Bombastische herdenking blijft nietig

Belgie. Vladslo 01-10-2003 Duitse militaire oorlogs begraafplaats waar de gesneuvelde duitse soldaten tijdens WO 1 begraven liggen. Het kerkhof is zeer sober, onder elke steen liggen vele doden, soms wel meer dan 20. Eerste wereldoorlog. WO 1. Foto: Jan Boeve / Hollandse Hoogte. Jan Boeve/Hollandse Hoogte

De Eerste Wereldoorlog zal honderd jaar na zijn aanvang uitvoerig worden herdacht, vooral in België. Het is nu al volop bezig. Toen me werd gevraagd of ik in de vorm van een oratorium mijn eigen bijdrage wilde leveren, twijfelde ik, omdat ik me afvroeg of die veelheid van boeken, tentoonstellingen en wandeltochten nog diende te worden aangevuld. Uiteindelijk heb ik toegestemd. Het dodental (circa 16 miljoen) van de Eerste Wereldoorlog is zo massaal, dat zelfs deze bombastische herdenking er nietig tegenover blijft.

Toen ik in 1999 in het Australische Canberra het War Museum bezocht, en de grote aandacht vaststelde die er werd geschonken aan plaatsen op veertig minuten rijden van mijn deur, drong de impact van de Grote Oorlog pas goed tot me door. De exotische namen op de soldatengraven in de Ieperboog liegen er ook niet om. Dus herlees ik de laatste tijd weer oorlogsdichters en heb ik een stapel memoires ingeslagen, zodat ik me een zonnige zomer lang kan verdiepen in modder, bloed en afgevroren tenen.

Onlangs besefte ik dat ik het Duitse soldatenkerkhof in Vladslo nog steeds enkel van foto’s kende. Ik reed erheen op de tot dusver zonnigste dag van het jaar. Waarschijnlijk past grijs, regenachtig weer beter bij de droeve sereniteit van deze begraafplaats, waar ‘het treurende ouderpaar’ van Käthe Kollwitz ook de gesneuvelde zoon van de beeldhouwster beweent.

De emotie die me vloerde toen ik de begraafplaats als enige op wandelde, had ik volstrekt niet verwacht, niet bij dat weer. Het was echter net het overweldigende contrast dat mij de ogen vol deed schieten. Onder mijn voeten lag een massagraf; 25.644 dode Duitse jongens, in de jaren vijftig uit alle hoeken van het land hierheen gebracht, geraamtes nu, vele onvolledig, onder sobere, donkere stenen, een twintigtal namen per steen. En boven mijn hoofd, in het vlekkeloze blauw, zongen en kwetterden de vogels, luider dan ik ze in tijden had gehoord. Een losbandige wind liet het opzichtige, vorstelijke groen van de boomkruinen alle kanten op dansen. Bloesems in variaties van roze stuurden hun blaadjes over de gedenkstenen, waar ze als achteloos uitgetrokken lingerie neerdwarrelden tussen de letters. Met uitdagende vrolijkheid tekende de zon figuren op het treurende ouderpaar van Kollwitz. Boven de verstilde, stille gruwel en de droeve eeuwigheid van de doden, het leven, in een dronken overwinningsroes. De kracht ervan, de onverschilligheid.

    • Annelies Verbeke