Onschuld is toch ook een optie

Wie verdacht wordt van een strafbaar feit mag zijn berechting in vrijheid afwachten. Dat is de hoofdregel. In het strafrecht geldt immers het onschuldbeginsel. Men is pas schuldig als de rechter dat heeft vastgesteld. Tot dat moment behoort men als een vrij burger te worden behandeld. Dit recht op persoonlijke vrijheid en veiligheid is gewaarborgd in artikel 5 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het Hof in Straatsburg laat voorlopige hechtenis in Europa alleen toe als de verdachte anders zou vluchten, dreigt samen te spannen met anderen of zich opnieuw schuldig zal maken aan een misdrijf. Of wanneer diens vrijlating de openbare orde kan verstoren.

In de Nederlandse praktijk hebben deze als uitzondering bedoelde omstandigheden de hoofdregel inmiddels overwoekerd. Voorlopige, ook wel preventieve hechtenis, wordt hier zeer royaal toegepast. Er zitten hier al jaren meer mensen vast in afwachting van berechting, dan mensen die een opgelegde straf uitzitten. Met als paradoxaal resultaat dat het feitelijk opleggen van celstraf in een strafzaak regelmatig resulteert in de vrijlating van de veroordeelde. De lengte van het voorarrest van de verdachte Peter La S. overtrof diens verwachte straf. Hij kon alvast gaan. Straffen gebeurt hier steeds vaker door het Openbaar Ministerie, niet door de rechter. Justitie, in de brede zin van het begrip, is repressiever gaan optreden, in antwoord op de roep om meer veiligheid uit de samenleving.

Dat heeft een prijs, en niet alleen wat betreft individuele rechtsbescherming maar ook letterlijk. Sinds de eeuwwisseling is het aantal verstrekte schadevergoedingen aan onterecht vastgezette verdachten meer dan verdubbeld. Die compensaties bestaan deels uit dagvergoedingen wegens inkomstenderving. En deels uit de kosten die zijn gemaakt om de vrijspraak te bewerkstelligen. Gemiddeld was justitie per onschuldig opgeslotene vorig jaar 2.000 euro aan kosten kwijt, en 2.500 euro aan schadevergoeding. Het totaal bedrag schommelt al een aantal jaren rond de twintig miljoen euro. Of dit de werkelijke, ook immateriële schade dekt, mag overigens worden betwijfeld.

Het aantal vrijgesproken burgers dat aanspraak kan maken op compensatie stijgt bovendien jaarlijks. Vorig jaar met 11 procent, zo bleek zaterdag in deze krant. Strafrechthoogleraar Ybo Buruma onderzocht in 2010 de vrijspraken die in 2009 de staat al zo’n 22,8 miljoen kostten. Zijn conclusie in het Nederlands Juristenblad was dat voorlopige hechtenis „extreem rekkelijk” wordt toegepast. Dat lijkt in 2012 niet veranderd. Dat dit een misstand is, spreekt voor zich. Er is niets tegen repressie of streng optreden door justitie. Behalve als het onschuldigen treft.