Aleix wrijft Spanje zijn lafheid in

De economie van Spanje verkeert al jaren in crisis, vooral door de ingestorte vastgoedmarkt. Wie heeft er schuld aan de Spaanse malaise? Tekenaar Aleix Saló confronteert in strips Spanjaarden met zichzelf.

‘Wie is de schuldige?’ Het is een vraag die striptekenaar Aleix Saló na het uitbreken van de crisis, in 2008, regelmatig hoorde in Spanje. De vastgoedzeepbel was geknapt. De hausse op de huizenmarkt, die het land een decenniumlang onstuimig had laten groeien, was over. De economie belandde in een recessie. Maar wie zijn schuld was dat?

Saló (28) formuleert antwoorden in stripboeken en animatieclips die zeer populair zijn, dankzij de ongemakkelijke waarheden die hij over de crisis verkondigt. Kort samengevat komt die hierop neer: iedereen in Spanje stond erbij en keek ernaar.

In het kantoor van zijn uitgever in Barcelona zegt hij: „Het zijn de burgers die nu al jaren de hoogste prijs betalen, terwijl politici en banken met de schrik vrijkomen.” Dat neemt niet weg, vindt hij, dat burgers ook kritisch naar zichzelf moeten kijken. „Jarenlang was het voor velen makkelijk en lucratief om zich te laten bedriegen.”

Zulke zelfkritiek wordt steeds breder gedeeld, merkt hij, nu de recessie inmiddels al vier jaar aanhoudt. Aanvankelijk probeerde vooral links een etiket op de crisis te plakken, zegt Saló. Die was ‘made in America’, de schuld van het neoliberalisme, van het kapitalisme. „Als we de crisis maar benoemen, zo leek het idee, kunnen we haar bestrijden.”

Saló legt in zijn werk uit hoe de vastgoedbonanza in gang werd gezet door een veel te intieme kliek van politici, bankiers, projectontwikkelaars en bouwondernemers. Hoe het overtollige spaargeld uit Noord-Europa dankzij de euro zijn weg vond naar het groeiwonder Spanje. Hoe dit goedkope geld banken in staat stelde burgers veel te makkelijk hypotheken te geven, opdat iedereen mee kon gokken in het casino van de huizenmarkt.

In zijn geestige, maar verhelderende illustraties laat hij zien hoe een geldpijplijn uit Frankfurt geld uitstort over hongerige Spanjaarden. Bankiers geven leningen aan iedereen, zelfs aan skeletten. Het zijn beelden die alleen maar actueler zijn geworden nu Spanje een beroep heeft gedaan op Europese noodsteun voor zijn banken.

Saló geeft ook voorbeelden van geldverspilling en wanbeheer door lagere overheden die in de goede jaren ineens bulkten van het geld. Provinciehoofdsteden lieten dure, door toparchitecten ontworpen kunstcentra verrijzen in de hoop op een ‘Guggenheim-effect’ – de grote bezoekersstromen die Bilbao aantrok door zijn Guggenheim-museum. Steden als Santiago de Compostela, Avilés en Valencia lieten allemaal hun eigen ‘Guggenheim’ bouwen. En dorpjes betaalden grof geld om de stier Ratón naar hun jaarfeest te halen, omdat het beest tijdens eerdere fiestas dodelijke slachtoffers had gemaakt.

Ondertussen, merkt Saló op, werd in onderzoek en ontwikkeling amper geïnvesteerd. Burgers moeten hun bestuurders bekritiseren. „Maar het mag nooit een excuus zijn om zich van hun eigen verantwoordelijkheid af te maken. De cultuur van vriendjespolitiek, corruptie en machtsmisbruik blijft absoluut niet beperkt tot de politiek. Die komt voort uit onze samenleving als geheel.”

Spanjaarden, zegt hij, „vertrouwen blindelings het bekende en wantrouwen per definitie het onbekende”. Het maakt dat de steun onder familieleden bijna onvoorwaardelijk is. Het familievangnet haalt, samen met de informele economie, momenteel de scherpste randjes van de crisis. „Maar het maakt ook dat we familieleden of goede vrienden die de wet overtreden daar amper op aanspreken. Integendeel, als iemand opschept hoe hij de belasting ontduikt en je zegt er iets van, dan getuigt dat van slechte opvoeding.”

De hervormingen en bezuinigingen die Spanje op aandringen van de markten en Europa nu doorvoert, stuiten niettemin op groeiend verzet – ondanks de groeiende zelfkritiek. Saló: „Kijk naar de arbeidsmarkthervorming. De royale ontslagbescherming van mensen in vaste dienst sluit de jongeren buiten op de arbeidsmarkt. „Toch verdedigen ook veel jongeren dat een contract voor onbepaalde tijd heilig moet zijn. Het is waar ze nog steeds op hopen.”

Saló is somber over de vraag of zijn land nu in beweging komt, zelfs nu het toenemend onder Brusselse curatele komt. „Dit alles verandert natuurlijk niet in één, twee of tien jaar. Geen enkel land is perfect, zelfs Duitsland of de Scandinavische landen niet. Misschien kunnen we beter met onze imperfecties leren leven dan ze proberen op te lossen.”

    • Merijn de Waal