'Aus, aus, aus, der Krieg ist aus'

Joost van der Vaart

Toen ik vanmorgen in de Berlijnse wijk Charlottenburg de tabakszaak binnenkwam waar ik altijd kranten koop, werd ik opgewacht door een andere klant, met wie ik vaak een praatje maak. „Jullie hebben een leuke ploeg. Maar waar is de discipline? Vanavond wint het beste team, en dat zijn wij.”

Mijn Berlijnse kennis is uitstekend op de hoogte van de Nederlands-Duitse voetbalvijandschap; van spuug- en scheldpartijen en andere emoties die teruggaan tot een ver verleden. Ik haalde de Tageszeitung uit het rek en hield die voor z’n neus.

Op de gedeeltelijk oranje voorpagina met een Hollandse kaas staat vandaag: Alte Feindschaft? Alles Käse! (Oude vijandschap? Allemaal onzin!). Een sportcommentator schrijft: Aus, aus, aus, der Krieg ist aus – de oorlog is voorbij. Op de drempel van de tabakszaak sloten we vrede. „Het wordt een gelijkspel.”

Nederlanders hebben over het algemeen een goede naam in Duitsland. Voor veel Duitsers staan de Nederlanders nog steeds model voor een vrije en tolerante samenleving. „Jullie zijn het betere Duitsland”,zegt mijn buurman vaak gekscherend.

De oranjegekte, die veel verder gaat dan de ‘fanliefde’ van de Duitsers, wordt met een mengeling van verbazing en bewondering waargenomen.

Hele woonblokken in de kleuren van de Duitse vlag – zwart, rood, goud – zul je hier niet gauw aantreffen. Een vaantje op de auto, verder gaat de Duitse fantasie niet. Maar wat levert al die Nederlandse opwinding op, vraagt Der Spiegel zich af. „Geen voetbalnatie is met zoveel talent gezegend als Nederland. Wat tot nu heeft ontbroken, zijn discipline en teamgeest.” Maar heeft Duitsland tegen Portugal dan zo goed gespeeld, vroeg ik aan mijn Berlijnse kennis. „Nee”, zei hij, „maar we hebben wel gewonnen. Dat is het verschil tussen jullie en ons.”

    • Joost van der Vaart