Reporters in het gevaarlijkste land op aarde

Zelden komt er nieuws uit Honduras, het gewelddadigste land ter wereld. Hier kun je als journalist beter niet te nieuwsgierig zijn. Wat drijft de mensen die toch durven?

Freelance journalist in Zuid-Amerika

In de conferentiezaal van het vervallen Hotel Plaza in het chaotische centrum van Tegucigalpa zijn twintig journalisten bijeen voor een workshop ‘omgaan met geweld’. Geen overbodige luxe, want sinds de staatsgreep van juni 2009 vonden er in het Centraal-Amerikaanse land al twintig journalisten de dood.

Met een vurig betoog over burgerjournalistiek probeert een academica boven het gezoem van de ventilatoren uit te komen. „Zij begrijpt er echt helemaal niets van”, snauwt verslaggeefster Claudia Mendoza. “Hoe kan je het over iets als burgerjournalistiek hebben als de staat en het rechtssysteem niet functioneren en journalisten bedreigd worden als zij kritisch schrijven?”

Tv-journalist Selvin Martínez, die bij een lokaal station aan de Caraïbische kust werkt, waagde zich toch aan een kritische noot. Op zijn huis daalde vervolgens een kogelregen neer. „Vanuit een auto werd als een waanzinnige geschoten. Er zaten twintig kogelgaten in de muren. De honden zijn gedood en mijn kinderen van 3 en 5 moesten zich in de garage verstoppen. Godzijdank was ik er niet”.

De VN schatte dat er vorig jaar in Honduras (8 miljoen inwoners) elke 74 minuten iemand door geweld om het leven kwam. Wie dit weet, zou denken dat op elke straathoek je de kogels om de oren vliegen en dat het maatschappelijk leven ernstig is verstoord. Maar in de centra van de hoofdstad Tegucigalpa en de gevaarlijkste stad van het land San Pedro Sula merk je hier op het eerst gezicht niet veel van. Het leven gaat gewoon door.

De meeste gewelddadigheden vinden plaats tussen de verschillende straatbendes zoals de Mara Salvatrucha, de MS-18 en ordetroepen. Burgers zijn niet direct een doelwit. In de buitenwijken van Tegucigalpa is de sfeer grimmiger: bewoners zijn er weggetrokken, omdat de bendes hun huizen in bezit namen. In de verlate bouwvallen treft de politie soms een martelkamers aan. Steeds vaker werken de bendes in opdracht van gewelddadige Mexicaanse drugskartels die hun invloedssfeer in de regio uitbreiden.

En toch zijn het niet altijd de criminele groepen die verantwoordelijk zijn voor het bloedbad onder de lokale journalisten. Geweld is namelijk ook in de lokale en landelijke politiek een gebruikelijk modus operandi. En ook het zakenleven en zelfs de kerk maken zich volgens journalistenorganisatie C-Libre schuldig aan gewelddadige intimidatie. Want waarom werd het huis van Selvin Martínez beschoten? „Ik sprak een arme boer die klaagde dat hij maar 5 lempira [20 eurocent] betaald kreeg voor zijn werk voor de lokale overheid. Ik denk dat de autoriteiten hier niet blij mee waren”, zegt Martínez.

De gevolgen van de intimidatie en het geweld laten hun sporen na in de berichtgeving. Aanvankelijk lijken Hondurese kranten weinig te verhullen. Naast kleurrijke ingezoomde foto’s van dagelijkse moorden staat te lezen: „Lijk in een kofferbak gevonden”. Of: „Drie mannen in mootjes gehakt op het strand”. De lijst is eindeloos.

Maar hier blijft het vaak bij. De meeste media lijken een vogelvlucht te maken over de excessen. De dieperliggende oorzaken – zoals de wijdverbreide infiltratie van criminelen in instituties – lees je haast nergens. Er heerst een klimaat van zelfcensuur.

„Het probleem is niet dat over sommige zaken niet wordt bericht, maar dat zij niet worden uitgediept”, vindt Héctor Becerra, de directeur van C-Libre: „Je vindt de verhalen over corruptie en geweld wel in de reguliere media, maar na een week hoor je niks meer omdat er druk wordt uitgeoefend. Zo lees je alleen wat er aan de oppervlakte gebeurd. Niemand wordt ter verantwoording geroepen.”

Becerra ziet in deze moeilijke tijden vooral heil in kleinschalige alternatieve media-initiatieven zoals het radioprogramma van journaliste Gilda Silvestrucci. Zij stelt dagelijks kritisch gevoelige onderwerpen aan de kaak. Voorheen werkte ze bij een grote radiozender, maar nadat haar kinderen bedreigd werden moest zij uitwijken naar een aftandse studio in een buitenwijk van Tegucigalpa.

Naast het geweld en de zelfcensuur zijn ook de scherpe politieke tegenstellingen in Honduras een probleem voor evenwichtige berichtgeving. Die polarisatie kwam tijdens de staatsgreep op en reflecteert nog steeds in de media. „De vier grootste kranten zijn eigen eigendom van bedrijven die de coup steunden. Bovendien beheersen zij belangrijke industrieën zoals de vleesexport, de wapenhandel en farmaceutica. Alles is hier verweven”, weet Becerra.

De politisering wordt vooral duidelijk op televisie. Nieuws kijken in Honduras is kijken naar een flikkerend beeld waar de ene na de andere extreme aanprijzing van of juist kritiek op de regering te zien is. De zenders hebben een zeer ideologische agenda, waardoor de nuance vaak ver te zoeken is.

„De publieke opinie is hier in gevaar. We moeten juist een pluralistisch beeld geven van zaken die spelen, onafhankelijk van welk medium het brengt”, vindt Becerra. „Helaas zijn er geen magische oplossingen, want onze maatschappij is zeer heterogeen. Om iets te veranderen moeten er verantwoordelijke politici opstaan met een nieuwe visie op de staat, de markt en de gemeenschap”.

Hoewel Honduras nu een democratisch gekozen regering heeft, lijkt het geweld tegen de journalisten er niet minder op te worden. Via het nieuws tekent zich voor de Hondurezen een beeld af van een land weer veel mis is, maar waar de complexe oorzaken van de grote problemen verborgen blijven of op gaan in het geschreeuw van journalisten die betaald worden om partij te kiezen. Door deze zelfcensuur is de controle van de macht door de media in Honduras krachteloos.

Zolang de staat niet bij machte is journalisten te beschermen en een degelijk rechtssysteem op poten te zetten blijft gebalanceerde berichtgeving een zeldzaamheid. Tot die tijd zijn het zware tijden voor de publieke opinie in Honduras. Selvin Martínez heeft zijn maatregelen in ieder geval getroffen. „Ik heb nu privé-beveiliging in mijn kamer en rond het huis. Familie en vrienden helpen mij. De regering wil niet dat het volk de waarheid hoort. Maar ik heb weinig zin om te stoppen. Als het nodig is, gaan we maar dood.”