Tofik Dibi wil nu ineens weer op nummer 10

Tofik Dibi wil op plaats tien van de GroenLinks-lijst. En weer eist hij aandacht op.

Nog één dag Tofik Dibi, zal Tofik Dibi gedacht hebben. En dan „gewoon weer met z’n allen voor een groter belang”, zoals hij het zelf beschrijft op berichtensite Twitter. „Na vandaag verwacht ik dat de rust weer terug zal keren.”

Vanmorgen maakte Dibi bekend dat hij niet op plek twee van de kandidatenlijst wil, zoals hij tot nu toe steeds had gezegd. Hij wil op plek tien. Het GroenLinks-Kamerlid verloor vorige week fors de lijsttrekkersverkiezingen van zijn partij. Jolande Sap kreeg 84 procent van de stemmen, Dibi slechts 12 procent. In een ingezonden brief in de Volkskrant schrijft hij dat een eventuele strijd voor de nummer 2 op de lijst de aandacht zou afleiden „van het grotere verhaal dat meer dan ooit de voorgrond verdient”. En dus heeft Dibi „de kandidatencommissie gevraagd om hem op nummer 10 van de lijst te plaatsen”.

Is dit opofferingsgezindheid? Als Dibi wel aan plek twee zou hebben vastgehouden, hadden er nog twee mogelijk pijnlijke momenten vol media-aandacht op de agenda gestaan. Eén: de presentatie van de kandidatenlijst, op 22 juni. Twee: het congres op 30 juni, waarop de leden de uiteindelijke volgorde van de lijst bepalen. Nu Dibi zélf zegt dat hij niet meer direct achter Sap op de lijst wil, is de druk op de kandidatencommissie om hem er hoog op te zetten, ook een stuk minder. En het congres hoeft niet in de verleiding te komen om hem naar beneden te stemmen. Minder aandacht voor Dibi, meer voor Sap, kort gezegd.

Wat ook kan, is dat Dibi na enkele dagen rust tot een realistischer inzicht is gekomen. Slechts 1.764 van de ruim 14.000 GroenLinksers die stemden, zagen immers een partijleider in hem. Dibi wilde vanmorgen niet reageren omdat hij heeft toegezegd dat vanavond in het tv-programma Nieuwsuur te doen.

De kans is aanzienlijk dat Dibi uit de Kamer verdwijnt als hij op plek tien komt te staan; in de meest recente peilingen haalt GroenLinks maar zes zetels. Zelf ziet hij het positief: zijn inzet is minimaal tien „groene linkse zetels”. Maar critici zeggen dat een lage notering vooral een mooie manier voor Dibi is om zonder gezichtsverlies de Kamer te verlaten. Óf juist een manier om sympathie te winnen, zodat hij met voorkeursstemmen alsnog hoog eindigt in september.

Dibi had vóórdat hij zaterdag met de kandidatencommissie sprak partijvoorzitter Heleen Weening en leider Jolande Sap al ingelicht over zijn voornemen. Weening: „Ik denk dat dit realistisch is.” Tof Thissen, voorzitter van de kandidatencommissie, wil niets zeggen over het gesprek. Eerder vielen onderling harde woorden, omdat de commissie Dibi niet geschikt achtte als kandidaat-lijsttrekker. Thissen: „Laten we alles wat wij nu denken en vinden, maar even buiten het publiek houden. Op 22 juni presenteren wij de kandidatenlijst.” Op welke plek hij ook komt: die dag zal Dibi de aandacht weer even afleiden van het ‘grote GroenLinks-verhaal’ dat hij zo graag wil vertellen.