Twee geplaagde landen delen de punten

Titelhouder Spanje speelde zonder spits en viel wat tegen, maar toonde tegen Italië wel veerkracht.

Italian midfielder Andrea Pirlo (L) shoots a free kick as Spanish goalkeeper Iker Casillas eyes the ball during the Euro 2012 championships football match Spain vs Italy on June 10, 2012 at the Gdansk Arena. AFP PHOTO / CHRISTOF STACHE AFP

Het Spaanse elftal wil het eigen volk laten lachen na de toevlucht van het land tot financiële hulp van de EU. Italië hoopt dat het zijn voetballiefhebbers even het omvangrijke gokschandaal kan laten vergeten. In het Poolse Gdansk deelden de twee ploegen gisteren na een aantrekkelijke eerste groepswedstrijd bij het EK de punten: 1-1.

De Spaanse bondscoach Vicente Del Bosque had net als zijn Nederlandse en Duitse collega een spitsendilemma. Waar Bert van Marwijk koos voor Robin van Persie in plaats van Klaas-Jan Huntelaar en Joachim Löw Miroslav Klose op de reservebank hield ten faveure van Mario Gomez, hield de Spanjaard doodleuk beide spitsen aan de kant.

Del Bosque koos voor vier verdedigers en zes middenvelders, naar het model van FC Barcelona. De wirwar van snelle positiewisselingen en korte passjes was hetzelfde, maar Cesc Fabregas bleef bleekjes in de rol van Lionel Messi. Zonder de Argentijn, die zaterdag drie keer scoorde in een oefenwedstrijd tegen Brazilië, hadden de Spaanse middenvelders ook veel balbezit maar stichtten minder gevaar.

Terwijl de titelhouder in de eerste helft tegenviel, begon Italië frisser dan verwacht. Bondscoach Cesare Prandelli had met drie verdedigers, vijf middenvelders en twee aanvallers meer balans op het veld. Giorgio Chiellini verdedigde koel en hard. Daniele De Rossi, eigenlijk een middenvelder, blonk uit in zijn rol als regisseur in de verdediging. De enfants terribles Antonio Cassano en Mario Balotelli waren juist zonder bal het meest dreigend.

De wereldkampioenen van 2010 en 2006 kregen op slag van rust hun beste kans van de eerste helft. Eerst lobde uitblinker Andrés Iniesta over het doel van de uitgekomen Italiaanse doelman Gianluigi Buffon, ook verdachte in de gokaffaire. Een minuut later redde Casillas op een harde kopbal van Thiago Motta.

Spanje begon de tweede helft aanvallender, aan de hand van de slimme Iniesta, maar bood Italië veel ruimte. Eerst was Balotelli kansrijk nadat hij Sergio Ramos had afgetroefd aan de zijlijn. Hij nam echter te veel tijd voor een schot op doel. Prandelli wisselde zijn onbegrepen zorgenkind met een gele kaart op zak voor Antonio Di Natale en werd meteen beloond. De routinier van Udinese scoorde bij zijn eerste balcontact, na een steekpass van Andrea Pirlo.

De voorsprong van Italië hield slechts drie minuten stand. David Silva bediende de handig vrijgelopen Fabregas, die Buffon passeerde. Del Bosque besloot meteen dat hij voor de overwinning wilde spelen en wisselde zijn doelpuntenmaker voor Torres, die de laatste weken uit zijn vormcrisis klom. Net als Di Natale had de spits meteen na zijn entree raak kunnen schieten, maar Buffon was alert.

Met een diepe spits erbij kon Spanje vol voor de overwinning spelen, zeker omdat Italië het tempo niet meer kon bijbenen. Iniesta en Xavi Hernández speelden in het laatste kwartier als in hun beste dagen bij Barcelona en creëerden verschillende kansen. Torres, die een gele kaart kreeg voor een rake tik op de keel van De Rossi, voegde zich bij Van Persie en de Rus Aleksandr Kerzhakov waar het kansen missen betrof.

Spanje zal zich willen optrekken aan de getoonde veerkracht na de achterstand, die resulteerde in een sterk laatste half uur. Het nieuwe concept van Del Bosque zonder pure spits verdient echter een heroverweging. Prandelli snoerde met zijn nieuwe tactiek de Italiaanse critici voor even de mond. Het belangrijkste was echter dat twee geplaagde naties reden hadden het eerste behaalde punt van het EK te vieren.