Haperende, militaire machinerie

Révolution van Olivier Dubois. Gezien: 11/6, Amsterdam. Inl: hollandfestival.nl

Een vleugje Rosas danst Rosas van Anne-Teresa De Keersmaeker, een snufje Lines en Föld van Krisztina de Châtel, overgoten met een licht conceptueel sausje. Dat is Révolution (2009) van choreograaf Olivier Dubois. Hij laat, op het ritme van de kleine trom uit Maurice Ravels Boléro, ruim twee uur lang elf zwart geklede danseressen om evenzoveel palen ronddraaien. Gewoon, rechterhand aan de paal, in zes passen cirkelen ze, eindeloos.

Pas na een half uur hapert de menselijke machinerie voor het eerst. Een paar danseressen vertragen, pakken het ritme weer op, en gaan onverstoorbaar voort. Met gestrekte arm, ontspannen arm, gehoekte arm, linkerarm aan de paal, ze zwenken en hangen, leunen en botsen, om telkens weer op hun patroon van zes passen terug te vallen. Telkens ontstaan kleine variaties en verschuivingen, lange tijd echter zonder consequentie, zodat het verwachtingspatroon en het geduld van de toeschouwer flink op de proef worden gesteld.

Dubois ziet Révolution als een industrieel object, een soort mars waardoor een militaire associatie voor de hand ligt. De herhaling veroorzaakt echter geen theatrale zuigkracht maar onverschilligheid. Die slaat al toe ver voordat de krachtige finale losbreekt. Jammer, want dan onthult de vermoeidheid de individualiteit van de danseressen, dan ontspoort de helse machine. Als dat drie kwartier eerder was gebeurd, was het effect waarschijnlijk groter geweest.

    • Francine van der Wiel