Kamperen tijden het EK is in Polen vooral nog improviseren

Natte spullen hangen te drogen op de hekken rond het Gdansk Football Camp. Foto NRC / Niels Posthumus

Ik ontmoette onlangs de Spanjaard Rubén Diaz. Hij zag er vermoeid uit en zat met een paar vrienden ’s middags bier te drinken. Hij verbleef op de EK 2012 camping vlak achter het station van Gdansk, waar ik op bezoek was voor een reportage over kamperen tijdens het EK in Polen en Oekraïne.

Rubén had bijna niet geslapen, klaagde hij. Het had de nacht ervoor stevig geregend. Zijn tent had in een kuil gestaan. Alles nat.

Adela Skrok van de organisatie draaide er niet omheen. Ze hadden gedacht dat het terrein van de oude scheepswerf vlak was, gaf ze toe. Maar dat bleek niet zo te zijn. Ze lachte er even onschuldig als verontschuldigend bij. Ze zei:

“Voor ons is het ook de eerste keer dat wij zoiets organiseren in Polen. Het is tot nu toe steeds anticiperen geweest op nieuwe problemen.”

De ingang van het Gdansk Football Camp, vlakbij het station van de stad. Foto NRC / Niels PosthumusDe ingang van het Gdansk Football Camp, vlakbij het station van de stad. Foto NRC / Niels Posthumus

Weinig mensen, grote plannen

Het gebrek aan slaap is Rubén overigens nog tot daar aan toe. De dag dat ik hem ontmoette scheen de zon alweer. Zijn spullen zouden aan het eind van de middag wel weer droog zijn. Een grotere frustratie was dat er zo weinig te beleven viel op de camping. Er stonden weliswaar zo’n duizend koepeltentjes strak in gelid, maar de meeste waren leeg.

De plannen bleken desalniettemin groot. Zo vlak achter de officiële fanzone van Gdansk was het terrein een ideale plek voor afterparty’s, legde Adela me uit. De vervallen industriële omgeving zorgde er bovendien voor dat van overlast geen sprake kon zijn. Ze zei:

“We willen elke avond rond middernacht starten en dan doorgaan tot de laatste feestgangers vertrokken zijn.”

Er zouden bands worden ingevlogen - al was nog niet helemaal duidelijk welke. En die zouden gaan optreden in de aanpalende loods, of gewoon in de open lucht was - ook nog allemaal wat vaag.

Maar nogmaals, het was dus allemaal een beetje improviseren. Dat had Adela toch al uitgelegd?

Bijna verlaten camping in Gdansk. Een rij tentjes in het midden is verwijderd, omdat die in een kuil bleken te staan. Foto NRC / Niels PosthumusBijna verlaten camping in Gdansk. Een rij tentjes in het midden is verwijderd, omdat die in een kuil bleken te staan. Foto NRC / Niels Posthumus

Misschien zijn voetbalfans geen echte kampeerders

Ik vond dat improviseren eigenlijk wel charmant. En ik hoopte dus ook oprecht dat de positieve vibe die voelbaar was bij de organisatie, zou kunnen worden omgezet in een resultaat, in mooie nachtelijke feesten. Al zou die camping wel nooit vol komen, daar was ik vrij zeker van. Te slecht onder de aandacht gebracht. Te onzichtbaar vanaf de weg. Geen goede pr.

Of misschien zijn voetbalfans ook wel gewoon niet echt kampeerders bij uitstek. Die willen gewoon zuipen en dan daarna knock-out in een comfortabel hotelbed. Niet wij Nederlanders natuurlijk, met onze traditionele Oranjecampings, maar het Nederlands elftal speelt niet in Gdansk – tenzij we eerste worden in onze poule, dan spelen we er de kwartfinale, maar die mogelijkheid lijkt na het verlies van Denemarken nihil.

Nee, mijn hoop was gevestigd op de fans die vanuit de fanzone elke avond naar de stad stromen. Misschien zouden zij een kijkje komen nemen en blijven hangen. Ik nam afgelopen nacht uit nieuwsgierigheid de proef op de som. Maar helaas. Druk was het nog altijd bepaald niet op de camping. Ook nog geen bands te zien. En dan vertrekken Rubén en zijn vrienden vandaag ook nog eens.

    • Niels Posthumus