'Negers' mogen op universiteit in Alabama

‘In Alabama negers nu op universiteit’ kopte de Nieuwe Rotterdamse Courant op de voorpagina van woensdag 12 juni 1963. De vorige dag hadden twee zwarte studenten, mejuffrouw Vivian Malone en James Hood, beiden twintig jaar, zich laten inschrijven op de Universiteit van Alabama in Tuscaloosa. Daarmee maakten ze feitelijk een eind aan de rassenscheiding op de universiteiten in het zuiden van de Amerika.

De overwinning van de burgerrechtenbeweging was het verlies voor Democratisch stokebrand George Wallace. „Ik werp mijn handschoen voor de voeten van de tirannie en ik zeg: ‘Rassenscheiding bestaat er nu. Het zal ook morgen en altijd blijven”, had hij begin dat jaar bezworen bij zijn inauguratie tot gouverneur van Alabama.

Wallace probeerde inderdaad „een lijn in het stof” te trekken, zoals hij had aangekondigd, maar hij stond machteloos door ingrijpen van president Kennedy. „Na aankomst van onder federaal bevel geplaatste nationale troepen verscheen gouverneur Wallace aan de ingang van het auditorium van de universiteit, keek naar de troepen, stapte in een auto en reed het universiteitsterrein af.”

Malone en Hood volgden hun eerste colleges, „in een sfeer waaraan iedere vijandigheid ontbrak”, aldus NRC. „Zij werden door hun blanke medestudenten hoffelijk ontvangen. (..) Drie blanke meisjes liepen naast Vivian en spraken ongedwongen met haar”.

Wallace was „de succesvolle exponent van blanke woede in de jaren 60 en 70”, schreef correspondent Maarten Huygen in 1995. De ‘kleine strijdbare gouverneur’, die in 1972 verlamd was geraakt bij een aanslag op hem, had toen al lang afstand genomen van zijn racistische gedachtegoed, en om vergiffenis gevraagd in een zwarte kerk in Montgomery. Conservatief bleef hij wel, zei hij.

    • Wim Brummelman