Onzekerheid in EU over redding die eigenlijk geen redding mag heten

Hoewel de markten vanmorgen nog leken te twijfelen, is de financiële steun aan de Spaanse bankensector goed ontvangen in Europa. Maar de onzekerheid blijft.

Spanje deed er alles aan het scenario af te wenden, maar Europa wilde niet langer wachten: een redding van de Spaanse bankensector. Met nog maar een week te gaan tot de Griekse verkiezingen op 17 juni – met alle risico’s daarvan voor de toekomst van de euro – wilde Europa Spanje koste wat kost afgeschermd hebben.

Het werd dit weekend een redding die geen redding mag heten. Europa gaat spoedig wankelende Spaanse banken herkapitaliseren met een bedrag van maximaal 100 miljard euro. „Het is steun, geen redding”, benadrukte Economie-minister Luis de Guindos. Ook premier Rajoy, die gisteren voor de pers verscheen, vermeed dit woord zorgvuldig. Hij sprak in vage termen over „wat gisteren is gebeurd”.

Een ‘bail-out light’ voor Spanje, de vierde economie van Europa, was onder de huidige omstandigheden de enige serieuze optie. Europa’s lappendeken aan noodfondsen is niet groot genoeg om het Spaanse overheidstekort te financieren zoals nu wel gebeurt met de kleinere ‘geredde’ landen. Een „volledige interventie” vergelijkbaar met die in Ierland, Griekenland en Portugal zou in het geval van Spanje 500 miljard euro gaat kosten, zo benadrukte de Spaanse regering dit weekend in de onderhandelingen.

De betrekkelijk goedkope redding van ‘slechts’ de Spaanse banken is dan ook goed nieuws voor de rest van Europa. Voor de lidstaten, omdat het noodfonds niet in één klap is leeg getrokken. En voor de banken in met name Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, die voor vele tientallen miljarden euro’s in Spaanse schuld zitten. Maar ook een bank als ING loopt middels (vastgoed-)leningen en beleggingen een risico dat kan oplopen tot 45 miljard euro als Spanje onderuit zou gaan.

De eerste reactie op de financiële markten was vanochtend positief. Zo steeg het aandeel ING met bijna 5 procent. Maar het feit dat de Spaanse rente aan het einde van de ochtend weer opliep, blijkt dat de onzekerheid nog altijd groot is.

Premier Rajoy verzekerde gisteren dat hij een goede deal heeft gesloten. „Dit is goed voor de euro, goed voor Europa en goed voor Spanje.” Twee weken geleden zei Rajoy bijvoorbeeld nog stellig „dat er geen redding voor de banken zal komen”.

Rajoy legde uit dat de Spaanse banken binnenkort slechts „een kredietlijn” toegeworpen krijgen. Het zijn ook de banken die het geld in principe terugbetalen, al is de Staat en daarmee de belastingbetaler in laatste plaats aansprakelijk voor terugbetaling.

Europa en het IMF komen zich alleen bemoeien met de opschoning van de bankensector, Spanje krijgt geen pijnlijk pakket bezuinigingen en hervormingen opgelegd zoals Griekenland, Portugal en Ierland nu uitvoeren.

Rajoy vreesde dat hij met zo’n volledige interventie zijn politieke lot zou bezegelen. De trojka van ECB, IMF en Europese Commissie zou hem kunnen dwingen tot electoraal impopulaire besluiten als verlaging van de pensioenen, uitkeringen of ambtenarensalarissen.

Hoe het pakket nu electoraal uitpakt voor Rajoy is nog onzeker. De voorwaarden voor de kapitaalinjectie (zoals omvang en rente) moeten komende weken in Europa nog tot in detail uitonderhandeld worden.

Voor de wereld buiten Spanje was de eerste prioriteit dit weekeinde vooral Rajoy te laten buigen. Dat het gezichtsverlies voor de regering-Rajoy daarbij beperkt moest blijven, is een les die na drie eerdere landenreddingen wel geleerd is in Europa.

    • Merijn de Waal