De mandolines vliegen laag dit jaar

Tussen al het miljardengeweld van de jongste euroreddingspoging in Spanje zou je het bijna vergeten, maar er is nóg een land dat op het punt staat steun aan te vragen. De minister van Financiën van Cyprus, Vassos Shiarly, zei gisteren dat een noodlening voor het land „uitzonderlijk urgent” was.

Cyprus, van oudsher een eiland waar het internationale kapitaal een heenkomen zoekt, heeft een bankensector als een waterhoofd: 7,5 maal zo groot als de omvang van de economie. En als één van die banken dreigt om te vallen, dan is het meteen flink mis.

De bank in kwestie is de Cyprus Popular Bank, die een emissie heeft lopen om 1,8 miljard euro aan nieuw aandelenkapitaal op te halen. Loopt die emissie op 30 juni af zonder dat er voldoende geld is opgehaald, dan zal de overheid moeten inspringen. En dat laatste is zo goed als onmogelijk.

Een geval van huis-tuin-en-keuken-redding, zou je zeggen. Maar een tweetal precedenten zorgt er voor, dat de operatie anders verloopt dan veel Europese medelanden graag zouden zien. Allereerst is er de redding van Spanje. Het is nu mogelijk om een steunoperatie te beginnen met Europees geld zonder dat de ‘mannen in het zwart’ meteen binnenlopen om de overheid binnenstebuiten te keren en tot op het bot te controleren.

Dat gebeurt nu in Spanje, waar de bankenredding via een apart Spaans steunfonds, het Frob, verloopt en strikt gezien niet via de centrale overheid. Die blijft uiteindelijk natuurlijk wel verantwoordelijk voor de terugbetaling van de steun, en dat was een van de belangrijkste redenen dat de financiële markten gisteren niet reageerden als was gehoopt.

Het andere precedent voor Cyprus is Ierland. Dat werd groot door massale investeringen van het internationale bedrijfsleven, dat gelokt werd met een zeer lage vennootschapsbelasting van 12,5 procent. De rest van de eurolanden wilde dat tarief, als voorwaarde voor steun, graag omhoog zien gaan, maar Ierland hield voet bij stuk. Dat zal Cyprus ook proberen. Het tarief voor de vennootschapsbelasting is daar maar 10 procent.

Cyprus hoort, met een begrotingstekort van maar 3,4 procent en een staatsschuld die nu rond de 70 procent van het bbp zal liggen, tot de categorie landen waar de banksector de staat heeft meegesleurd. Net als Ierland en Spanje.

Belangrijk is het niet: zelfs een volledige reddingsoperatie voor het eiland zal maximaal 4 miljard bedragen. Maar let op: in Ierland is al met enige afgunst gereageerd op de Spaanse actie van afgelopen weekeinde.

Waarom kwamen de Ieren volledig onder curatele, terwijl Spanje vooralsnog wegkomt met een redding die het beleid van Madrid zelf goeddeels ongemoeid laat? Mocht Cyprus een zelfde weg kunnen bewandelen en alleen steun voor zijn banken krijgen, dan worden de Ierse bedenkingen alleen maar begrijpelijker.

Tel daar bij op dat Griekenland, als het linkse Syriza zondag de parlementsverkiezingen wint, vol zal inzetten op heronderhandelingen over zíjn reddingspakket en het deksel is van de doos.

Nu kan het nog zijn dat Cyprus het droog houdt, maar die kans wordt met de dag kleiner. Een nieuwe chaos in Griekenland zal het eiland wederom meeslepen – want de oorspronkelijke Griekse crisis is via de Cypriotische banksector aan de belangrijkste wortel van het probleem.

Zaterdag 30 juni is de deadline voor de herkapitalisatie van de Cyprus Popular Bank. En het kan toeval zijn, maar op de dag daarna begint het Cypriotische voorzitterschap van de Europese Unie. Chaotisch? Telkens als je denkt dat de eurocrisis niet complexer kan worden, speelt die het toch weer klaar.

Maarten Schinkel