Trauma, dat is het woord

Oud-correspondent Polen en redacteur nrc.next

Rotterdam. Ze delen de liefde voor wodka en eerlijke boerenkost, een melancholieke inborst, een zwak voor sentimentele liederen en een diep wantrouwen jegens autoriteit. Polen en Russen hebben veel gemeen. Misschien wel meer dan ze lief is. Want ondanks die sterke sociaal-culturele verwantschap is in de afgelopen eeuwen alles wat er mis kon gaan tussen de twee volkeren ook daadwerkelijk misgegaan. Zo bezien is de voetbalwedstrijd tussen beide landen vanavond inderdaad wat voetbal vaak wordt genoemd: oorlog. Maar dan zonder kanonnen.

Trauma – dat is hier het sleutelwoord. De Russen hebben de Polen nooit de bezetting van Moskou (1610) vergeven. De Polen zijn nooit vergeten hoe hun land eind achttiende eeuw door Rusland (en door Duitsland en Oostenrijk) van de Europese kaart werd geveegd.

De Russen werden in 1920, na het herstel van de Poolse onafhankelijkheid, voor de poorten van Warschau pijnlijk verslagen – volgens de legende met hulp van de Heilige Maagd. De Polen zouden twintig jaar later alsnog (of eigenlijk: opnieuw) verpletterd worden door Russische én Duitse laarzen en na 1945 bijna vijftig jaar lang het Sovjetjuk dragen.

Na 1989 leidde het vertrek van de laatste Sovjetsoldaat uit Polen een nieuwe periode van diplomatieke betrekkingen in, maar warm zijn die nooit echt geworden. De geopolitieke, op gas gestoelde ambities van Moskou waren Polen een doorn in het oog. En de enthousiaste Poolse steun aan hervormingsbewegingen in Oekraïne en Georgië, in de Russische achtertuin dus, ergerde Moskou juist weer, evenals de ontdekking dat de weg naar de Europese Unie en de NAVO vaak via Warschau bleek te lopen.

Een groot struikelblok werd het zogenoemde raketschild dat de Verenigde Staten wilden bouwen op Pools en Tsjechisch grondgebied. Modern wapentuig, waarmee raketten uit ‘schurkenstaten’ als Iran onderschept konden worden. De Polen zagen dat wel zitten: na jarenlang ‘de woestijn van de NAVO’ te zijn geweest, zou de veiligheid die het bondgenootschap al garandeert nu concreet inhoud krijgen. Maar de Russen ontploften: het raketschild, zeiden zei, was een bedreiging van hun nationale veiligheid.

Er werd gedreigd met het scherpzetten van raketten in Kaliningrad, de aan Polen grenzende Russische enclave. De kwestie liep uiteindelijk met een sisser af: in 2009 zag de Amerikaanse president Barack Obama af van het plan.

De grootste test voor de recente Pools-Russische relaties moest toen nog komen.

In april 2010 stortte een vliegtuig met tientallen Poolse functionarissen en politici, inclusief de toenmalige Poolse president Lech Kaczynski en zijn vrouw Maria, neer op Russisch grondgebied. Een bizar noodlottig ongeluk, temeer daar het vliegtuig neerkwam dichtbij de bossen van Katyn, waar in 1940 in het geniep tienduizenden Poolse officieren door Stalins geheime politie waren geëxecuteerd. De Poolse president zou die gebeurtenis juist die dag herdenken.

Op het ongeluk volgde een golf van medeleven vanuit Rusland. De Polen waren diep geraakt, en even leek een Slavische verzoening mogelijk. Nou ja, gedurende een paar dagen dan. Al snel kreeg het wantrouwen weer de overhand. Aanhangers van Kaczynski bliezen leven in de eerste – van een reeks ongeloofwaardige en uit bitterheid geboren – complottheorieën. De Russen voedden die door de (uit bureaucratische arrogantie en botheid geboren) weigering om hun eigen – weliswaar kleine, maar toch ook niet helemaal onbelangrijke – rol in het ongeluk serieus te onderzoeken.

Twee jaar later is de relatie nog steeds gecompliceerd. De bloemenlegging van het Russische voetbalelftal, eerder deze week, bij een plaquette ter nagedachtenis aan Kaczynski werd door veel Polen verwelkomd als een mooi gebaar. Tegelijkertijd is de Poolse politie op volle sterkte gebracht om mogelijke conflicten tussen Russische en Poolse supporters in de kiem te smoren. Want echt vertrouwen is er nog lang niet.

    • Stéphane Alonso