VN-waarnemers ‘opzettelijk’ beschoten - ‘burgeroorlog in Syrië’

Opgaande rook na een bombardement, gisteren in Homs. Foto AFP

VN-waarnemers zijn vanavond door een woedende menigte aangevallen toen zij al-Haffa wilden bereiken, een stad nabij Kardaha, de woonplaats van president Bashar al-Assad. De voertuigen waarin ze zich bevonden zijn beschoten, zo melden ooggetuigen aan persbureau Reuters.

Een woordvoerder van de VN-Veiligheidsraad verklaart vanavond dat de waarnemers een bewust doelwit waren van de aanval. Het land is in een staat van burgeroorlog, aldus de woordvoerder tegen Reuters:

“We kunnen nu wel spreken van een burgeroorlog. De Syrische regering is op diverse plekken de controle kwijtgeraakt over grote gebieden aan oppositieleden. Door grof geweld in te zetten probeert het regime van Assad de macht terug te winnen.”

Tien doden, niet onder waarnemers

Volgens de VN is de groep de waarnemers vanavond bekogeld met stenen en metalen staven, en werden vervolgens drie auto’s waarin zij zaten beschoten. De auto’s van de waarnemers werden omsingeld voor ze Haffa konden bereiken, een dorp in handen van opstandelingen op ongeveer dertig kilometer van de woonplaats van de president. Bij de aanval zouden tien doden zijn gevallen, de waarnemers bleven wel ongedeerd. Het is onduidelijk door wie de schoten precies werden gelost.

Vorige week vonden diverse hevige beschietingen plaats in oppositiebolwerk al-Haffa waarbij gebruik werd gemaakt van mortierbommen, helikopters en tanks.

Volgens de Lokale Coördinatiecomités en het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten zijn de afgelopen dagen ook in de centrale provincies Homs en Hama, de zuidelijke regio Daraa en de noordelijke provincie Aleppo gebieden onder vuur genomen met mortiergranaten. Volgens het Syrische ministerie van Buitenlandse Zaken hebben de opstandelingen de beschikking over geavanceerde antitankwapens.

Geweld fors heviger, ook tegen kinderen

Syrische regeringstroepen en de “shabiba”, aan Assad gelieerde milities, vermoorden en martelen kinderen, zo bleek eerder vandaag uit een nieuw verschenen rapport van de VN, een van de thema’s waar Kofi Annan zich veroordelend over uitlaat.

Het geweld in Syrië is kortgeleden fors toegenomen, ondanks een staakt-het-vuren dat op 12 april van kracht werd. Volgens activisten heeft het geweld inmiddels al meer dan dertienduizend levens geëist.

Het Rode Kruis laat vanavond weten dat het door de enorme toename aan slachtoffers onmogelijk is om iedereen van hulp te voorzien die dat nodig heeft. Van de hulporganisatie zijn momenteel medewerkers aanwezig in Syrië. Volgens een woordvoerder zijn de laatste dagen honderden burgers uit Homs gevlucht in de hoop het bloedvergieten te ontvluchten. De hulpverleners proberen deze mensen te voorzien van medicijnen en voedsel.

    • Annemarie Coevert