John Cage daagt nog steeds uit

John Cage. Gehoord: 9, 10/6 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam.

Exotische schelpen, een bakje water, elektronisch versterkte cactussen en allerhande slagwerk. In de foyer van het Muziekgebouw aan ’t IJ stond tijdens het John Cage-weekeinde deels hetzelfde instrumentarium als in 1978 voor de compositie Sounday van Cage. Riep Sounday destijds veel denigrerende reacties op, nu was er slechts publieke bijval voor drie grote theaterstukken met uitvoerige gratis randprogrammering.

Cage, die dit jaar honderd zou zijn geworden, beleefde eind 2010 een doorbraak bij het grote publiek via De Wereld Draait Door. Reinbert de Leeuw legde met het ‘spelen’ van 4’.33’’, vier minuten en 33 seconden stilte, zelfs Matthijs van Nieuwkerk en Jan Mulder het zwijgen op. Cage daagt nog steeds de conventionele muziekwereld uit. Dit weekeinde met Song Books, een bevrijding van muzikale en theatrale rituelen, Europera 3 & Europera 4 waarin het hele ijzeren repertoire letterlijk langs dendert en Roaratorio, een hoorspel naar Finnegans Wake van James Joyce.

Cage, ooit gefotografeerd met puntmuts, provoceert nog steeds. Tijdens Song Books mocht het publiek zelf muziek maken via mobieltjes, streng verboden in concertzalen. Europera 3 tart de operaliefhebber met talloze fragmenten. Roaratorio kwelt met een uur stadgedruis, Ierse volksmuziek en, via een tape, de zangerig maar onverstaanbaar reciterende John Cage. Hij kon ook prachtige muziek schrijven naar ouderwetse normen. Zoals het ijle slotlied van Song Books, dat herinnert aan de mystiek van de non Hildegard von Bingen (1098-1179) en vervluchtigt in het eeuwige ruimte-tijdcontinuüm.

    • Kasper Jansen