Oliemarkt wordt overspoeld door olie uit Irak

De opkomst van Irak verstoort het machtsevenwicht binnen de OPEC. De afgelopen tien jaar heeft het oliekartel de Golfstaat ongelimiteerd ruwe olie laten produceren. Daardoor kreeg Irak alle vrijheid om te investeren in zijn door de oorlog beschadigde olie-industrie. De wederopbouw begint nu vaart te krijgen – de productie is inmiddels hoger dan vóór de door de VS geleide invasie van 2003. Irak staat op het punt Iran in te halen als de op één na grootste producent van de OPEC. De snelle productiestijging is een grote uitdaging voor de olieministers van de OPEC-landen, die deze week in Wenen vergaderen.

Ooit hoopte Irak in 2017 op gelijke hoogte te zullen komen met Saoedi-Arabië, met een productiecapaciteit van 12 miljoen vaten per dag. Dat was te optimistisch voor een land dat gebukt ging onder een slechte infrastructuur en een loodzware bureaucratie. Maar zelfs met de helft van deze capaciteit zou Irak nog steeds een grootmacht zijn binnen de OPEC. Vooral als het Irak lukt veel reservecapaciteit in te richten, waardoor het land naast Saoedi-Arabië kan inspringen als het aanbod op de markt te krap wordt.

De Iraakse olie helpt nu al het tekort aan te vullen dat is ontstaan door de strengere sancties van het Westen tegen Iran. De haviken binnen de OPEC zijn ongelukkig met deze extra vaten; de prijzen zijn sinds het hoogtepunt in maart met een vijfde gedaald. Irak is natuurlijk niet het enige probleem van het kartel. De OPEC is er op de vergadering in december niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over nationale quota, en de totale productie ligt nu zo’n 5 procent boven het destijds afgesproken productieplafond.

Als de productiestijging van Irak niet wordt afgestemd op het vermogen van de markt om die te absorberen, kan het overschot chronisch worden, zodat de prijzen nog verder dalen. Irak heeft gezegd in 2014 weer deel te willen gaan uitmaken van het quotasysteem van de OPEC. Concurrerende landen willen nu wellicht dat dit sneller gebeurt, ook al zal Irak dan vragen om hogere quota ter weerspiegeling van zijn hoge niveau aan reserves.

De onderhandelingen zullen delicaat zijn. Irak zal de groei niet willen vertragen, maar de andere lidstaten, die veel moeten produceren om hun binnenlandse begrotingen in evenwicht te brengen, zullen niet staan te popelen om gehoor te geven aan de oproep tot compenserende beperkingen. Hoewel de recente prijsdaling iedereen met de neus op de feiten heeft gedrukt – en iedereen weet dat de OPEC sterker zal zijn als Irak binnenboord blijft – zijn pijnlijke aanpassingen nooit makkelijk.

en

Vertaling Menno Grootveld