Met conservatisme komt Oranje niet verder

Onder Bert van Marwijk was het Nederlands elftal altijd een geheel. De aanvallers lijken nu op eigen succes uit. Alle zekerheden zijn plotseling verdwenen.

Koen Greven

Never change a winning team. Bert van Marwijk wist het Nederlands elftal met behulp van deze voetbalwijsheid in 2010 naar de WK-finale te leiden. Maar nu Oranje alles behalve een winnende machine is, wordt anticiperend vermogen geëist van de bondscoach van Oranje. Toch houdt de begeleidingsstaf van het Nederlands elftal krampachtig vast aan de oude waarden, waardoor op het EK in Polen en Oekraïne een debacle dreigt.

In de voetbalwereld heerst conservatisme. Het hoort zo, omdat het zo moet. Dat is bij Oranje niet anders. Van Marwijk is het toonbeeld van een bondscoach die tot vervelens toe vasthoudt aan dezelfde lijn. Het grote voordeel is dat onder zijn leiding iedereen weet waar hij aan toe is. En als de resultaten goed zijn wordt de coach geprezen om zijn rust en stabiliteit. Van Marwijk is een coach die zichzelf blijft, heet het dan.

Het is allerminst verbazingwekkend dat voor Oranje het WK in Zuid-Afrika in vrijwel alle opzichten als een blauwdruk geldt voor dit EK. Het Nederlands elftal speelt grotendeels in dezelfde formatie, met de controleurs Mark van Bommel en Nigel de Jong die een buffer moeten vormen tussen de middelmatige verdediging en het blok met vier topaanvallers. Een gedegen tactiek waarbij de uitvoering ondergeschikt is aan het resultaat. De afgelopen jaren bewezen de vele overwinningen Van Marwijks tactische gelijk.

Ook in de keuze van het basiskamp van het Nederlands elftal werd nadrukkelijk gekeken naar eerdere eindtoernooien. Een perfecte trainingsaccommodatie, een hotel dat van alle gemakken is voorzien en dat alles op een aansprekende plek dichtbij een vliegveld. Al ver voor de loting van het toernooi was iedereen bij Oranje het erover eens dat teammanager Hans Jorritsma in het Poolse Krakau het juiste onderkomen voor het Nederlands elftal had gevonden. Dat Nederland drie keer in het Oekraïense Charkov aan moet treden werd niet als een probleem gezien. „In Zuid-Afrika reisden we toch ook?”, wuifde Van Marwijk op voorhand de kritiek weg.

De zekerheden zijn na de teleurstellende 1-0 nederlaag van afgelopen zaterdag in de openingswedstrijd in groep B tegen Denemarken opeens verdwenen. Het Nederlands elftal was weliswaar grote delen van de wedstrijd dominant, maar de echte scherpte ontbrak. Oranje deed in totaal 28 doelpogingen, maar slaagde er niet in de bal achter de matige Deense doelman Stephan Andersen te krijgen. Denemarken was daarentegen via een doelpunt van de bij Ajax ooit afgeschreven Michael Krohn-Dehli uiterst effectief. Van Marwijk zag zijn team gaandeweg het duel uiteenvallen. Oranje stond in Charkov, waar het veel warmer was dan in Krakau, letterlijk en figuurlijk naar lucht te happen. De internationals hielden zich na afloop vast aan het grote aantal kansen dat ze hadden gecreëerd en waren boos dat een Deense handsbal geen strafschop opleverde.

Toch stonden de gemiste doelpogingen niet op zich. Waar de bondscoach bleef hameren op de gemaakte afspraken, probeerden de vier aanvallers Ibrahim Afellay, Wesley Sneijder, Arjen Robben en Robin van Persie veel te geforceerd eigenhandig de ploeg over het dode punt heen te tillen.

Afellay, de lieveling van de bondscoach, wil na een lange afwezigheid niets liever dan belangrijk zijn voor Oranje. Hoewel Sneijder goed speelde tegen Denemarken is hij nog niet de ster die Nederland twee jaar geleden bij de hand nam, maar ook hij wil niets liever dan een nieuwe heldenrol. Robben hoopt met een glansrol voor Nederland de verloren Champions League-finale met Bayern München te vergeten. Van Persie wil bewijzen dat hij net als bij Arsenal een spits van internationale allure is. De invallers Rafael van der Vaart, Klaas-Jan Huntelaar en Dirk Kuijt wilden tegen de Denen op hun beurt laten zien dat de bondscoach juist hen moet opstellen.

Het Nederlands elftal was onder Van Marwijk jaren achtereen een collectief waarin de ego’s zich ondergeschikt maakten aan het teambelang. Maar nu het EK voor de bondscoach en een groot aantal spelers misschien de laatste kans is op internationaal succes, ontstaat er een nieuwe dynamiek waarbij de rechtlijnige keuzes plotseling niet meer voor iedereen vanzelfsprekend zijn.

Huntelaar was in de voorbereiding de eerste speler die zijn onvrede over de keuzes van de bondscoach uitte. Het Nederlandse publiek scandeerde zaterdagavond in Charkov na een uur spelen zijn naam. De spits van Schalke mocht het 23 minuten proberen, met Van Persie achter zich, maar hij kwam net zomin als zijn concurrent tot scoren. Van Persie, Huntelaar en Kuijt weigerden overigens na afloop de pers te woord te staan.

Het Nederlands elftal vertrok gedesillusioneerd vanuit de hete speelstad Charkov naar het basiskamp in het 1.200 kilometer verderop gelegen, regenachtige Krakau. Door een noodlanding van een ander vliegtuig moesten de spelers en de begeleidingsstaf een uur extra wachten, voordat de ploeg in het holst van de nacht naar Polen kon vertrekken.

Nederland heeft volgens KNVB-directeur Bert van Oostveen nooit overwogen tijdens de groepsfase een week in Charkov te verblijven. „Dat hebben we nooit zo gedaan. In Zuid-Afrika ook niet’’, luidde het argument.

Oranje moet morgen weer naar Charkov voor het cruciale groepsduel met Duitsland. Het Nederlands elftal moet woensdag zien te voorkomen dat de KNVB de accommodatie in Krakau voor niets tot vlak voor de finale in Kiev heeft geboekt.

    • Koen Greven