Teofilo - ‘beste amateurbokser aller tijden’ - Stevenson overleden

Teofilo Stevenson in een bokspartij tegen Pyotr Zaev tijdens de Olympische Spelen van 1980 in Moskou. Foto AP

Voor velen gold hij als de beste amateurbokser aller tijden. Gisteren overleed de Cubaanse oud-zwaargewicht Teofilo Stevenson, pas 60 jaar oud, aan een hartstilstand.

In de Verenigde Staten lonkte voor hem een veelbelovende carrière, met miljoenen dollars voor het oprapen. Maar drievoudig olympisch kampioen Stevenson bleef trouw aan Fidel Castro en het Cubaanse volk. Net als zijn opvolger Felix Savon, die eveneens drie olympische titels won.

In het najaar van 1995 had ik in Havana een vraaggesprek met Stevenson: drie uur later dan afgesproken stapte de 1.98 meter lange en goed gesoigneerde oud-bokser uit een rode Lada, met imperial. Vicevoorzitter van de Cubaanse boksbond was hij toen. Hij leidde als ambassadeur van de Cubaanse sport een eenvoudig leven en adviseerde in die tijd onder anderen zwaargewicht Felix Savon, die met drie olympische titels (1992, 1996 en 2000) in zijn voetsporen trad.

http://www.youtube.com/watch?v=sOB7_BFqUeU

Teofilo Stevenson werd geboren op 29 maart 1952, in de oostelijke provincie Oriente. Zijn vader kwam begin jaren twintig van het Engelstalige eiland St. Vincent naar Cuba, en gold als een redelijke bokser en een nog betere cricketer.

Stevenson begon als veertienjarige jongen met boksen. Tot hij bokshandschoenen aantrok, was hij vooral geïnteresseerd in basketbal, voetbal en honkbal, de nationale sport op het Caraïbische eiland. Een jaar na zijn eerste partij als bokser maakte hij al deel uit van de nationale ploeg, op zijn vijftiende woog hij hij al 71 kilo. Toen hij de 75 kilo was gepasseerd, kreeg hij de kans wedstrijden in het buitenland te boksen. Op datzelfde moment werd hij gevraagd om in de selectieteams van honkbal en voetbal te komen spelen. Stevenson koos voorgoed voor boksen.

Stevenson was gentleman binnen en buiten de ring

Stevenson combineerde een vernietigende rechtse met snelheid, en gold als een gentleman, binnen en buiten de ring. Hij won goud in het zwaargewicht op drie achtereenvolgende Olympische Spelen: in München (1972), pas twintig jaar oud, Montreal (1976) en Moskou (1980), en evenaarde daarmee de prestatie van de Hongaarse bokser Laszlo Papp.

Doordat Cuba als vazal van de Sovjet-Unie de Zomerspelen van 1984 in Los Angeles boycotte, kon favoriet Stevenson zijn titel niet verdedigen. Hij was toen pas 32 jaar en zou twee jaar later nog de wereldtitel veroveren in het superzwaargewicht, in de Amerikaanse gokstad Reno. In 1974 en 1978 veroverde hij de wereldtitel in het zwaargewicht, de eerste keer voor eigen publiek. In totaal won hij 302 gevechten, 19 keer kwam hij als verliezer uit de strijd. In 1988 besloot hij te stoppen met boksen, het jaar waarin Cuba ook de Olympische Spelen van 1988 in Seoul boycotte.

De wedstrijd tussen Stevenson en Petr Zayev tijdens de Olympische Spelen in 1980:

http://www.youtube.com/watch?v=_y82pUVQDOY

Vluchten naar Amerika, zoals vooral veel honkballers en deden om daar prof te worden en veel geld te verdienen, is nooit een optie geweest voor Stevenson. Toch scheelde het nog weinig of hij had zijn krachten kunnen meten met Muhammad Ali, eind jaren zeventig. Er was een gevecht gepland tussen de beste prof in het zwaargewicht en de beste amateur, maar het Ali-kamp belde af. “Ik wilde wel”, zei Stevenson in het interview in 1995 in antwoord op de vraag of Ali bang was om te verliezen van een amateur en zich misschien om die reden terugtrok.

The Greatest en El Gigante tegenover elkaar in de ring

Afgesproken was dat beide boksers die ook nog eens een grote fysieke gelijkenis vertoonden vijftien ronden tegenover elkaar zouden staan, verdeeld over drie gevechten van vijf ronden of vijf van drie; de keus was aan Stevenson. De duur van de gevechten was een compromis tussen de drie ronden die amateurgevechten duren en de vijftien ronden in het profcircuit. Het gevecht kwam er niet. Velen waren ervan overtuigd dat de bijna tien jaar jongere Stevenson Ali, die al in de nadagen van zijn carrière was, zou hebben verslagen.

In het najaar van 1996 stonden The Greatest en El Gigante toch tegenover elkaar in de ring. Ali leverde in Cuba een partij medicamenten af en ging langs bij zijn vriend Stevenson. In een boksschool in Havana toonde Ali, die toen al Parkinson had, zijn befaamde Ali-shuffle aan jonge Cubaanse boksertjes. Een paar minuten lang boksten ze een schijngevecht.

Wedstrijd tussen Stevenson en Craig Payne in 1983:

http://www.youtube.com/watch?v=fAOMdTAGtiQ