Café Binnenhof

Zorginstellingen werken samen met bierfabrikanten in hun voorlichting over drank. En de overheid houdt de leeftijdsgrens halsstarrig op 16 jaar.

Lineke Nieber & Ingmar vriesema

31-8-2011 Almere Nederland. tijdens een introductie van studenten aan de hogeschool wordt een groot blad met tientallen bekertjes bier, biertjes, plastic glas, glazen, uitgedeeld. foto Herman Engbers Herman Engbers/Hollandse Hoogte

Eén van de grootste instellingen voor verslavingszorg in Nederland, Bouman GGZ, heeft een nieuw tijdschrift: Leef & Geniet. Het eerste nummer verscheen eind vorig jaar.

Wat erin staat? Een interview met de directeur van Heineken. En vrolijk makende feiten over bier: dat het voor 93 procent uit water bestaat. Dat bier mogelijk een lager risico op hart- en vaatziekten geeft. Dat het de vitaminen B2, B3, B4, B6 en B11 bevat. De boodschap, kortom: zolang u verantwoord met drank omgaat – en niet drinkt onder de zestien jaar – dan is bier lang zo slecht nog niet.

Die boodschap is geen toeval.

Het blad is namelijk gemaakt in samenwerking met Heineken. De kosten worden gedeeld, en ook de inhoud van de artikelen werd gezamenlijk bedacht. Het blad heeft een oplage van 10.000 exemplaren. Het ligt in de regio Zuid-Holland bij huisartsen, diëtisten en fysiotherapeuten.

Waarom wil een gezondheidsinstelling samenwerken met een drankfabrikant? Bouman-directeur Sjef Czyzewski geeft toe dat het geen voor de hand liggende keuze is: „We zagen Heineken altijd als de vijand!”. Toch vindt hij het verdedigbaar. „Heineken en Bouman GGZ hebben een gezamenlijk belang. Het voorkomen dat jongeren te jong beginnen met alcohol drinken.” Bovendien zegt Czyzewski: „Via de dialoog kan ik Heineken beïnvloeden.”

Dat Heineken wil samenwerken klinkt logischer. Maar wat is de gedachte achter het gehamer op ‘verantwoord’ alcoholgebruik? Een bierbrouwer wil toch drank verkopen? Met andere woorden: wat is de strategie van drankfabrikanten in Nederland?

In de eerste plaats is het belangrijk te weten wat de regels in Nederland zijn. Want die zijn in vergelijking met een aantal andere Europese landen soepel. Zo is het kopen van alcohol al toegestaan vanaf zestien jaar. Verder is er geen minimumprijs voor alcohol. En ook voor reclame geldt alleen een wettelijk verbod op uitzenden tussen 6.00 uur ’s ochtends en 21.00 uur ’s avonds. De regels voor de inhoud van reclames en de naleving ervan bedenkt en controleert de branche zelf (zelfregulering).

Wat gelijk opvalt wanneer je met mensen uit de alcoholbranche praat, is dat zij benadrukken dat het de goede kant op gaat in Nederland: de meerderheid drinkt normaal.

Zij pleiten – soms zelfs in letterlijk dezelfde bewoordingen – voor het handhaven van de huidige regelgeving, al neemt jaar na jaar het aantal jonge ‘comazuipers’ toe. Strengere regels om alcoholmisbruik aan te pakken, zeggen zij, hebben (nu nog) geen zin.

En diezelfde argumenten hoor je in de Tweede Kamer terug. Neem de leeftijdsgrens van zestien. Al jaren is een meerderheid van de Tweede Kamer net als de alcoholbranche tegen het verhogen van die grens naar achttien jaar – al heeft het CDA twee weken geleden haar standpunt aangepast. Terwijl de Gezondheidsraad, onafhankelijk adviesorgaan voor kabinet en Kamer, al tijden pleit vóór die verhoging. Ook talloze medici, het Trimbos Instituut en GGD Nederland zijn vóór. Want jongeren die alcohol drinken beschadigen hun hersenen – die nog in de groei zijn. Toch blijft de grens voor het kopen van alcohol steken op zestien, ook in de nieuwe Drank- en Horecawet die op 1 januari 2013 van kracht wordt.

Dat deze terughoudendheid van de politiek alleen toe te schrijven is aan de invloed van de drankindustrie, is natuurlijk niet zomaar te zeggen. Wél is het duidelijk dat er zeer actief gelobbyd wordt door deze sector.

Fabrikanten organiseren bijvoorbeeld veel debatten in Den Haag. En dan niet op ministeries, nee: in de kroeg. Neem afgelopen april. AB-Inbev, de brouwer van Dommelsch en Hertog Jan, huurde een Haags café af en nodigde een tiental gasten uit. ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind kreeg een uitnodiging. Net als het Trimbos Instituut. Daarnaast werd er een bekende tv-presentator ingehuurd, die de discussie over alcoholmisbruik leidde. Na afloop was er een borrel. Kamerlid Voordewind: „Brouwers maken er serieus werk van.”

Voordewind ontvangt ook uitnodigingen voor bierproeverijen, als onderdeel van werkbezoeken aan brouwerijen. „Ik sla dat altijd af”, zegt hij. „Maar er moeten Kamerleden zijn die erop in gaan, want die bezoekjes gaan altijd door.”

En zodra er nieuwe rapporten uitkomen over alcoholgebruik of comazuipers, hangen vertegenwoordigers van de drankindustrie aan de lijn, zegt Voordewind. Stiva bijvoorbeeld, dé belangenbehartiger van de alcoholindustrie. „Ze komen dan graag langs om de laatste cijfers toe te lichten. Of ze te nuanceren.”

Naast praten, werkt de alcoholbranche ook actief aan het eigen imago – het tweede onderdeel van de strategie. Toverwoord onder dranklobbyisten is ‘verantwoord’. Verantwoord drinken, verantwoord genieten. Belangenbehartiger Stiva ontleent er zijn naam aan: Stiva staat voor ‘stichting verantwoord alcoholgebruik’.

En verantwoord drinken houdt in, volgens drankfabrikanten: een paar biertjes of wijntjes op een dag. En onder de zestien mag drinken helemaal niet. Geen druppel. Verantwoord drinken houdt ook in: vermijd excessen, zet het niet op een laveloos zuipen. Zoals marketingdirecteur van Heineken Nederland Michael Dickstein het zegt: „We zijn ontzettend grote voorstanders van een biertje drinken. Maar je moet er wel verantwoordelijk mee omgaan.”

De industrie draagt die boodschap met verve uit. Prominent op de site van Stiva staan het logo van ‘Geen 16, geen druppel’ en links naar andere websites die alcoholmisbruik moeten tegengaan. Heineken publiceerde eind 2008 een advertentie in vier Nederlandse dagbladen, gericht op ‘alle ouders en verzorgers van kinderen onder de 16 jaar’. De advertentie bestond uit zeven argumenten tegen alcoholgebruik op jonge leeftijd. Slotzin: ‘Alcohol onder de 16, natuurlijk niet’.

Het klinkt nobel, zulke communicatie-uitingen. Een bierfabrikant die advertentiegeld uitgeeft om jongeren te beschermen. Feit is echter dat het commercieel verstrekken van drank onder de zestien wettelijk niet is toegestaan. Heineken die zegt dat drinken onder de zestien écht niet kan, zegt dus eigenlijk alleen: gehoorzaam de wet. Stiva die voorschrijft ‘geen 16, geen druppel’: idem dito. De wet is het morele kader van de drankfabrikanten.

En dat zou prima zijn, als de Drank- en Horecawet jongeren in bescherming zou nemen. Dat is echter niet het geval, zoals elke arts kan vertellen: een zeventienjarige mag van de wet alcohol kopen, ook al beschadigt die zichzelf net zo goed als een vijftienjarige.

Maar daar zijn de drankfabrikanten niet van onder de indruk. Dickstein van Heineken Nederland: „Vanaf zestien is een biertje af en toe niet zo schadelijk. De risico’s zijn met name groot voor de groep onder de zestien. Daarna kunnen ze op een verantwoorde manier drinken.” Heineken noch Stiva spreekt zich uit voor een hogere leeftijdsgrens – het is hen om het even. Beide partijen gebruiken dezelfde woorden: „Als de wet naar achttien gaat, dan gaat hij naar achttien. We staan er niet geharnast in.” De principes van de drankfabrikanten zijn kortom niet zo principieel als ze op het eerste gezicht lijken. De fabrikanten voegen zich naar de wettelijke status quo. En binnen die wet doen ze hun best zo verantwoord mogelijk over te komen.

Met succes. Zelfs weinig voor de hand liggende partijen willen sinds kort met de bierbrouwer samenwerken. Naast gezondheidsinstellingen, ook gemeenten. Samen met Heineken gingen wethouders en ambtenaren van de gemeenten Noordwijk, Amstelveen en Almere vorig jaar kroegen langs om met jongeren te praten over alcoholgebruik. Er werden T-shirts bedrukt, voorlichtingsmateriaal ontwikkeld en een promotieteam ingehuurd. Dat zou je de derde poot van de strategie kunnen noemen. Want een gemeente of ggz geloof je tenslotte eerder dan een drankfabrikant.

Wim van Dalen van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP) – tegen deze vorm van samenwerken – noemt het een nieuwe trend. „Sprak de drankindustrie voorheen vooral met ministeries, nu zoeken ze hun gesprekspartners ook op lokaal niveau.” Dat heeft, denkt Van Dalen, te maken met het feit dat de handhaving van de nieuwe Drank- en Horecawet vanaf 1 januari volledig bij de gemeenten komt te liggen. „De drankindustrie wil iedere potentiële bedreiging voor zijn. ”

De partijen die samenwerken met de drankindustrie moeten overigens wel concessies doen. Bouman GGZ bijvoorbeeld, pleit al jaren voor een verhoging van de verkoopleeftijd van alcohol naar achttien jaar. Maar daarvoor is in de glossy die ze met Heineken uitgeeft geen ruimte. In het voorwoord schrijven directeur van Heineken Philip de Ridder en Boumandirecteur Czyzewski: „Heineken doet er alles aan om de boodschap ‘geen 16, geen druppel’ uit te dragen. En als Bouman GGZ kijken we daar hetzelfde tegenaan. Daar weten we als geen ander hoe schadelijk overmatig gebruik van alcohol kan zijn.”