Klijnsma's vakbeweging heeft geen naam of achterban

Jetta Klijnsma presenteerde gisteren haar definitieve plannen voor een nieuwe vakbeweging. De FNV-top is ontevreden, maar de leden hebben het laatste woord.

Een bond zonder naam, zonder voorzitter en vooralsnog zonder gemotiveerde achterban. Oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) presenteerde gisteren haar definitieve plan voor een nieuwe vakbeweging die op de fundamenten van de oude FNV moet herrijzen. Een vakbeweging die met één mond praat, een machtsfactor van betekenis is in het sociaal overleg met werkgevers en het kabinet en waar geen plaats meer is voor intriges en machtspelletjes. „Want de vijand zit niet binnen, maar buiten”, benadrukte ze bij de presentatie.

Maar voorafgaand aan die publieke presentatie kreeg ze de handen van de voorzitters van de 19 bij de FNV aangesloten bonden niet op elkaar. Klijnsma wil haast maken met die nieuwe vakbeweging. Op 23 juni wil zij een oprichtingscongres en tovert zij uit haar hoge hoed een tijdelijk voorzitter en een nieuwe naam. Want wat tot nu toe de De Nieuwe Vakbeweging (DNV) heette, kan de toekomst niet zijn. Want dat is een beschermde afkorting die al in gebruik is.

Maar een aantal voorzitters, met name die van de drie grootste bonden, ziet nauwelijks iets in Klijnsma’s haast. Ze hoorden gisteren haar uitleg aan, maar hielden daarna vast aan een eerder deze maand uitgewerkt compromisvoorstel van zeven kopstukken uit de FNV. Daarin wordt bepleit om dat oprichtingscongres en de benoeming van zo’n tijdelijk voorzitter voorlopig uit te stellen.

Klijnsma kwam gisteren met een plan dat op hoofdlijnen overeenkomt met haar schets die zij op 1 mei presenteerde. Die nieuwe beweging moet van en voor de leden zijn, met een direct gekozen voorzitter en een gekozen bondsparlement waar die voorzitter verantwoording aan aflegt. En om te voorkomen dat de twee grootste bonden, Bondgenoten en Abvakabo getalsmatig in dat parlement de meerderheid krijgen, moeten zij zich opsplitsen om te voldoen aan de maximale kiesdrempel (16 procent).

Bondgenoten en Abvakabo hebben al aangegeven dat zij niet meewerken aan een dergelijke versnippering van hun bolwerken. Zij zien een conglomeraat van 40 tot 50 bonden binnen die nieuwe vakbeweging ontstaan, zonder werkelijke macht of een gezicht naar buiten.

De overige bonden vrezen met Klijnsma’s plannen verlies van eigen identiteit en autonomie, met name door haar voorstel om de kleinere bonden fors te laten bijdragen aan gezamenlijke financiering van actiecampagnes. In het recente verleden waren dat vooral miljoenen verslindende campagnes rond de schoonmaak-cao of Malievelddemonstraties tegen bezuinigingen. Klijnsma wil daarvoor een ‘solidariteits- en investeringsfonds’ in het leven roepen. „Want”, zegt ze, „we willen solidariteit niet verkwanselen”. Maar de kleine bonden zien hun eigen begroting wankelen als zij daaraan moeten mee betalen.

Het wordt op 23 juni spannend hoeveel bonden Klijnsma meekrijgt op dat oprichtingscongres. Geprofileerde bonden als de ouderenorganisatie ANBO of de politiebond NPB hebben zich al eerder sceptisch uitgelaten over haar eerste concepten en het is maar de vraag of zij straks van de partij zijn. Klijnsma heeft nog één troef: zij zegt dat zij geen verantwoording aan de bonden, maar direct aan de leden zal afleggen. De vraag is of die haar wel steunen.

    • Jos Verlaan