Steun is ook Nederlands belang

En dat is vier. Na Griekenland, Ierland en Portugal hangt nu ook Spanje aan het financiële infuus. Afgelopen weekeinde kwamen de ministers van Financiën van de eurozone overeen om een kredietlijn tot 100 miljard euro open te stellen om Spaanse banken te steunen.

De Spaanse regering kan stellen dat dit geen reddingsoperatie is zoals de drie bovengenoemde. De lening loopt niet via de staat. Er is dus geen sprake van ‘mannen in het zwart’ die de boeken komen controleren. In plaats daarvan gaat het krediet via het speciale Spaanse bankenfonds Frob. Maar daar houdt het verschil wel op. Of het nu via een speciaal fonds is of niet, het krediet komt uiteindelijk op het conto van Spanje, dat de overheidsschuld er met tot tien procent door kan zien toenemen.

Positief is dat ditmaal tijdig is opgetreden en dat het beoogde bedrag groot genoeg oogt om het bankenprobleem te lijf te gaan. Dat heeft een reden. De parlementsverkiezingen komende zondag in Griekenland kunnen volgende week leiden tot onrust op de financiële markten. Het is goed dat het Spaanse probleem voor het zover is al is benoemd en geadresseerd.

Maar een structurele oplossing is dit niet. De crisislanden vallen in tweeën uiteen. In Griekenland en Portugal heeft de schuldencrisis bij de staat de banken meegetrokken. In Ierland en Spanje is, omgekeerd, een bankencrisis er verantwoordelijk voor dat de staat in problemen kwam.

In beide gevallen gaat het er om dat de banken vrij konden bewegen door de eurozone en daar internationaal tegoeden en tekorten heeft opgebouwd. Maar overheden beheren hun begroting binnen de nationale grenzen. Het loopt dus mis als een staat verantwoordelijk wordt voor de banksector. Kapitaal kan het land uitvluchten. Maar de schulden blijven dan achter. Waarna de nationale regering de problemen moet oplossen.

Deze ongemakkelijke situatie geldt niet alleen voor de ‘probleemlanden’. Het gaat ook op voor de lidstaten van de eurozone die zich veilig wanen. Voor Nederland is Spanje van groter belang dan Griekenland omdat Nederlandse banken er veel grotere belangen hebben en hogere risico’s lopen. Nederland redt zichzelf door Madrid te steunen. Fraai is het niet, maar een andere mogelijkheid is er op dit moment nauwelijks.

Hoe het met Spanje afloopt is moeilijk te voorspellen. Misschien komt het alsnog tot een volledige reddingsoperatie voor de Spaanse staat. Eén ding wordt echter steeds duidelijker. Om de muntunie te laten overleven en uiteindelijk te doen floreren is centraal toezicht, een gezamenlijk garantiestelsel en een uniform systeem van faillissementsafwikkeling voor de banken nodig.

Juist voor Nederland, dat van de eurozone een van de grootste banksectoren heeft in verhouding tot de omvang van de economie, zou dat welbegrepen eigenbelang zijn.