'Voel je geen slachtoffer - daar gaat het om'

Filosoof en senator Sybe Schaap schreef een boek over ‘rancuneus gif’ in de samenleving. Dit voorjaar deed het stof opwaaien, omdat het de goede band van de VVD met de PVV zou schaden. Maar Schaap had veel meer te zeggen. Over gif en tegengif.

Smakelijk vertelt hij aan het eind van het gesprek hoe laatst een reiger een reusachtige goudkarper uit de vijver bij zijn huis in Emmeloord viste. In de achtertuin worstelde het beest urenlang om zijn veel te grote prooi weg te krijgen. Als voormalig boer maakt Sybe Schaap zich bepaald niet druk om het leed dat dieren elkaar aandoen. Des te sterker bekommert hij zich om het beschavingspeil van de menselijke samenleving.

Zijn ouders hadden een boerderij in de Noordoostpolder, net als zijn grootouders van beide kanten. Zelf teelde hij acht jaar geleden nog uien, totdat hij definitief naar een burgermanshuis verhuisde. Behalve agrariër is Schaap ook jarenlang dijkgraaf geweest. Hij is hoogleraar waterbeheer in Wageningen en Delft, en deskundige op het gebied van pootaardappelen (veredeling, het voorkomen van ziektes).

Een hele tijd heeft hij ook zelf aardappelen geteeld, in Oekraïne. Dat is de praktische kant van de man, die zegt óók graag met tastbare zaken bezig te zijn. Want eigenlijk is hij filosoof. Dat wil zeggen: als hij met het pistool op de borst moest kiezen tussen al zijn uiteenlopende bezigheden, dan koos hij de filosofie. Hij gaf colleges aan de VU en de Karelsuniversiteit in Praag, promoveerde in 1995 op Adorno en schreef boeken over Nietzsche.

Zijn laatste boek, Het rancuneuze gif, zorgde afgelopen voorjaar voor ophef, toen bleek dat premier Mark Rutte, die zich net in het Catshuis had teruggetrokken met CDA en PVV, publicatie had willen tegenhouden omdat het hem niet opportuun leek als PVV-leider Wilders door een partijgenoot in het parlement voor het hoofd werd gestoten. Want o ja, Sybe Schaap is ook nog lid van de Eerste Kamer voor de VVD. En Wilders en z’n partij komen er slecht vanaf in Het rancuneuze gif, waarin hij betoogt dat slachtoffergevoel en rancune de mens en de samenleving ernstige schade toebrengen.

Over de samenwerking van zijn partij met de PVV heeft Schaap steeds geweigerd iets te zeggen, omdat hij als senator ‘de handen vrij’ wilde houden. Nu de coalitie is geklapt, voelt Schaap zich niet langer geremd om te reageren: „Wat mij het meest opvalt, is het algemene gevoel van opluchting dat het voorbij is met de greep die de PVV op de politiek uitoefende. Het landelijk bestuur kan weer gewoon ter zake komen.”

Waarom moest dit boek er komen?

„Van jongs af ben ik al gefascineerd door Oost-Europa en het communisme. Op de universiteit raakte ik bevriend met studenten uit Tsjecho-Slowakije, die waren gevlucht na de Praagse Lente in 1968. Geïnspireerd door hen ging ik een paar jaar later naar Praag. Ik vond het aangrijpend te zien wat een ruïneuze ideologie het communisme was. De vraag die me altijd heeft bezig gehouden, is: hoe kunnen mensen toch zo in de ban raken van een rancuneuze ideologie die hen als slachtoffer afschildert en anderen de schuld geeft van wat er mis is in de maatschappij.”

Zoals ook het nazisme van Hitler en het ‘vrijheidsdenken’ van Wilders?

„Ja. Het marxisme geeft de kapitalisten de schuld van alle onheil, het nazisme de joden, en de PVV de linkse elite en de islam. Het boek van Martin Bosma dat anderhalf jaar geleden uitkwam, De schijnelite van de valsemunters, was de katalysator om het boek dat ik in mijn hoofd had ook echt te gaan schrijven. Want bij Wilders zijn het vooral wilde kreten en tweets, maar Bosma presenteert een uitgewerkte ideologie.”

Wat brengt het PVV-gedachtengoed volgens u teweeg in de samenleving?

„Het draagt bij aan de sfeer van instabiliteit in Nederland, die doet denken aan de jaren 30. Mensen raken losgeslagen, ze worden haatdragend door de manier waarop Wilders zich uit, met al die scheldwoorden en bezopen beschuldigingen. Als je Turkije een gevaarlijk land vindt, maak dan duidelijk wat daar misgaat, in plaats van de premier van dat land een total freak te noemen en de president een ‘Koerdenmepper’. Wat mij bevreest, is dat het zo normaal is geworden je zo te uiten.”

Is dat zo?

„Ik heb eind vorig jaar namens mijn fractie de Wet Ritueel Slachten behandeld. Het was buitengewoon schaamteloos wat ik toen over me uitgestort heb gekregen in tientallen mails. Het unverfroren antisemitisme viel me op, het was niet de islam maar de joden die het moesten ontgelden. ‘Pak ze aan, die joodse dierenbeulen.’ Het zorgwekkendst vond ik dat onder al die mails een naam stond.”

In uw boek zegt u dat rancune in de mens zit. Kent u die emotie zelf ook?

„Een begin daarvan wel. Zoals toen mijn vader net overleden was. Hij was onder een stalmuur terechtgekomen die omviel tijdens een verbouwing. Ik was 15. Een handelaar had onze hele aardappeloogst opgekocht, maar weigerde te betalen. Ik was kwaad dat iemand op die manier misbruik maakte van ons. Maar die dingen gebeuren.”

Alsof ’t het noodlot is...

„Tegenslag accepteren en je geen slachtoffer voelen, daar gaat het om. In de jaren 60 werkte ik op de boerderij van mijn overleden vader. Altijd wateroverlast, misoogsten. Net toen het wat beter leek te gaan, viel er op een zondag in juli in twee uur tijd 130 millimeter water. Een soort zondvloed. Na afloop plonsde je wanhopig door de bagger heen, maar geen moment kwam het in je op iemand de schuld te geven. Het overkwam je. Je haalde diep adem en ging weer verder. En dat gold niet alleen voor mij, maar voor alle boeren in de omgeving. Vijfentwintig jaar later, ik was net dijkgraaf-af, viel er zo’n zelfde stortbui. Nog voor de regen ophield, kwamen de eerste faxen binnen bij mijn opvolger waarin het waterschap aansprakelijk gesteld werd. Terwijl het overmacht is! Al die rechtszaken liepen dus ook op niets uit. Juist dan voel je je slachtoffer: als je de schuld bij een ander legt zonder dat dat jou ook maar iets oplevert.”

U heeft het over een slachtoffercultus. Is het zo ernstig?

„Ja. Er zijn veel meer van dit soort voorbeelden uit de afgelopen jaren waarin de schuldvraag gesteld werd, terwijl in mijn ogen heel duidelijk sprake was van een samenloop van omstandigheden die niemand kon voorzien. De dijkdoorbraak bij Wilnis, de legionellabesmetting in Bovenkarspel.”

En heeft u een antwoord gevonden op uw vraag wat rancuneuze ideologieën zo aantrekkelijk maakt?

„Gedeeltelijk. Nostalgie is een van de instrumenten: er wordt een beeld geschetst van een tijd waarin alles beter was. Denk aan de roep van de PVV om terugkeer naar de gulden.”

Verlangen naar vroeger, dat klinkt toch tamelijk onschuldig.

„Niet als het gepaard gaat met het idee dat anderen er de schuld van hebben dat wij uit het paradijs verdreven zijn. Sluimerend onbehagen kan zomaar ontploffen. Volkswoede kan ontstaan door iets onbeduidends. Kijk naar dat strandfeest in Hoek van Holland waar de politie opeens massaal werd belaagd. Als de rem eraf gaat en het verstand valt weg, kunnen er rare dingen gebeuren.”

Het rancuneuze gif, de opmars van het onbehagen, Sybe Schaap, € 19,90, uitgeverij Damon.