Premier Rajoy ziet zichzelf graag als de redder van de euro

Met honderd miljard euro komt de redding van het Spaanse bankwezen van Europa. Maar net als elders doet de crisis nationale gevoelens opleven. Uit regeringhoek klinkt: de buitenwereld is schuldig. De Spanjaarden geven juist de eigen politici de schuld.

Madrid. - Voor een leider die nog geen etmaal had toegestemd in financiële noodhulp, was het optreden van Mariano Rajoy voor de pers gistermiddag opvallend triomfantelijk. De centrum-rechtse Spaanse premier pochte dat zijn inspanningen van de afgelopen maanden „een interventie van het koninkrijk Spanje” hadden voorkomen. Dat alleen een paar banken onder Brusselse controle komen – en aan Spanje „geen voorwaarden” worden gesteld. „Gisteren hebben de geloofwaardigheid en toekomst van de euro gewonnen”, aldus Rajoy.

Probleemland Spanje als redder van de euro. Zoals overal in Europa doet de eurocrisis ook in Spanje nationale sentimenten opleven. In regeringsgezinde kranten als Abc en La Razón was de berichtgeving de afgelopen weken een ronduit nationalistisch. Duitsland, ‘Brussel’, de financiële markten, speculanten, de Angelsaksische zakenpers: iedereen – behalve Spanje zelf – kreeg de schuld van de oplopende crisis.

De denkwereld van de rechtse kranten komt overeen met een rechts-reactionaire minderheid binnen regeringpartij Partido Popular. Het is deze factie die de doorgaans behoedzaam opererende centrumpoliticus Rajoy de afgelopen maanden lijkt te hebben aangezet tot een confrontatiekoers met Europa. In het openbaar pleit de premier regelmatig voor ‘meer Europa’. Maar binnenskamers klinkt gekrenkte trots. Dagblad El Mundo publiceerde vandaag een recente sms van Rajoy aan minister De Guindos (Economische Zaken) waarin hij hem oproept niet te buigen voor Europa: ‘We zijn de vierde macht in Europa, Spanje is Oeganda niet’.

Het Spaanse verzet tegen machtsverlies aan Europa is deels electorale berekening. Rajoy en zijn entourage zijn bevreesd dat Brussel de regering dwingt tot nog meer impopulaire hervormingen en bezuinigingen.

Maar de schuld bij de buitenwereld leggen is een oude reflex binnen Spaans rechts. Generaal Franco cultiveerde decennialang een nationale slachtofferrol om het volk te verenigen achter zijn ondemocratische bewind. Hij plaatste zich hiermee op een lijn met koning Philips II, die het grote katholieke wereldrijk ook al had moeten verdedigen tegen een boze buitenwereld.

Maar in het democratische Spanje van nu lijken burgers weinig onder de indruk van zulk tromgeroffel. Spanjaarden reageren op de reddingsactie met een mengeling van opluchting, scepsis en vrees. Opluchting, omdat ze al enige tijd beseffen dat Spanje zijn bankenprobleem allang niet meer alleen kon oplossen. Scepsis, omdat de Europese leningen mogelijk niet de weg naar groei zullen openen. En vrees, omdat het risico bestaat dat de rekening uiteindelijk toch deels bij de belastingbetaler wordt neergelegd.

Met zijn triomfalisme neemt Rajoy dan ook een risico. Als de redding toch minder gunstig uitpakt dan hij nu beweert, dan zullen alle opbeurende woorden van dit weekeinde uitgelegd worden als leugens.

Dit terwijl de afkeer van de politiek nu al wijdverbreid is en almaar toeneemt, nu Spanje langer en langer in een recessie verkeert.

Een vriendin die werkt bij een caja – een van de wankele spaarbanken die nu met Europees geld gesaneerd gaat worden – maakte dit weekeind een smalend wegwerpgebaar toen het onderwerp op de reddingsactie kwam. Het zal allemaal wel.

Zoals vaker in hun geschiedenis kijken veel Spanjaarden vooral naar Europa. Nu de eigen bestuurlijke elite er meer dan ooit een potje van heeft gemaakt, is er gelukkig nog de Europese Unie. Spanje zocht na Franco enthousiast de aansluiting bij Europa. Het land gold lang als hét Europese succesverhaal. Spanje was booming en hip en schudde zijn minderwaardigheidscomplex van zich af. Toen de Spanjaarden in 2005 per hoofd van de bevolking rijker werden dan de Italianen, jubelde oud-premier Zapatero dat „we nu in de Champions League spelen”.

Door de hervormingen en bezuinigingen die Europa nu eist neemt het enthousiasme wel af. Maar Spanjaarden blijven Europese bemoeienis verkiezen boven hun eigen politieke klasse. Ze ervaren de polarisatie tussen de twee grote partijen in hun land al jaren als verlammend.

In een recente enquête van denktank Real Instituto Elcano zegt een ruime meerderheid van de ondervraagden nog steeds dat verdere Europese integratie de enige weg vooruit is. Ook opvallend: de Duitse bondskanselier Angela Merkel kreeg een dikke voldoende – terwijl nationale politici juist en bloc een onvoldoende kregen. Ook vond tweederde dat Duitsland een leidende rol moet nemen in de eurocrisis. Eenzelfde percentage meende dat „Duitsland niet altijd rekening houdt met de belangen van andere landen zoals Spanje”.

De Spaanse liberale filosoof José Ortega y Gasset schreef in 1910 „dat Spanje het probleem is en Europa de oplossing”. Wrang genoeg lijkt de Europese reddingsactie Spaanse politici nu een adempauze te geven en die ongemakkelijke waarheid nog even te negeren.

    • Merijn de Waal