List à la Michels

N et als Rinus Michels in 1988 staat Bert van Marwijk voor een duivels dilemma.

Na de nederlaag tegen Denemarken deden sommige internationals lacherig over de vergelijking met 1988. Dat ze erover begonnen is terecht, hun grijns was onterecht. Want inderdaad is de parallel opmerkelijk. Net als in 1988 verloor het Nederlands elftal zijn eerste wedstrijd van de EK-eindronde onverdiend. 24 jaar geleden werd Oranje verrast door een counter van de Sovjet-Unie, zaterdag door een verrassende Deense tegenstoot.

In beide gevallen wist Oranje creatief aanvalsvoetbal niet om te zetten in doelpunten. Zowel in Keulen als nu in Charkov deed Nederland veel goed — moet wel, anders creëer je niet zoveel kansen — maar trad bij de afronding slapjes op. Ook is het geroep om spits Klaas-Jan Huntelaar een verre echo van de smeekbeden om Marco van Basten in 1988.

Dus, grijnsden de internationals, kunnen we ook deze keer kampioen worden. Alles is nog mogelijk!

Zo is het precies. In zijn pogingen tot maximalisering van de kansen staat bondscoach Bert van Marwijk voor eenzelfde opdracht als Rinus Michels in 1988. Tegenover handhaving van een ingespeeld, en in grote lijnen goed functionerend elftal staat het verlangen naar nieuwe gezichten, naar het idee dat alles vanaf nu anders wordt.

Destijds in West-Duitsland besloot Michels tot het laatste. Hoewel John Bosman en John van ’t Schip hem zelden hadden teleurgesteld, moesten zij wijken voor de niet-fitte Van Basten en de als international weinig ervaren middenvelder Erwin Koeman. Tijdens het toernooi schafte Michels de vleugels af. Het vertrouwde 4-3-3 werd een soort 4-5-1.

Een gok die, zoals bekend, goed uitpakte. Een mix van bravoure, mazzel en briljante ingevingen van Van Basten bezorgde Nederland de eerste en tot nu toe enige titel.

Nu Van Marwijk. Onze man uit Deventer is geen avonturier. Sinds zijn aantreden in 2008 manifesteerde hij zich vooral als verfijner van de inboedel van zijn soms wat wispelturige voorganger Van Basten. Toch lijkt Van Marwijk een list à la Michels te moeten verzinnen.

Houdt hij vast aan het vertrouwde, hoe begrijpelijk ook, dan loopt hij kans dat spelers elkaar woensdag aankijken als verliezers: wij die het zaterdag niet deden, zullen het nu ook niet doen. Middenvelders zullen op het achterhoofd van spits Robin van Persie ‘kansenmisser’ zien staan. Het gevaar bestaat dat Nederland alles volgens de oude patronen zal doen, en opnieuw zal aarzelen bij de afronding. Dan is alles voorbij.

Een gokje dan maar? Tegen angstgegner Duitsland?

Het merkwaardige is dat ook de stijl van Nederland en Duitsland toch weer lijkt op die van 1988. Nederland offensief en kwetsbaar, en Duitsland… ja, waar is het laatstelijk zo bewierookte spielerische nou gebleven? In de wedstrijd tegen Portugal was er zaterdag weinig van te zien. Het Duitse gedraaf & gedoe deden antiek aan, net als de gevoelloze balbehandeling en de nauwelijks verdiende 1-0 zege.

Dat je dacht, daar zijn ze weer.

Zetten beide teams hun niveau voort, dan zal Nederland in Charkov beter zijn dan Duitsland. Maar beter zijn en winnen gaat in voetbal niet altijd samen. Er moet een knop om, zodat iets van het elan van Hamburg ’88 kan herleven. De vraag is of die knop in bestaande hoofden zit, of in nieuwe.

Huntelaar en Rafael van der Vaart – als vervanger van Mark old school van Bommel – zouden voor de gewenste verfrissing kunnen zorgen.

Zouden. Je weet het niet. Het is in grote trekken verstand versus gevoel. Geijkte tactiek versus een sprankeling nieuwe hoop die in feite een sprong in het diepe is.

Het cliché van zestien miljoen bondscoaches hebben we nu wel genoeg gehoord. Het komende etmaal is er één bondscoach, en hij staat voor een duivels dilemma.