De laatste nazi's

Dat is inderdaad raar. Een ‘gezochte’ oorlogsmisdadiger wiens woonadres je zo op internet kunt vinden.

Onderzoeksjournalist Gideon Levy vertelt mij dat hij op 4 september 2011 een bericht las over SS’ er Klaas Carel Faber. Die was die dag bovenaan de lijst gezet van de meest gezochte oorlogsmisdadigers.

„Ik tikte zijn adres in op Google Maps”, zegt Levy. „Ik hoefde alleen maar in de auto te stappen en binnen zeven uur stond ik voor zijn deur in Ingolstadt, Duitsland.”

Die verbazing spoorde hem aan een zesdelige tv-serie te maken, De laatste nazi’s (18 juni, Nederland 2), waarin hij onderzoekt waarom Nederlandse oorlogsmisdadigers ongemoeid hun laatste dagen in Duitsland kunnen slijten.

Gisteren was de persviewing in bioscoop Het Ketelhuis. Eregast was oud-verzetsstrijder Jan van Hulst. Honderd en één jaar oud. Nooit van hem gehoord, maar, zo las ik later op Wikipedia, dit was dus een man die honderden joodse baby’s en kinderen had gered. Honderden.

Klaas Carel Faber overleed 24 mei. Levy zocht hem nog net op tijd op. Maar de SS’er kreeg hij niet te spreken, wel zijn vrouw. Levy: „De meeste van deze oorlogsmisdadigers zullen vredig in hun bed sterven. Het is niet anders.”

Levy laat in zijn serie zien hoe Faber zijn straf heeft kunnen ontlopen door stroperige bureaucratie en vaag politiek gekonkel dat zijn uitlevering aan Nederland onmogelijk maakte.

Het is geen opwekkend materiaal. Je denkt vaak: „Laat die bejaarde nazi’s toch ook zitten, je krijgt ze toch niet uitgeleverd.” Levy kon dat alleen maar beamen. Maar het blijft wringen: ‘gezochte’ oorlogsmisdadigers, bij wie je zo kunt aankloppen als je wilt.

„Er is nog een oorlogsmisdadiger op vrije voeten, Siert Bruins, en die woont nog veel dichterbij” zei Levy. „Drie uur rijden.”

Levy had hem ook opgezocht. En zelfs gesproken. Bruins bleek nog kwiek en helder. Hij had het over zijn salaris – honderd gulden per maand – dat hij voor de oorlog verdiende, en de tweehonderd mark die hij daarna in Duitsland verdiende – een flinke verbetering van zijn levenskwaliteit.

Journalist Arnold Karskens, die van de jacht op oorlogsmisdadigers zijn levenstaak heeft gemaakt, was verontwaardigd dat Faber zo lang in vrijheid kon leven. Op zijn site schrijft hij: „De rechtsstaat bestaat blijkbaar niet als het aankomt op de bestraffing van oorlogsmisdadigers.”

Één Nederlandse oorlogsmisdadiger, Heinrich Broere, zit wel een levenslange gevangenisstraf uit. Maar een veelvoud daarvan kon je alleen maar „tot in de hel vervloeken”, zoals verzetsheld Jan van Hulst beweerde nog altijd te doen.

PS. In mijn column over Mohamed G., afgelopen donderdag 7 juni, zijn twee fouten geslopen. Mohamed G. is één keer acteur geweest op de site munt.nu, maar is geen initiatiefnemer. De woorden „zich geen tweederangsburger te voelen”, en „bijdragen aan de Nederlandse samenleving”, die ik per abuis aan Mohamed G. toeschreef, zijn van de echte initiatiefnemers van munt.nu.

    • Hassan Bahara