Dan 2-1, finale, proost, amen!

Op bezoek in de Orionstraat, de ‘mooiste Oranjestraat van Nederland’, met oranje ‘neukkleedjes’ in de voortuinen. Twee dagen na de nederlaag tegen de Denen bezocht ik met fotograaf Jan Dirk de Orionstraat in Amsterdam-Noord, door RadioNL uitgeroepen tot ‘mooiste Oranjestraat van Nederland’. De eerste bewoner die we tegen kwamen was Michel van Veen (44), een

Op bezoek in de Orionstraat, de ‘mooiste Oranjestraat van Nederland’, met oranje ‘neukkleedjes’ in de voortuinen.

Twee dagen na de nederlaag tegen de Denen bezocht ik met fotograaf Jan Dirk de Orionstraat in Amsterdam-Noord, door RadioNL uitgeroepen tot ‘mooiste Oranjestraat van Nederland’. De eerste bewoner die we tegen kwamen was Michel van Veen (44), een totaal oranje man met een oranje pruik op het hoofd. Hij ging zijn vrouw roepen, die kwam naar buiten met twee met oranje crêpepapier versierde honden en de oranje vriendin van de zoon die „helaas aan het werk” was.

Michel zei dat hij de hele maand oranje bleef. Vroeger was hij alleen oranje op dagen dat Nederland speelde, maar dat vond hij bij nader inzien „te beperkt”. De rest van de straat dacht er volgens hem ook zo over, behalve de overburen van nummer 42. Er was met ze gepraat, want zoals hun huis nu was – helemaal niks oranjes – kon het echt niet.

Michel: „Ze snappen het nu.”

Michel vond zichzelf geen voetbalsupporter, hij vond het gezellig als iedereen oranje was.

„Eenheid en verbroedering.”

Dat Nederland van Denemarken had verloren was erg, maar erger vond hij het dat hij vanwege een ziekenhuisopname de prijsuitreiking voor de mooiste Oranjestraat had gemist. „Remia kwam langs. Ze hebben allemaal kipkluifjes, frikadellen, bitterballenpakketten en oranje Remia-vlaggetjes gehad. Toen ik thuiskwam was het op.” Hij knikte hierbij veelbetekend richting zijn echtgenote, een vrouw met een gewichtsprobleem.

We inspecteerden de straat.

Naast de oranje huizen, de oranje auto’s en de oranje mensen vielen vooral de oranje ‘neukkleedjes’ in de voortuinen op. „Er is nog niet op geneukt, dat lag denk ik aan het weer”, vertelde Gerrie Ruijmgaart, die een paar jaar geleden bekend werd als pater familias van aso-gezin ‘de Tokkies’ en nu met een van zijn dochters in de Orionstraat woont. Hij had – „dankjewel Remia” – drie rijpe puisten op het voorhoofd, maar was de afgelopen jaren „goed afgeslankt”.

Daarna: „Herken je me nog van de televisie? Herken je me nog?”

We herkenden.

„Ja, zeventig kilo afgevallen.”

Hij droeg een oranje Heineken-shirt en gaf zijn visie op het toernooi. Kut-Van Persie mocht eruit worden getrapt en Duitsers moesten hun bek houden anders lieten we Robben los. „En dan 2-1, finale, proost, amen!”

Z’n oranje dochter gaf mediavoorlichting aan wat buurtbewoners. „Als de televisie komt, maakt niet uit wat je doet, ze knippen alles eruit behalve als je voor lul staat. Geloof mij.”

Daarna: „We gaan de moffen met 2-1 verslaan.”

Vader Gerrie: „Ik zeg ook 2-1.”

Zijn dochter: „Jij moet je bek houden, je zei ook dat Denemarken 6-0 werd.”

Vader Gerrie: „Hou zelf je bek.”

De dochter sprong bij vader op de rug.

Een overbuurvrouw, van wie we de naam voor de verandering maar even niet noteerden: „Het zijn net leeuwtjes. Ze zijn speels, maar niemand heb hier last van ze. Ik heb alleen maar last gehad van vieze Denen.”

Editie NL van RTL arriveerde.

Ze zetten een tafel op straat voor de verkiezing van ‘de beste Oranje-gadget’ en vroegen om vrijwilligers die op straat wilden schreeuwen. Die waren snel gevonden. Als beloning kregen alle oranje bewoners een leeuwenmotorklepklever voor op de auto.

Er arriveerde een oranje man op een oranje motor. Hij verwoordde het Oranjegevoel: „Normaal sla je ze op de bek als ze tafels op straat zetten, maar nu is het voor oranje en dat ben ik ook.”

Ik vroeg of hij nog hoop had op een goede afloop van het toernooi. De vraag werd beantwoord met „Hoezoooo?!”.

„Nou de Denen…”

Er was met de buren van 42 gepraat, want zoals hun huis was – helemaal niks oranjes – kon het echt niet

„Ja, en dan?”

„Nou, de Duitsers.”

„Flikker lekker op! Kutvragen! Van Marwijk moet nadenken. De Hunter erin!”

Rondom het tafeltje met Oranjegadgets werd op commando geschreeuwd en raar gedaan. Presentatrice Annemarie Landman zei dat er gespeeld mocht worden, mits de gadgets niet gestolen of stukgemaakt werden. „Sommigen moeten nog terug naar de leverancier.”

De bewoners ging aan de slag met oranje pruiken, oranje vleugels, geluksvogeltjes en kratten bier waarvan stoelen gemaakt konden worden. De cameraman: „Goed zo Gerrie, wapper maar met je vleugels.”

We zagen Gerrie met een sigaret in de mond door de straat huppelen, terwijl hij met de vleugels wapperde.

Een oudere vrouw, ze werkte bij een bakkerij, kwam even zeggen dat ze bij iedere overwinning van Oranje weer een nieuw Oranje-attribuut aantrok. „En dan hoop ik voor alle buurtjes dat ze winnen, want als ze verliezen gaat er wat uit…”

Een als leeuw verkleedde jongen: „Gadverdamme, daar wil ik echt niet op!”

Toen de bewoners van de Orionstraat klaar waren met spelen – ‘The fist of Holland’, een grote hand waar een fles bier in past was het leukst – namen twee ‘deskundigen’ plaats achter de tafel.

Reclameman Frank de Bruijn vond ‘The fist’ „een leuke, mannelijke gadget”, maar de Oranjegeluksvogeltjes waren nog leuker.

Na afloop werd hij hierop aangesproken door diverse buurtbewoners. Hij dacht dat het een persconferentie was. „Ik heb nog een leuke quote: ‘De Oranjebarometer is nog lang niet op het niveau van 2010’.”

Een verkeerde opmerking op de verkeerde plaats. Hij haastte zich naar de auto, anders kreeg hij geluksvogeltjes en The fist of Holland in zijn reet.

    • Marcel van Roosmalen