De achteraffout

Ik heb de dagboeken van mijn oudoom gevonden. Hij emigreerde in 1932 uit Lenzburg in Zwitserland naar Parijs om zijn geluk in de filmindustrie te beproeven. In augustus 1940 – een maand na de Duitse bezetting van Parijs – noteert hij: ‘Hier gaat iedereen ervan uit dat ze tegen het eind van het jaar vertrokken zijn. Dat zeggen ook Duitse officieren tegen mij. Zo snel als Frankrijk is gevallen, zal ook Engeland vallen. En dan leiden we weer gewoon ons eigen Parijse leventje – zij het als deel van Duitsland.’

Wie nu een geschiedenisboek over de Tweede Wereldoorlog openslaat, wordt met een heel ander verhaal geconfronteerd. De vierjarige bezetting van Frankrijk lijkt dan volgens een strenge oorlogslogica verlopen te zijn. Achteraf doet het feitelijke oorlogsverloop zich voor als het meest waarschijnlijke van alle mogelijke scenario’s. Waarom? Omdat we het slachtoffer zijn van de achteraffout.

Wie nu de economische prognoses van het jaar 2007 terugleest, verbaast zich erover hoe positief de vooruitzichten voor de periode 2008-2010 toen uitvielen. Een jaar later, in 2008, stortte de financiële markt in. Gevraagd naar de oorzaken van de financiële crisis, antwoorden diezelfde deskundigen nu met een logisch verhaal: vergroting van de hoeveelheid geld onder Greenspan, soepele verstrekking van hypotheken, corrupte ratings agencies, geen strikte voorschriften voor eigen kapitaal enzovoort. De financiële crisis lijkt achteraf volkomen logisch en onontkoombaar. En toch heeft geen enkele econoom – en er zijn er wereldwijd ongeveer een miljoen – het precieze verloop voorspeld. Integendeel, zelden is een groep deskundigen zozeer de achteraffout ingegaan.

De achteraffout is een van de hardnekkigste denkfouten die er zijn. We kunnen hem raak omschrijven als de ‘ik-heb-het-altijd-al-gezegd-houding’: achteraf lijkt alles alleen maar op die ene, begrijpelijke manier verlopen te kunnen zijn.

Een CEO die door gelukkige omstandigheden succes heeft, schat de waarschijnlijkheid daarvan achteraf veel hoger in dan die objectief gezien was. Commentatoren vonden Ronald Reagans reusachtige overwinning op Jimmy Carter in 1980 achteraf heel begrijpelijk, ja onontkoombaar – hoewel de verkiezing tot een paar dagen voor de beslissende dag een dubbeltje op zijn kant was. Economieverslaggevers schrijven dat de dominante positie van Google onafwendbaar is geweest – hoewel ze stuk voor stuk hadden geglimlacht als iemand in 1998 de start-up een dergelijke toekomst had voorspeld.

Waarom is de achteraffout zo gevaarlijk? Omdat we aannemen dat we betere voorspellers zijn dan we in werkelijkheid zijn. Dat maakt ons arrogant en verleidt ons tot verkeerde beslissingen. En dat geldt al helemaal bij ‘theorieën’ over ons privéleven: ‘Heb je het gehoord? Sylvia en Klaus zijn uit elkaar. Dat kon alleen maar misgaan, zo verschillend als die twee zijn.’ Of: ‘Dat kon alleen maar misgaan, zoveel als die twee op elkaar lijken.’

Het is niet gemakkelijk de achteraffout te voorkomen. Onderzoeken hebben uitgewezen dat mensen die ervan op de hoogte zijn, net zo vaak in de val trappen als ieder ander. Toch nog een tip, meer uit persoonlijke dan uit wetenschappelijke ervaring: houd een dagboek bij. Schrijf uw voorspellingen op – over de politiek, uw carrière, uw lichaamsgewicht of de beurs. Vergelijk uw aantekeningen van tijd tot tijd met de werkelijke ontwikkeling. Het zal u verbazen hoe slecht u kunt voorspellen.

De Zwitserse schrijver Rolf Dobelli schrijft wekelijks over denkfouten. Binnenkort verschijnt bij De Bezige Bij van zijn hand De kunst van het heldere denken. 52 denkfouten die u beter aan anderen kunt overlaten