ROC Leiden ten onder aan wensdenken en wanbeleid

ROC’s zien de komende jaren hun leerlingenaantal dalen. Minder leerlingen betekent minder inkomsten. En ROC’s zaten al in de financiële problemen, stelt Leo Prick.

Het aantal leerlingen tussen de zestien en negentien jaar neemt de komende jaren af met ongeveer 5 procent. Het verleden heeft geleerd dat scholen voor havo en vwo er nauwelijks last van hebben als het aantal leerlingen daalt. Ze leggen de lat voor toelating gewoon een stukje lager. Hiermee lopen hun brugklassen evengoed vol.

De terugloop van leerlingen komt dus voor vrijwel de volle 100 procent ten laste van het vmbo en mbo. Het gevolg hiervan is dat het leerlingenaantal van de regionale opleidingencentra (ROC’s) in de komende jaren zal dalen met gemiddeld zo’n 10 procent. Minder leerlingen betekent minder inkomsten. Dit zal voor sommige instellingen ongetwijfeld verregaande gevolgen hebben.

Omdat de afname van het aantal leerlingen niet gelijkmatig over het hele land is gespreid, zullen sommige ROC’s bovendien harder worden getroffen dan gemiddeld.

Veel ROC’s hebben de afgelopen jaren leningen afgesloten ten behoeve van nieuwbouw. Eind 2010 bedroegen de langlopende schulden in de sector 975 miljoen euro. Gezien deze immense schuldenlast en de afnemende inkomsten valt te verwachten dat diverse ROC’s in de komende jaren in de problemen komen.

Het Onderwijsblad, het enige medium dat de strapatsen van bestuurders en toezichthouders in het onderwijs kritisch volgt, maakte onlangs melding van de financiële problemen van ROC Leiden. Het is een schoolvoorbeeld van bestuurders die van financiële zaken weinig kaas hebben gegeten en zich in het pak laten naaien door gehaaide adviseurs.

ROC Leiden heeft een pand gebouwd voor 75 miljoen euro en het vervolgens verkocht aan een investeerder. De komende twintig jaar huurt het ROC het pand terug van deze investeerder, met de verplichting het na afloop van deze termijn terug te kopen voor 73 miljoen euro.

Het ROC heeft zich verplicht dat geld te sparen en vast te zetten bij de Bank Nederlandse Gemeenten. De komende twintig jaar moet er dus huur worden betaald én moeten de kosten van het gebouw bij elkaar worden gespaard. De bestuurders van het ROC die dit hebben bedacht, zijn vertrokken en hebben vermoedelijk een aardige regeling meegekregen. Toen heette het nog ronkend: „Het nieuwe ROC stapelt verkeersstromen en functionaliteiten tot één luchtig, oplopend, meanderend gebouw. Een verrassend vormgegeven leerstad waarin alle onderwijsvormen zichtbaar worden.” Voor dat onderwijs heb je personeel nodig. Hierin moet worden gesneden.

Huidig bestuursvoorzitter Jeroen Knigge: „Laat ik vooropstellen dat de wereld er destijds anders uitzag dan vandaag. Het is nu allemaal een stuk somberder. De risico’s die ROC Leiden nu loopt in verband met de nieuwbouw, daar zou je nu anders naar kunnen kijken.” Dit is uiteraard geen excuus voor een ingewikkelde constructie met ondoorzichtige langetermijnverplichtingen. Ook was de precieze kostenverdeling onduidelijk. Als over dit soort wezenlijke zaken geen duidelijkheid bestond, hoe heeft een raad van toezicht hieraan dan zijn fiat kunnen geven?

Het is de taak van zo’n raad de directie te behoeden voor de onoverzienbare gevolgen van wensdenken. In plaats hiervan heeft de raad blijkbaar gezellig zitten meedromen.

Leo Prick is medewerker van NRC Handelsblad.

    • Leo Prick