‘Tijd om Zimbabwe te missen heb ik niet’

In Zimbabwe weten studenten vaak meer dan docenten”, zegt Shelton Chadya. „Ons universitair systeem is compleet ingestort.” De 20-jarige student accountancy belandde daarom, zoals zoveel Zimbabweanen, in Johannesburg, het economisch hart van zuidelijk Afrika. Het is examentijd. Met twee medestudenten vergelijkt hij in een flauw winterzonnetje op het gazon voor de statige gebouwen van de Universiteit van de Witwatersrand (‘Wits’) de antwoorden van deze morgen. „Ik heb het wel gehaald”, glimlacht hij. De twee vrienden, ook al uit Zimbabwe, kijken hem meewarig aan. Chadya is een studiebol.

Zuid-Afrika probeert talent uit andere Afrikaanse landen weg te kapen om het groeiend tekort aan hoogopgeleide werknemers in de grootste economie van het continent op te vangen. Vooral Zimbabweanen, die vaak beter basis- en middelbaar onderwijs hebben genoten dan zwarte Zuid-Afrikanen, maken daar gebruik van. „Als je ambitie hebt, dan blijf je niet in Zimbabwe”, zegt Chadya. Het land verkeert sinds ongeveer tien jaar in staat van politieke en economische crisis. „Universiteiten in Zuid-Afrika kunnen zich meten met de rest van de wereld: Wits staat in de top 10 van Afrika en in de top 100 wereldwijd, terwijl de universiteiten in Zimbabwe internationaal gewoon niet meetellen”, zegt Chadya. „Voor toponderwijs hoef je niet meer naar Europa.”

Via de Taiwanese Tzu Chi Foundation, de op boeddhistische leest geschoeide grootste hulporganisatie van de Chineestalige wereld, kon Chadya naar eigen zeggen een „halve beurs” krijgen. „Het leven is duur hier, maar je hoopt dat goed onderwijs zichzelf terugbetaalt.” Liefst weer in Zuid-Afrika trouwens. Ja, import-Afrikanen worden gediscrimineerd, maar Chadya piekert er niet over terug te gaan naar Zimbabwe. „Ik moet nog drie jaar studeren. In Zuid-Afrika liggen de mogelijkheden, niet in Zimbabwe.” Leuk is dat niet, vindt hij. „Je bent hier door de criminaliteit nooit vrij.” En dan de kou. „Maar ik ben hier om mezelf te ontwikkelen. Tijd om Zimbabwe te missen heb ik niet.”