Opinie

    • Paul Scheffer

Vanaf de Bilderberg

De sessie die ging over de euro werd ingeleid met loodzware woorden: „We bevinden ons nu ergens tussen angst en paniek.” Als er iets valt te zeggen over de Bilderbergconferentie van vorig weekeinde, dan wel dat de verwachtingen over Europa ronduit somber waren. Berichten over een aanzwellende kapitaalvlucht uit Spanje gaven de gesprekken in Washington nog meer lading.

Over de Bilderberg – een jaarlijkse bijeenkomst van ondernemers, politici, journalisten en academici uit Europa en Amerika – doen nogal wat samenzweerderige theorieën de ronde. Het gezelschap zou niet minder dan een soort schaduwregering van de wereld zijn. Dat viel erg tegen: het grootste geheim van de Bilderberg is toch vooral dat er geen geheim is. Maar dat moet niet hardop worden gezegd, het geloof in een conspiratie helpt immers heel wat dolende zielen door een slapeloze nacht.

In een volgepakt programma werd gedebatteerd over zeer uiteenlopende zaken, van het nucleaire programma van Iran tot de politieke ontwikkelingen in China. En de opvattingen liepen nogal uiteen, wat niet verwonderlijk is als je de realist Henry Kissinger en de moralist Gary Kasparov uitnodigt, de baas van Dow Chemical en de fractievoorzitter van Bündnis 90/Die Grünen, de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van China en een conservatieve Spaanse minister. Nee, met die samenzwering wilde het helemaal niet lukken.

Vooral viel op hoezeer de Amerikaanse deelnemers twijfelen aan het vermogen van Europa – lees: Duitsland – om een weg uit deze crisis te vinden. Het too little, too late klonk herhaaldelijk. De president van de Deutsche Bank werd streng ondervraagd over de weigering van Angela Merkel om spaartegoeden op een Europees niveau te garanderen of om euro-obligaties in te voeren. Openlijke kritiek kwam er op het Duitse crisismanagement, dat erop neerkomt dat de situatie nog ernstiger moet worden voordat de regering zulke stappen kan verkopen aan kiezers.

‘De euro was een slecht idee, maar het is een nog slechter idee om er nu weer op terug te komen.” Die opmerking gaf de overheersende stemming tijdens de bijeenkomst goed weer. Wat ooit een wenkend ideaal was, is daarmee verschrompeld tot een keuze tegen heug en meug. Dat is een verschrikkelijke vaststelling, want zo veel idealen hadden we niet meer over.

De gevolgen zijn inmiddels niet meer te overzien, zoals Ian Buruma opmerkt: „Technocratie kan best werken, zolang de meerderheid van de bevolking er materieel op vooruitgaat, zoals bijna vijftig jaar in West-Europa het geval was. Maar zodra daar de klad in komt, zien we de eerste tekenen van een komende explosie. Dit maken we nu in Europa mee” (Opinie, 7 juni).

De komende verkiezingen in Nederland zouden in het teken moeten staan van een keuze: of terug naar de tijd voor de euro of stap voor stap naar een Europese federatie. Maar in plaats daarvan krijgen we door de meeste partijen een vals compromis voorgeschoteld: we gaan door met de monetaire unie, maar doen alsof die niet dwingt tot een politieke unie. En we houden vol dat de muntunie geen transferunie is, terwijl iedereen inmiddels weet dat er veel geld van noord naar zuid gaat. Een deel daarvan komt zeker niet terug.

De risico’s van een populistische terugslag zijn zichtbaar, maar er komt een moment dat gekozen moet worden voor meer of voor minder integratie. Dat moment is nu aangebroken: de technocratische methode is inderdaad uitgeput. En wanneer we alles afwegen, lijkt de keuze voor meer Europa duidelijk. Dat roept wel ingewikkelde vragen op. Verdere integratie is ondenkbaar met alle lidstaten van de Unie, al was het maar omdat de Britten er mordicus tegen zijn. Meer Europa kan alleen in een kleiner Europa.

Voor het eerst in de geschiedenis van de Bilderbergconferentie kwam de voornaamste dreiging niet van buitenaf, maar van binnenuit, zo vatte iemand drie dagen debat samen. Daarmee werd vooral gezegd dat samenlevingen ontwricht kunnen raken door het mogelijke mislukken van het euro-experiment. Hoe we in die klem zijn geraakt, is voer voor historici; dat we erin vastzitten, lijkt wel zeker.

Veel teruggekeken werd er overigens niet tijdens deze conferentie, maar het was natuurlijk mooi om een 89-jarige Kissinger kraakhelder te horen spreken over zijn onderhandelingen met Mao, terwijl een voormalige Russische minister aan tafel de laatste dagen van Gorbatsjov memoreerde. Meer nog dan de vergezichten in een onzekere toekomst zal me die levende geschiedenis op de Bilderberg het langst bijblijven.

Hun verhalen brachten de herinnering aan de Fluwelen Revolutie van 1989 terug. Dat de ondergang van het communisme zo vreedzaam was, heeft zeker ook te maken met de mogelijkheden die de Europese integratie aan deze Oost-Europese landen bood. Dat gold eerder voor Portugal, Spanje en Griekenland, die in de jaren zeventig ontsnapten aan de dictatuur. Er rust dan ook een grote verantwoordelijkheid op het huidige Europa om ervoor te waken dat de financiële schokken van de afgelopen jaren niet ontaarden in een nieuwe democratische crisis.

    • Paul Scheffer