Middelbare scholieren rekenen slecht

Het is slecht gesteld met de taal- en rekenvaardigheid van scholieren in het voorgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) stuurde vrijdag de resultaten van een landelijke toets naar de Tweede Kamer. Daaruit blijkt dat vmbo-, havo- en mbo-scholieren grote moeite hebben om het vereiste niveau te halen.

Bij de test die dit voorjaar werd afgenomen, ging het om een pilotproject. In het voortgezet onderwijs deden 50.000 leerlingen mee, in het mbo 30.000. Vanaf het schooljaar 2013/2014 moeten alle scholieren in het voorgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs deelnemen aan een taal- en rekentoets, die deel uitmaakt van het eindexamen. Leerlingen leggen de toets af in het laatste of voorlaatste jaar. Ze mogen niet lager halen dan een vijf. Vanaf 2015 mogen havo- en vwo-leerlingen niet meer dan één onvoldoende halen voor Nederlands, Engels, wiskunde en de rekentoets.

Van de havo-leerlingen haalde 72 procent een onvoldoende voor de rekentoets. Op het vwo was dit 32 procent. Op het laagste vmbo-niveau scoorde 84 procent een onvoldoende. Op het hoogste niveau, dat van de oude mavo, was dit 28 procent.

Mbo-scholieren moeten straks een reken- én taaltoets maken. Ook hier lijkt rekenen het grootste probleem: in de vierde klas haalde 83 procent een onvoldoende voor de test. De taaltoets werd met 38 procent onvoldoendes beter gemaakt.

Van Bijsterveldt noemt de resultaten in haar brief aan de Kamer „nog niet bevredigend”. Mogelijke verklaringen voor de slechte cijfers zijn storingen in de software bij digitaal afgenomen examens en het gebrek aan oefening bij de leerlingen. Ook schrijft ze dat het aannemelijk is dat leerlingen „beter hun best doen wanneer de toets daadwerkelijk deel uitmaakt van hun eindexamen”.