Vlees eten is het nieuwe taboe

‘Vega rukt op, maar echt hip is het niet”, kopte NRC Handelsblad vorige week boven een artikel waarin het instituut LEI van de Wageningen Universiteit vaststelde dat ondanks het groeiende aantal vegetariërs en flexitariërs de totale vleesconsumptie in Nederland niet is gedaald. Naar de verklaring voor deze paradox konden de onderzoekers slechts gissen. Zijn vleeseters meer vlees gaan eten? Of hebben de 1.200 respondenten hun vleesconsumptie lager ingeschat dan zij in werkelijkheid is?

Ik zet mijn geld in op dat laatste. Mensen geven nu eenmaal, bewust of onbewust, sociaal wenselijke antwoorden wanneer ze worden ondervraagd. Als ik bij mijn echtgenoot informeer hoeveel hij rookt, mompelt hij: „Tien per dag of zo, ik houd het niet bij.” Maar intussen gaat hij wel elke dag „even een krantje kopen” op de hoek.

Zo gaan die dingen. Mijn pianojuf weet ook niet beter of ik heb iedere week weer keihard gestudeerd. En niemand die op het spreekuur van de huisarts zegt: „Nou dokter, in principe drink ik één glas wijn per dag, maar als het gezellig is wordt het toch al snel een halve fles, of nou ja, een hele fles eigenlijk, maar dat is hooguit vier of vijf keer per week, hoor.”

Wat die tegenstrijdige uitslag van het LEI-onderzoek vooral laat zien, is dat de consumptie van vlees zo langzamerhand een taboe wordt. Zoals we gewend zijn een klein beetje te jokken over hoeveel we roken (meer dan we zeggen), hoeveel we drinken (meer dan we zeggen) en over hoeveel seks we hebben (minder dan we zeggen), jokken we nu ook over hoeveel vlees we eten.

Is dat erg? Daar ben ik nog niet uit. Als ik ergens een hekel aan heb is het aan schuldgevoelens rondom eten. Maar tegelijkertijd betrap ik mezelf erop dat ik mensen die in deze tijd onbekommerd vlees blijven verslinden, dagelijks en in grote hoeveelheden, als asociaal begin te zien. Over paradoxen gesproken.

Expres geen vegagerecht vandaag, maar een met weinig vlees. Met 100 gram ham vier carnivoren tevreden houden: dat is nog eens flexitarisme.

Fruit de sjalot zachtjes in olijfolie. Voeg knoflook en ham toe een bak een minuutje mee. Doe de doperwtjes, wijn en bouillon in de pan. Leg een deksel op de pan, draai het vuur laag en stoof de erwtjes in ongeveer 10 minuten beetgaar. Kook intussen de pasta en vang bij het afgieten een paar lepels kookvocht op. Doe pasta plus kookvocht bij de erwtjes en meng nog even op hoog vuur. Maak af met munt, nog een sliert olijfolie en zout en peper.

Thuiskok heeft vijf auteurs: Janneke Vreugdenhil (ma),Menno Steketee (di), Roos Ouwehand (woe), Joël Broekaert (do) en Joep Habets (vrij).

Uw reacties zijn welkom op nrc.nl/thuiskok