Eindelijk een Nederland-Duitsland waarbij het bloed uit je hoofd wegtrekt

Als Bild ons in de zeik neemt, is het echt begonnen. Een grote foto van warmlopende Nederlanders in de krant vandaag waarop alleen Jetro Willems lacht. Daaronder de tekst: daar wordt al aan de reis naar huis gedacht!

Duitse humor.

Van mij mag alles er weer bij worden gehaald. Dat we er toch weer in waren getuind, in 1974. Dat het zo’n goed stel was, toen, die avond in Hamburg in 1988. Dat Rijkaard die volle klap speeksel in dat vieze permanentje van Rudi Völler legde. Die Lama, zoals Duitsers hem tot de dag van vandaag noemen. We hebben namelijk alles nodig om te winnen morgenavond.

Bij mij begon het vanochtend. Een soort spanning in de onderbuik die ik zelden nog bij een voetbalwedstrijd voel. Ik had het voor het laatst voor de WK-finale twee jaar geleden. Een soort alles-of-niets-gevoel. Krakers van wedstrijden, zeldzaam in zijn soort. Wedstrijden ook die je geheugenkaart op gaan en zich nooit naar de prullenmand laten slepen.

Maar terwijl ik op die geheugenkaart speurde, vond ik nergens een allesbeslissende Nederland – Duitsland die ik met mijn volle verstand en volle beleving had meegemaakt. In 1988 was ik zeven. Ik mocht, nee, ik móest die avond opblijven van mijn vader. En ik heb die avond vooral met heel veel verwondering gekeken naar de man die mij verwekte. De altijd zo rustig, bescheiden, kalme en uiteraard alwetende vader liep rood aan van de spanning. Schold iedereen met een wit shirt uit voor dingen die ik juist nooit hardop mocht zeggen. En die lieve buurman! Had het de hele dag over moffen. En over een oorlog lang geleden. Ik was compleet in de war.

http://www.youtube.com/watch?v=3E6jVIy9GJ8&list=PLBEA11E7A5BC8E2F5&index=10&feature=plpp_video

De ontlading op die zomeravond in 1988 was bij ons in de straat ook vele malen groter dan na het winnen van de EK-titel een paar dagen later. Bij mijn vader was ein-de-lijk de onmenselijke kater van 1974 weggespoeld. En ik? Ik maakte me drukker om het volkrijgen van mijn Panini-plaatjesboek. Ik kocht namelijk wéér Adri van Tiggelen. Daar had ik er al vijftien van.

Kortom, ik heb zo’n Nederland-Duitsland nooit heel bewust meegemaakt. Een avond waarop het bloed uit je hoofd wegtrekt. Waarop er gevoelens loskomen die duidelijk maken dat voetbal veel meer is dan een spelletje. Een avond die onderdeel gaat uitmaken van ons collectieve geheugen. Waar ze in 2035 een aflevering van Andere Tijden over maken.

En alles in mijn lichaam geeft aan dat er zo’n avond aan zit te komen. Ik heb vanmiddag anderhalf uur over een broodje Oekraïense ham gedaan. Ik staar soms minutenlang in het luchtledige. Ik heb een spanning in mijn buik alsof ik morgen Barack Obama live op CNN moet interviewen.

Morgen is het er op of er onder. We kunnen niet meer terug, winnen is de enige optie. En als ze mij in 2035 vragen waar ik was, die 13e juni 2012, dan kan ik met een serieuze, innemende en apetrotse blik zeggen: ik was er bij. Toen.