Oranje woorden, oranje uitdrukkingen

Ik schrijf dit met mijn oranje pruik op en mijn oude brulshirt aan. De voorliggende vraag is net zo onvermijdelijk als alle EK-parafernalia in de supermarkten: hoeveel woorden en uitdrukkingen met oranje kent het Nederlands?

Het korte antwoord: tientallen samenstellingen, slechts een beperkt aantal uitdrukkingen. Bij mijn weten wordt alleen in het Nederlands bij allerlei woorden een onderscheid gemaakt tussen Oranje mét en oranje zónder hoofdletter. Bestaat er dan een verschil tussen bijvoorbeeld oranjeboom en Oranjeboom? Of tussen oranjehuis en Oranjehuis?

Ja, sla er de Grote Van Dale maar op na. Een oranjeboom is volgens dit woordenboek een ‘boom uit de wijnruitfamilie’. Terwijl Oranjeboom ‘het huis van Oranje’ betekent.

Bij Oranjehuis schrijft Van Dale dat dit ‘het huis van Oranje, het Nederlandse vorstenhuis’ betekent, hetzelfde dus als Oranjeboom. Maar wat betekent oranjehuis zonder hoofdletter? Simpelweg een oranje huis? Nee, zegt ons meest gezaghebbende woordenboek, een oranjehuis is een ‘oranjerie’.

Sommige lezers zullen de wenkbrauwen hebben gefronst bij de suggestie dat oranjehuis de betekenis ‘oranje huis’ zou kunnen hebben. Immers, oranje had dan los moeten staan van huis. Maar wat betekent oranjehemd? Eerste betekenis in de Grote Van Dale: ‘oranjekleurig hemd’. Gevolgd door ‘speler van het nationale voetbalelftal’.

Het onderscheid tussen Oranje mét en zónder hoofdletter kan je op het verkeerde been zetten. Zo vermeldt de Grote Van Dale bij de samenstellingen met oranje nogal wat dingen die je kunt eten of drinken: oranjeappel, oranjebes, oranjebitter(tje), oranjedrank, oranjekoek, oranjelikeur, oranjemarmelade, oranjepeer, oranjesap, oranjesnippers en oranjespruit.

Oranjespruit? Die kende ik niet. Het blijkt dan ook Oranjespruit met een hoofdletter te zijn, met als betekenis ‘afstammeling van het huis van Oranje’. Dit lijkt me geen woord dat vaak wordt gebruikt. Althans, ik heb nog nooit iemand horen zeggen: „Er is alweer een Oranjespruit geboren.” Of: „Die Willem-Alexander, dat is toch typisch een Oranjespruit.”

Zo staan er wel meer opmerkelijke oranjewoorden in de Grote Van Dale. Wat betekent Oranjezon? ‘Zonneschijn op Oranjefeesten’. En wat Oranjeweer? ‘Weer zoals past voor een Oranjefeest’.

Verder vind ik het opmerkelijk dat Van Dale wel Oranjeprins en Oranjevorst vermeldt, maar niet Oranjeprinses en Oranjevorstin. Terwijl wij toch al ruim een eeuw door Oranjevrouwen worden geregeerd. Wel vermeldt Van Dale bij prinses dat prinses van Oranje werd gebruikt als ‘titel van de gemalin van de Prins van Oranje vóór de vestiging van het Koninkrijk der Nederlanden’, maar volgens mij zijn er sinds de vestiging van dit Koninkrijk nog een heleboel prinsessen van Oranje geweest. De drie dochters van Willem-Alexander en Máxima, echte Oranjespruiten, heten bijvoorbeeld officieel prinses van Oranje-Nassau.

Maar goed, hoe zit het met de oranje-uitdrukkingen? Je kunt door oranje rijden, bij sommige wielerwedstrijden is sprake van een oranje trui, en in diverse oude kinder- en sinterklaasliedjes komen appeltjes van oranje voor („Van Amsterdam naar Spanje / Appeltjes van Oranje”). Het gaat hier om een oude benaming voor sinaasappels.

Daarnaast bestaan er zeker tien uitdrukkingen die verwijzen naar Oranjevorsten. De bekendste is zonder twijfel Oranje boven! Volgens Van Dale is dit een ‘uitroep, wellicht daterend van de strijd met de Duinkerker kapers, die de vlag van een als prijs opgebracht schip omkeerden; later gewone kreet om aanhankelijkheid aan het huis van Oranje te kennen te geven’. Het is natuurlijk ook een bekend lied („Oranje boven, oranje boven, leve de koningin!”), dat te pas en te onpas wordt gezongen, zeker als de voetbalgekte zich weer eens van ons meester maakt.

Zelf vind ik de leukste oranje-uitdrukking: zij passen bij elkaar als stront bij een oranjeschil (‘sinaasappelschil’). Helaas is deze uitdrukking, die al uit 1708 dateert, in onbruik geraakt, maar wellicht kan de opstekende Oranjegekte hier verandering in brengen.

    • Ewoud Sanders