'Niet meer donoren bij ander registratiesysteem'

Aanleiding

Het CDA vindt het verstandig van minister Schippers dat ze geen systeem wil invoeren waarbij iemand automatisch als orgaandonor staat ingeschreven, tenzij diegene bezwaar maakt. „Dit systeem leidt niet automatisch tot meer donoren, zoals veel mensen denken”, schrijft het CDA op de partijwebsite. „Het blijkt dat landen met een ‘actief donorsysteem’ niet over veel meer donoren beschikken dan landen met een ander systeem.” Lezer Jogchum Pel, wiens vrouw wacht op een levertransplantatie, kan zich „niet voorstellen dat deze stelling waar is”. next.checkt zoekt uit: levert zo’n systeem meer donoren op?

Waar is het op gebaseerd?

Het CDA zegt de uitspraak te ontlenen aan minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD). Navraag bij een woordvoerder van de minister leert dat zij zich baseert op twee onderzoeken van Remco Coppen voor het Nivel (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg), uit 2005 en 2010, en een onderzoek van Hans Maarse en Tifanny Istamto uit 2008.

Interpretaties

Wat het CDA precies verstaat onder een ‘actief donorsysteem’, zet de partij als volgt uiteen op de website: „Bij dit systeem staat iedereen automatisch als orgaandonor ingeschreven, tenzij diegene heeft aangegeven dit niet te willen.” In de meeste publicaties wordt hiernaar verwezen als een ‘geen-bezwaarsysteem’ of opt-out system – iemand is donor tenzij diegene (of nabestaanden) daar bezwaar tegen heeft aangetekend. Onder meer België, Frankrijk, Italië en Spanje kennen zo’n systeem.

Nederland heeft een ‘toestemmingssysteem’, of opt-in system, waarbij juist actieve goedkeuring vereist is. Die kan bij leven worden gegeven door de potentiële donor of, als er geen keuze is geregistreerd, door nabestaanden.

En, klopt het?

Er zijn vele nationale en internationale studies geweest naar het effect van het registratiesysteem op het aantal donoren*. Uit deze studies blijkt eenduidig: landen met een geen-bezwaarsysteem beschikken doorgaans over meer donoren dan landen met een toestemmingssysteem, zoals Nederland. Er is geen onderzoek dat dit tegenspreekt – ook de drie door minister Schippers geraadpleegde onderzoeken tonen dit onomwonden aan. Het blijkt helder uit de recentste Europese donorcijfers, over 2010, gepubliceerd door de Raad van Europa. Waar Nederland per miljoen inwoners 13,7 donoren kende, waren dat er aanzienlijk meer in ‘geen-bezwaarlanden’ als België (20,5), Frankrijk (23,8), Italië (21,6) en Spanje (32).

Let wel: deze cijfers reflecteren het aantal donoren, niet het aantal daadwerkelijk geslaagde transplantaties. Toch klopt de uitspraak van het CDA pertinent niet: landen met een geen-bezwaarsysteem beschikken wel degelijk over meer donoren. Maar het is moeilijk om vast te stellen welk aandeel het registratiesysteem hierin heeft. Verschillende onderzoeken spreken elkaar op dit punt tegen. Omdat ook andere factoren een rol spelen – zoals sterftecijfers per land, de staat van de gezondheidszorg, religie en voorlichting – lopen de conclusies nogal uiteen. Volgens Coppen is het verschil in doneren tussen ‘geen-bezwaarlanden’ en ‘toestemmingslanden’, wanneer gecorrigeerd voor verkeersongevallen en hersenbloedingen (doorgaans de meest voorkomende doodsoorzaak onder donoren), miniem. Het aantal verkeersdoden in Nederland ligt bijvoorbeeld lager dan in de meeste ‘geen- bezwaarlanden’. Dus concludeert hij: geen-bezwaarsystemen „zijn geen garantie voor hogere donatiecijfers”. Hieruit ontleent het CDA zijn uitspraak.

Andere onderzoeken spreken Coppen tegen. Er worden kritische kanttekeningen geplaatst bij zijn methode. Het Britse Health Technology Assessment publiceerde in 2009 een analyse van dertien toonaangevende internationaal vergelijkende onderzoeken. Coppens publicatie uit 2005 wordt hierin geclassificeerd als een studie „with significant limitations” – het eerder genoemde onderzoek uit 2010 hanteert dezelfde methoden. Vier andere internationale studies worden in het stuk wel beoordeeld als „robust and with no major methodological flaws”. Stuk voor stuk concluderen deze onderzoeken dat er – gecorrigeerd voor overige factoren – wel degelijk een verband bestaat tussen registratiesysteem en donoraantallen. Het meest breedvoerige (en recente) onderzoek vergeleek maar liefst 34 landen en concludeerde dat een geen-bezwaarsysteem 21 tot 26 procent meer donoren oplevert.

Uiteindelijk is dit gegeven niet zonder meer toepasbaar op de situatie in Nederland. Er spelen te veel factoren mee om met absolute zekerheid te kunnen stellen dat een ander registratiesysteem meer donoren oplevert – al is het volgens de meeste onderzoeken wel waarschijnlijk.

Conclusie

Dat „landen met een ‘actief donorsysteem’ niet over veel meer donoren beschikken dan landen met een ander systeem” is pertinent onwaar. Uit alle metingen en onderzoeken blijkt het tegendeel. Dat verschil is echter niet alleen toe te schrijven aan het registratiesysteem – er wegen veel andere factoren mee, waaronder sterftecijfers, religie en educatie. Daarom gaat het inderdaad te ver om te stellen dat zo’n systeem automatisch leidt tot meer donoren. Maar ook met die kanttekening ziet de meerderheid van de internationaal vergelijkende onderzoeken wel degelijk een verband tussen registratiesysteem en donoraantallen. Daarom beoordeelt next.checkt de bewering van het CDA al met al als grotendeels onwaar.