Neem je neus serieus

Vanuit haar lab in Berlijn voert kunstenares en wetenschapper Sissel Tolaas strijd tegen geurdogmatisme.

„Waarom moet wasmiddel in Delhi hetzelfde ruiken als wasmiddel in Parijs?”

Het laboratorium van Sissel Tolaas is gevestigd in de Berlijnse wijk Wilmersdorf. Ze heeft een bibliotheek van zo’n 9.500 geuren. Bijna 7.000 monsters uit de realiteit – hondenpoep, gerookte vis uit Senegal, veertig verschillende stinkende sokken – in luchtdichte blikken en iets meer dan 2.500 moleculen om geuren na te maken.

Ik ben even bang dat ‘de vrouw met de beste neus ter wereld’ mij niet binnen zal laten. Ik ben verschrikkelijk verkouden. Maar gezeten in haar laboratorium zegt de 48-jarige Tolaas dat ze niet bang voor een besmetting is. „Ik stop mijn neus letterlijk overal in”, vertelt ze. „En verkoudheid is als vakantie voor mij.”

Het bedrijf van Sissel Tolaas (Re_searchLab) is gefinancierd door International Flavors and Fragrances, een onderneming van vier miljard dollar die parfums ontwikkelt voor Prada en Calvin Klein. Zelf heeft ze zich nog nooit aan een flesje parfum gewaagd. „Ik maak geuren”, zegt de platinablonde wetenschapster en kunstenares stellig. „Geen parfums!”

Tolaas is half Noors en half IJslands en spreekt negen verschillende talen. Daarnaast heeft ze een graad in scheikunde, wiskunde, kunst en linguïstiek. Ze ziet zichzelf als een brug tussen de wetenschap en kunst. Maar ook als een ‘professioneel provocateur’. „Ik wil ondernemingen uitdagen om beter na te denken over wat ze doen. Wat is de definitie van een ‘lekkere’ geur? Wat betekent ‘vies’? Wie heeft deze regels überhaupt gemaakt? Ze stammen uit een tijd waarin de commercie gericht was op de witte middenklasse in Europa en ze zijn nog steeds van kracht. Maar we leven in een globaliserende wereld waar de betekenis van vies en schoon overal anders is. Waarom moet wasmiddel in Delhi hetzelfde ruiken als wasmiddel in Parijs?”

Sissel Tolaas is een vrouw met een missie. Ze wil dat we meer op onze neus vertrouwen en ze gelooft dat een grotere kennis van geuren ons leven kan verrijken. „Reuk is ons meest effectieve zintuig. Geur gaat direct naar ons limbisch systeem. Je identificeert iets eerst met je neus en dan pas met je ogen. Baby’s ruiken hun moeder voordat ze haar zien. Zelfs als we slapen, ruiken we.”

Zelf traint ze dagelijks haar neus. Tolaas begint haar ochtenden in haar bibliotheek en ruikt dan aan de blikken en flesjes met moleculen. Soms geblinddoekt, maar meestal met haar ogen open. Ze probeert haar olfactorische vermogen aan te scherpen en haar vooroordelen jegens geuren kwijt te raken. „We zijn niet geboren met afkeer voor dingen. Elke geur heeft zijn bedding in een emotionele context, en om te reageren op een geur heb je ervaringen nodig.”

Voor het List Visual Arts Center in Massachusetts bedacht Tolaas de tentoonstelling the FEAR of Smell – the Smell of FEAR. Ze verzamelde het zweet van 21 verschillende mannen en maakte hun geur na in haar laboratorium. Hiermee creëerde ze onzichtbare portretten op de muren van het museum in Massachusetts. Bezoekers die de verf op de muren aanraakten, lieten een geur ontsnappen die zat opgesloten in microcapsules. „Guy #09 was heel populair”, vertelt Tolaas. „Er kwam een vrouw drie maanden lang elke dag langs en kuste de muur van boven naar beneden met steeds een andere lippenstift. Ik heb het project ook in Zuid-Korea gepresenteerd en daar barstte een 90-jarige man uit in tranen voor Guy #05. Hij was geroerd door de geur; de laatste keer dat hij menselijk zweet had geroken was tijdens de Japans-Koreaanse oorlog. Hij wilde een liter van Guy #05 hebben!”

Sissel Tolaas noemt het Westen geurenblind. In Amerika koopt men elk jaar alleen al voor 1,7 miljard dollar aan antitranspiratiemiddelen. Zelf gebruikt Tolaas geen deodorant. „Ik ben niet tegen parfum of deodorant”, zegt ze, „maar we moeten wel weten wat we afdekken. Het lijkt er steeds meer op dat mensen dat niet willen weten omdat ze bang zijn voor hun eigen geur, omdat ze die vies vinden.”

Door Adidas is Tolaas gevraagd om mee te denken over een nieuwe corporate identity. „Een geur is een onzichtbaar logo”, zegt ze. „Het is een totaal andere manier van communicatie, voorbij het visuele, voorbij de retoriek en de taal.” Tijdens het verzamelen van geuren van kledingstukken en schoeisel mocht Tolaas snuffelen aan de sneakers van David Beckham. Ze ontdekte een bacterie die ook voorkomt in Limburgse kaas. In haar laboratorium maakte ze een kaasje van deze menselijke bacterie dat ze presenteerde op een bijeenkomst voor sponsors van de Olympische Spelen in Londen. Vips uit de hele wereld proefden ervan zonder te weten dat ze het zweet van David Beckham aten. „Ze vonden het heerlijk”, zegt Tolaas met een glimlach. „De Fransen prezen de geur!” Maar toen ze vertelde dat de kaas gemaakt was van een ‘menselijke’ bacterie, waren de sponsors not amused.

„We hebben geen goed besef van geuren, en we zijn bevooroordeeld”, zegt Tolaas. „Dit is onze wereld: hoe sterker een kaas ruikt, hoe beter hij is. Maar hoe sterker het lichaam ruikt, hoe minder aangenaam het is.” De wetenschapster en kunstenares schudt haar hoofd. „Wat we ruiken is niet goed óf slecht. Als we mensen kunnen trainen om voorbij te gaan aan de gebruikelijke notie van geuren, om ze beter te begrijpen en ze te tolereren, dan kunnen we de maatschappij veranderen.”

Op sommige momenten klinkt Tolaas als iemand die het evangelie verkondigt. Maar ze gaat dan ook de straat op om mensen te bekeren. Hoe jonger, hoe beter. Ze nam schoolkinderen mee naar de slechtste buurten van hun stad. „Ze vonden het er vreselijk”, zegt Tolaas. „Hondenpoep, afval, zwervers op bankjes, dat soort dingen. Ik heb alle geuren nagemaakt en heb de kinderen in de klas met de moleculen laten spelen. De eerste dag hebben ze nog problemen, maar na een week zijn de geuren abstract geworden. De context is weg, en dan kun je ze voorbij laten gaan aan hun eerste reactie en zijn ze in staat de geuren interessant te vinden, zelfs lekker. En als je dan weer met ze naar dezelfde buurt gaat, vinden ze het niet meer vreselijk. Tolerantie begint niet met kijken of horen, niet met huidskleur of religie, maar met geur. Met onze neus.”

Zoals ze kinderen laat spelen met moleculen, zo laat Sissel Tolaas multinationals als Volvo, Ikea en Adidas combinaties maken met moleculen. „Ik laat zien wat ze hebben en wat er allemaal mogelijk is”, zegt ze. „Zonder dat ze iets hoeven toe te voegen. Zo kun je een geur uitlichten en dat is wat je ruikt als je door de Ikea loopt.” Ik vraag haar of dit dan niet een parfum is. „Nee, nee, nee”, antwoordt Tolaas. „Ik camoufleer niks, ik benadruk juist een geur, laat deze eruit springen.”

Ze maakte op dezelfde wijze de geur van haar woonstad na voor de Biënnale van Berlijn. Ze verzamelde monsters in de hele stad en vond zelfs de geur van communisten in een metrostation in Oost-Berlijn. „De geur zat gewoon opgesloten in de stenen”, vertelt Tolaas. „Ik ging drie verdiepingen omlaag en maakte een gat in de muur en toen kwam het er heel makkelijk uit.” Het resultaat was een kompas van geuren. De stadsdelen van Berlijn zaten in prachtige parfumflesjes: Noord, Zuid, Noord-West, etc. Wie van de ene naar de andere zaal van het museum liep, waande zich steeds in een andere buurt.

„Ik wil je zo graag iets laten ruiken”, zegt Tolaas. „Misschien lukt het met deze geur.” Ze staat op en loopt naar haar bibliotheek. „Ik heb voor het Militärhistorisches Museum in Dresden de geur van de Eerste Wereldoorlog nagemaakt”, zegt ze als ze terugkomt. „Het was misschien mijn moeilijkste opdracht tot nu toe, omdat er geen getuigen meer zijn. De laatste veteraan overleed enkele maanden voordat ik begon met het verzamelen van monsters.” Ze somt er enkele op: „Mosterdgas, kadaver van paarden, open wond.” Ik snuif als een bezetene, ik probeer zo diep mogelijk in te ademen. „In het museum zijn bezoekers onwel geworden”, zegt Tolaas. „Maar volgens mij ruik jij helemaal niets.”

Als troost krijg ik de geur van de wetenschapster en kunstenares mee naar huis. Enkele jaren geleden heeft ze haar eigen lichaamsgeur nagemaakt. „Het is belachelijk dat mensen tegenwoordig betalen voor het flesje en de campagne in plaats van voor de inhoud”, zegt ze. „We zouden een betere kwaliteit en meer diversiteit moeten eisen. Wie zit er te wachten op een nieuw parfum van Lady Gaga?” Tolaas vertelt dat ze haar eigen lichaamsgeur draagt in combinatie met verschillende moleculen. En voor verschillende doeleinden: voor zakelijke afspraken, voor seks, voor als ze met rust gelaten wil worden. „Ik zie geuren als informatie”, zegt ze. „Als onderdeel van onze identiteit.”

Anderhalve week later. Mijn reukvermogen komt langzaam terug. Ik schrijf aan dit stuk; op mijn bureau liggen aantekeningen, flyers van tentoonstellingen, een uitdraai met een interview van internet. En een magazine met daarin de geur van Sissel Tolaas. Ik wrijf met mijn vingers over het papier, ik laat haar los en adem haar in. Onbeschrijfelijk.