'Het mijden van risico's moet er bij corporaties worden ingestampt'

Niet alleen Vestia, maar veel corporaties hebben grote risico’s genomen met financiële producten. Ze weten er te weinig van, de controle is gebrekig en toch speculeren ze. „Dan kun je ook naar het casino gaan”, zegt financieel toezichthouder Jan van der Moolen.

Nederland, Den Haag , 9 mei 2012 Aan de wildenborghstraat is een braak liggend stuk grond waar eigenlijk gebouwd zou gaan worden door vestia aan eensgezinswoningen maar die plannen zijn voorlopig in de wacht gezet volgens een omwonende. De huizen aan de erasmusweg zijn zojuist opgeleverd. foto:Arie Kievit arie kievit/Hollandse Hoogte

Hij spreekt van „casinogedrag” en „middeleeuwse toestanden” bij woningcorporaties. Financieel toezichthouder Jan van der Moolen is verbaasd over de risico’s die sociale huisvesters de laatste jaren hebben genomen.

De directeur van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) hield een enquête onder bijna alle woningcorporaties die derivaten (rentecontracten) hebben: 156 van de in totaal 400. Bij tien corporaties, die niet bekend zijn gemaakt, is „diepgaander onderzoek” verricht. De resultaten werden gisteren openbaar.

Het was „recherchewerk”, zegt Van der Moolen. „Sommige bestuurders waren op zijn zachtst gezegd niet blij dat er kritisch naar hun zaken werd gekeken.”

Veel corporaties kennen de gevaren niet van de exotische producten die ze afnemen. Ze sluiten ze niet alleen af om zich te verzekeren tegen een rentestijging op leningen, maar ook omdat ze denken er juist winst mee te maken. Het ontbreekt aan risicomanagers en intern toezicht. En als de rente is gedaald, zoals nu, en banken meer onderpand eisen op de contracten is er geen geld.

Het zijn in wezen dezelfde fouten als bij Vestia zijn gemaakt. De schade telt alleen minder nullen.

Van der Moolen zei eerder dit jaar dat hij niet het gevoel had dat hij als financieel toezichthouder had „gefaald”. Het CFV controleert jaarverslagen achteraf, het monitoren van derivaten doet het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Wel zei hij destijds dat het CFV „iets minder naïef” had moeten zijn. „We hebben even te weinig aandacht gehad voor het vraagstuk van de derivaten.”

U trekt harde conclusies in het rapport. Veel woningcorporaties doen zaken die ze helemaal niet aankunnen.

„Als ik heel eerlijk ben, is het merendeel van de corporaties vergelijkbaar met het midden- en kleinbedrijf. Er zijn maar een paar hele grote corporaties, vijftien van de vierhonderd. Ze krijgen financiële producten voorgezet, waarvan ze als maatschappelijk ondernemers zouden moeten zeggen: ‘Nee, die wil ik niet. De risico’s zijn te groot, ik heb er te weinig kennis van’. Maar corporaties kiezen toch voor risicovolle contracten, ongetwijfeld verleid door prachtige formuleringen. Ze zijn eigenlijk bezig met renteoptimalisatie, maar dan kun je ook naar het casino gaan.”

Bijna alle corporaties met derivaten, 94 procent, handelt vanuit een ‘rentevisie’. Ze sluiten derivatencontracten af op basis van een renteverwachting. Is dat niet gewoon speculeren?

„Ja en nee. Vergeet niet: tien jaar geleden waren er elke week wel seminars en symposia waarop mensen riepen: ‘Kijk, ik heb een rentevisie’. Dat was algemeen geaccepteerd. Nu kun je beter beginnen met: ‘Ik heb géén rentevisie’. We zitten ook in een uitzonderlijke periode met een fors afwijkende rente die niemand had kunnen voorspellen. Niet dat het zo lang zou duren, zeker niet dat de rente zo laag zou zijn. Maar goed, de vrije markt is niet de grote verklaring hier. Corporaties moeten zich veel meer bewust worden van de risico’s. Dat besef moet er echt tot in de genen ingestampt worden.”

Tussen 2010 en 2011, in één jaar tijd, is het derivatenvolume in de sector gestegen met 20 procent tot bijna 18 miljard euro. Hoe kon dat gebeuren?

„Corporaties geven zelf aan dat het op dit moment moeilijk is om lange leningen te krijgen. Dat ze zich wel voor een langere periode tegen een rentestijging op leningen willen verzekeren, is voorstelbaar. Daarnaast hebben corporaties ook allerlei mooie aanbiedingen gekregen van sommige banken. Iets soortgelijks zagen we na de val van de bank Lehman Brothers in de Verenigde Staten in 2008. Projectontwikkelaars in Nederland zagen de crisis aankomen en bleken ineens heel bereidwillig om zaken te doen met corporaties. Hetzelfde zie je nu met derivaten.”

Maar in 2008 zijn verschillende corporaties ook al in nood gekomen omdat ze moesten bijstorten aan banken.

„In 1994 kwamen corporaties in Nieuwegein en Enschede al in opspraak door speculatie met opties. In 2002 is er in de Tweede Kamer over het treasury-beleid gedebatteerd naar aanleiding van een corporatie in Amstelveen. Bijna iedereen die op dit moment een leidinggevende rol heeft bij een corporatie heeft die affaires meegemaakt. Dan vraag je je toch af: hoe kan dit nu opnieuw gebeuren? Op de één op andere manier lijken we heel weinig te leren van het verleden.”

De corporaties Portaal en Wooninvest zijn onder verscherpt toezicht gesteld. Gaan er corporaties omvallen?

„Wat mij betreft niet op dit moment. Maar de vraag is welke corporaties de volgende stresstest eind deze maand doorstaan. Bij die clubs zelf is er ook een verhoogde staat van paraatheid, hoor. De commissarissen zijn zich enorm bewust van het risico, de bestuurders, de treasurers. Het vraagt volledige inspanning van alle geledingen in de organisatie.”

Zijn meer corporaties, behalve Vestia, aan het onderhandelen met banken over de afbouw van hun derivaten?

„Mijn inschatting is dat nogal wat corporaties praten met banken of ze niet een ander arrangement kunnen krijgen. Zeker de afgelopen weken is de rente met een enorm tempo gedaald en zijn de tekorten gestegen. Bijna iedere keer als je ’s ochtends wakker wordt, denk je: ‘Hemel nee, niet nog een keer’. Bij Vestia stegen de tekorten met een paar honderd miljoen euro in een paar dagen tijd.”

Meerdere corporaties werken met tussenpersonen die verdienen aan transacties met banken. Het CFV adviseert hier „zeer terughoudend” mee te zijn. Hebben meer tussenpersonen een verdachte rol gespeeld, zoals bij Vestia?

„Ik weet het niet. We hebben alle corporaties wel gevraagd: werk je met tussenpersonen? Weet je hoe de betalingen zijn verlopen? Of er mogelijk smeergeld is betaald? Tot mijn verbazing blijkt uit het onderzoek dat een aantal corporaties tussenpersonen in het transactieproces heeft geïntroduceerd, terwijl de contacten met banken er al wáren. Dat zijn voor mij onbegrijpelijke dingen. Bank en corporatie hebben al een communicatielijn, er wordt een deal afgesloten en vervolgens komt er een tussenpersoon bij. Waarom gebeurt dat nou?”

Zoals het ook bij Vestia zou zijn gegaan. Treasurer Marcel de V. wilde alleen zaken doen via Arjan G., zeggen anonieme bronnen.

„Ik heb nog niet alle stukken zwart op wit gezien. Maar het is voor mij in ieder geval onbegrijpelijk.”

Om welke corporaties gaat het?

„Geen commentaar.”

Zijn tijdens het onderzoek meer ongewone zaken naar voren gekomen?

„We hebben gesprekken gevoerd met sleutelfiguren bij corporaties, om te kijken of iedereen zuiver in zijn rol zat. In het treasury-statuut van één corporatie stond dat de raad van commissarissen de mogelijkheid had om een accountant tijdelijk lid te maken van de treasury-commissie. Verbijsterend. Een zodanige vermenging van rollen dat ik denk: ‘Dat móet niet kunnen’. De commissarissen zijn opdrachtgever van de accountant. De accountant is er om te controleren en díe laat je dan plaatsnemen in het besluitvormingsproces. Je komt meer van dit soort – wat mij betreft – Middeleeuwse toestanden tegen.”

Er is nog nauwelijks wetgeving rond woningcorporaties en derivaten. Wat moet er verboden worden?

„Daar wordt op dit moment over nagedacht. De huidige wetgeving is te abstract en te vaag. Ga er maar vanuit dat er een streep komt te staan onder allerlei risicovolle, exotische producten. Er zullen ook striktere eisen worden gesteld aan de verslaglegging in jaarverslagen en verantwoordingen. En verder gelden corporaties volgens allerlei financiële regels al snel als professionele organisaties op basis van hun omvang, omzet, balanstotaal. Van mij mogen we de bewijslast omdraaien: op het punt van derivaten zijn corporaties geen professionele partijen, tenzij zij dat zelf kunnen aantonen.”

Hoe wordt het financiële toezicht op de corporatiesector verbeterd?

„Als de Tweede Kamer de Woningwet nog voor het zomerreces kan herzien, dan gaat het CFV verder als de Financiële Autoriteit Woningcorporaties. Dan krijgen we meer bevoegdheden. We kunnen corporaties aanwijzingen geven en een dwangsom opleggen: twee dingen die andere toezichthouders wel hebben en die het CFV de afgelopen tien jaar niet had. De commissie van wijzen die minister Spies (Binnenlandse Zaken, red.) heeft ingesteld zal ongetwijfeld met een aantal verstandige aanbevelingen over het interne en externe toezicht komen. En er ligt nog het voorstel voor een parlementaire enquête die mogelijk tot veranderingen gaat leiden. Maar dan ben je weer een aantal jaren verder.”

Wat gaat er allemaal naar boven komen in die parlementaire enquête?

„Ik vermoed dat een heleboel dingen al bekend zijn. Maar de winst van zo’n onderzoek is, dat het in de openbaarheid gebeurt. Je zag het ook bij de enquête over prijsafspraken in de bouw in 2002. Ook dingen die mensen al weten, kunnen nog verbazen.”

Eppo König

    • Eppo König