaad juist dat medewerkers behoefte hebben aan sturing en steun, aan erkenning en waardering. Dan voelen zij zich verbonden, zijn ze bereid te leren, zich in te zetten en komt hun creativiteit tot bloei. De vraag is of deze verbondenheid verloren raakt door het flexwerken. Het flexwerken heeft ook positieve kanten. Scholieren en studenten verdienen wat en doen werkervaring op.

Ook leven we niet meer in de wereld zoals die er uitzag in de jaren zeventig. Werkgevers en jongeren van nu stellen andere eisen, al blijven onze basisbehoeften van veiligheid en erkenning hetzelfde. Het je al dan niet verbonden voelen, ligt in elk geval aan de wijze waarop het management in staat is vertrouwen te creëren door hieraan aandacht te besteden. Daaraan schort het vooral.

Bedrijfskundige, promoveerde in mei aan de Erasmus Universiteit op vertrouwen in organisaties

Die slechtziendenwebsites zijn onbegrijpelijk

Op 6 juni 2012 stond in NRC Handelsblad een klein artikeltje over de (on-)toegankelijkheid van websites.

Tot voor kort was ik werkzaam bij een van de grootste zorginstellingen voor mensen met een visuele beperking. Mijn taak bestond onder meer uit het leren aan volwassenen hoe zij met hun beperking gebruik kunnen maken van de computer. Mensen die slechtziend of blind zijn, kunnen prima met hun computer werken. Het internet vormt hierop evenwel een uitzondering. Daar ben je als visueel beperkte gebruiker ineens overgeleverd aan de maker van de site. Er zijn wel regels waarin beschreven is hoe een site moet zijn opgebouwd, maar er is geen controle.

Ik heb als docent vele websites gezien. Er waren hele slechte bij en minder slechte, maar sites die echt toegankelijk zijn, heb ik nog niet gezien. Technisch is een site prima zo te bouwen dat blinde of slechtziende mensen deze makkelijk kunnen gebruiken, maar niemand is deskundig op het gebied van de communicatie tussen een machine en een visueel beperkte mens. Een ziende vraagt zich niet af hoeveel links de gemiddelde mens maximaal kan onthouden als ze worden voorgelezen. De ergste missers maken evenwel de zorginstellingen voor visueel beperkten en de belangvereniging voor slechtzienden, de NVBS. Je zou verwachten dat dit websites zijn waarnaar je verwijst als je een toegankelijke website zoekt.

Ik heb diverse malen contact gehad met de webmaster van de NVBS en van Koninklijke Visio. Dit heeft tot nu toe geen enkel succes gehad. Blijkbaar liggen hier geen prioriteiten. Dit is uitermate triest.

Ik hoop daarom dat het initiatief toegangvooriedereen.nl deze problematiek op zo’n manier onder de aandacht weet te brengen dat informatie op internet ook voor visueel beperkten toegankelijk wordt.

Dorst

    • Pauline Voortman
    • Dr. P.M.A. Buuron
    • Ruud Meij
    • Feike van der Zee