Libische militie houdt delegatie Strafhof vast

Het Internationaal Strafhof heeft gisteren een delegatie naar Libië gestuurd om vier vertegenwoordigers van het Hof vrij te krijgen die sinds donderdag in de stad Zintan door de lokale militie worden vastgehouden.

De zaak onderstreept het probleem van de Libische milities die na de val van het regime van Moammar Gaddafi hebben geweigerd hun wapens in te leveren en het land in eigen rijkjes hebben verdeeld.

De Libische regering heeft de militie die de gedelegeerden vasthoudt opgeroepen hen vrij te laten. Maar de militie liet weten hen hoe dan ook eerst te willen ondervragen.

Het gaat om de Australische advocaat Melinda Taylor, haar Libanese tolk, Helen Assaf, de Russische diplomaat Alexander Khodakov en een Spanjaard, Esteban Peralta Losilla. Zij waren naar Zintan gegaan voor een bezoek aan Seif al-Islam Gaddafi. De militie houdt hem sinds november vast maar het Strafhof in Den Haag wil hem berechten wegens misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven.

De Libische regering heeft het Strafhof al laten weten Gaddafi jr. zelf te willen berechten. De militie wil hem vooralsnog aan niemand uitleveren, naar ze zegt uit angst dat hij anders in staat zal worden gesteld te vluchten.

Volgens de Libische regeringsvertegenwoordiger bij het Strafhof, Ahmed Jehani, gaat het de militie met name om de twee vrouwen die worden beschuldigd van „spionage” en „communicatie met de vijand”.

De twee mannen zijn volgens hem vrijwillig bij de vrouwen gebleven. Taylor was volgens hem op heterdaad betrapt toen ze documenten aan Seif al-Islam Gaddafi overhandigde, en Assaf wordt als medeplichtige beschouwd.

Jehani erkende dat de Libische autoriteiten de onschendbaarheid van vertegenwoordigers van het Strafhof moeten respecteren. Maar, zei hij: „Melinda heeft de wet zeer ernstig geschonden”. De aanklager van het Strafhof, heeft na een bezoek aan Libië in april gezegd dat het justitieel systeem in Libië „in orde” was.

Intussen zijn de eerste algemene verkiezingen in vijftig jaar uitgesteld van 19 juni tot 7 juli omdat er logistieke problemen zijn. Dat heeft de verkiezingscommissie gisteren meegedeeld. Onderzoek naar de achtergrond van kandidaten duurt langer dan verwacht, aldus een woordvoerder. (AFP, Reuters, AP)