Mijn roman is geen sprookje

Succesauteur Julia Franck heeft een nieuwe roman. Ook Rug aan rug is geënt op haar curieuze familiegeschiedenis.

Nederland, Amsterdam, 10-05-2012 Julia Franck, Duits Schrijver PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS

Boekrecensent

Haar onconventionele familie inspireerde haar niet alleen tot haar bestseller De middagvrouw, maar ook tot haar nieuwe roman Rug aan rug: de Duitse schrijftser Julia Franck vertelt over oma’s die de kunst boven hun kids verkiezen en over ooms die liever doodgaan dan zich te corrumperen, over drie generaties Duitse Joden kortom. ,,Voordat de woorden tot ons komen”, zegt Julia Franck, ,,zijn er de aanrakingen.”

We praten over de zinnelijkheid van haar proza. Die viel al op in De middagvrouw, de roman waarmee Franck internationaal doorbrak. In Rug aan rug neemt de taal van het lichaam een nog prominentere plaats in. Een broer en een zus, kinderen nog, zoeken warmte bij elkaar. Ze hebben geen vader, en eigenlijk ook geen moeder. Käthe, de vrouw die hen baarde, kijkt niet naar hen om. Ze is een bekende beeldhouwster in de nog jonge DDR en zet zich in voor de communistische zaak. Haar kinderen zijn op elkaar aangewezen en vormen een symbiotisch paar.

Julia Franck (42) had zo’n symbiose met haar eigen zus. ,,Ik had het geluk dat ik met mijn eeneiige tweelingzusje samen in één bed mocht liggen. We werden vaak in een tehuis of in een pleeggezin ondergebracht, want onze moeder, een actrice, werkte dag en nacht. Maar wij waren altijd samen en altijd dicht bij elkaar. Wij beschermden elkaar.”

Thomas en Ella in Rug aan rug schelen één jaar met elkaar. Pas na een tijdje komen er verschillen tussen de twee bovendrijven.

„Ella vlucht in spel en ziekte. Ze belandt in een andere realiteit, omdat de echte haar te pijnlijk wordt. Thomas heeft een bijna visionaire intelligentie. Hij merkt al vroeg dat de Muur, zodra die wordt gebouwd, van zijn land een gevangenis maakt. Thomas walgt van de wereld om hem heen, die het individu omwille van het communistische ideaal volledig corrumpeert en opeist.

„Hij ervaart deze opdringerigheid ook bij de onderhuurder, die voor de Stasi werkt. Die man gebruikt zijn macht tegen Ella. Thomas is de enige die van het misbruik afweet. Hij kan haar niet verraden, maar omdat hij haar niet kan verraden kan hij haar ook niet beschermen. Dat was heel moeilijk voor mij bij het schrijven, om dat uit te houden – en om samen met Thomas na denken over uitwegen.”

Op zijn achttiende maakt Thomas een eind aan zijn leven. Een oom van Julia Franck deed hetzelfde. Naar Gottlieb Friedrich Franck (1944-1962) is Thomas gemodelleerd. Zijn nichtje nam in Rug aan rug complete gedichten van hem op.

„De gedichten drukken enerzijds zijn sterke wens uit om de wereld vorm te geven en anderzijds zijn onmacht. De moed tot pathos in die gedichten bevalt me. Een ironisch niveau ontbreekt. De eersten van mijn generatie uit de DDR kwamen toen net met hun boeken naar buiten. En tijdens die bijeenkomst ontbrandde er een discussie over de vraag waarom schrijvers uit de DDR geen ironie hebben. Ironie was voor West-Duitse schrijvers heel belangrijk. Ze konden er hun intellectuele spelletjes in kwijt.

„De schrijvers uit de voormalige DDR op die bijeenkomst verachtten ironie. Je kúnt niet om alles lachen; het leven in de DDR wás niet leuk geweest. Je kon in de DDR niet onschuldig volwassen worden. Als je wilde studeren moest je Partijlid worden of met de Stasi samenwerken. Mijn oom heeft dat heel vroeg begrepen. Hij wilde niet collaboreren.”

Zelf woonde Franck tot haar achtste in de DDR. „Ik haalde op school de beste cijfers, maar de zoon van een officier werd voorgetrokken. Zo ontdekte ik dat ik in een onrechtvaardige staat leefde. De leuze van gelijkheid was gewoon een leugen.” In 1978 emigreerde ze met haar moeder en zusjes naar het westelijke deel van Berlijn, waar ze nog steeds woont.

Voor De Middagvrouw kreeg u de Deutscher Buchpreis. Rug aan rug werd minder goed ontvangen. Hoe erg vindt u dat?

„Jaloezie is een natuurlijke reactie op succes, maar de storm van kritiek heeft me toch wel geraakt. Vooral daar waar hij emotioneel en spottend en woedend en erg persoonlijk werd. Elk boek waaraan je serieus hebt gewerkt is nu eenmaal een deel van jezelf. Veel critici noemden het boek, denigrerend bedoeld, een sprookje; ze hadden het steeds over Hans en Grietje. Maar een sprookje voorziet in de behoefte om door tovenarij het goede te laten zegevieren. Dat gebeurt in mijn roman niet. Het verlangen van de lezer naar een gunstige wending wordt niet vervuld, de orde wordt niet hersteld, en dat maakt sommigen razend.”

Er was ook een criticus die niet verdroeg dat Ella seksueel misbruikt werd door een slachtoffer van de nazi’s. Julia Franck doet zijn briesende stem na: „‘Dan voert ze een overlevende van een concentratiekamp op en dan misbruikt hij kinderen! Schande!’ Nou, die vent heeft kennelijk geen overlevenden van concentratiekampen in zijn familie; voor hem is elke overlevende een goed en puntgaaf mens. Hij kan zich niet voorstellen hoe erg de in het concentratiekamp opgelopen beschadigingen na jaren nog in iemand doorwerken. Het concentratiekamp is voor hem zeker een genees- en verbeteringsinrichting!”

Dat Ella door maar liefst twee mannen misbruikt wordt, ís dat niet ook overdreven?

„Voor mijn gevoel zou het verkeerd geweest zijn om het misbruik tot één man te beperken. Waarschijnlijker is het dat Ella verschillende keren is misbruikt, door verschillende mannen. Juist kinderen zonder een beschermend ouderlijk huis lopen het risico misbruikt te worden. Want mannen met een verlangen naar onschuldige lichamen benutten de behoefte aan liefde en erkenning van die kinderen.”

Franck zelf kwam er nog goed vanaf, doordat zij nooit alleen sliep. „Mijn moeder en haar broertje moesten altijd gescheiden slapen. Het is waarschijnlijk dat niet alleen zij maar ook hij misbruikt werd. Zij heeft hem alles verteld. Hij vertelde haar veel minder. Met zijn schaamte wilde hij haar niet opzadelen.”

Thuis heeft Franck ook een zoon en een dochter die close met elkaar zijn. En ook zij heeft geen man. Maar háár kinderen groeien met een moeder op die er vaak voor hen is en met een toegewijde vader. „Mijn zusjes en ik zagen onze vader eens in de zoveel jaar. Mijn kinderen zien hun vader een paar dagen per week. Hij brengt hen naar school, kookt voor hen, wast hun kleren en gaat met hen naar de dokter als ze ziek zijn. Het spijt me voor de kinderen dat wij niet samenwonen, maar van hun ouders afzien hoeven zíj niet meer. De geschiedenis verandert en de generaties veranderen mee.”

Julia Franck: Rug aan rug. Uit het Duits vertaald door Goverdien Hauth-Grubben. Wereldbibliotheek, 317 blz. € 19,90

    • Anneriek de Jong