Jankende en gierende gitaar

Jazzgitarist Reinier Baas (26) ging naar de show van Guns N’ Roses - gitarist Slash.

Nederland, Rotterdam, 18-07-2011. Portret van jazz gitarist Reinier Baas in het Wester Paviljoen te Rotterdam. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Pop

Slash feat. Myles Kennedy & The Conspirators. Gehoord: 10/6 HMH, Amsterdam.

„I found this guy naked in an alley, with a Pepsi.” Met deze woorden introduceerde rocklegende Slash in een bomvolle Heineken Music Hall zanger Myles Kennedy aan het publiek. Het moet een bijzondere ontmoeting geweest zijn, de zanger van de groep Alter Bridge maakte indruk op de stergitarist. Kennedy werd eerder al gevraagd twee nummers in te zingen voor Slash’ eerste soloproject en zong en schreef dit keer alle teksten voor diens nieuwe plaat Apocalyptic Love. De gelijknamige tour deed gisteravond Amsterdam aan.

Al bij de eerste noten van de sterk in de blues gewortelde opener One Last Thrill barstte het gejuich los. Het publiek, dat bestond uit een opmerkelijke mengeling van verstokte ouwe rockers, zakenmannen, provincialen, stedelingen en opgedirkte tienermeisjes, liet het bier door de zaal vliegen en raakte als bij toverslag in extase. Het was duidelijk dat Slash, de ex-gitarist van Guns N’ Roses, deze avond niet veel fout kon doen.

Getooid met zijn onafscheidelijke hoge hoed, zonnebril en met zijn Gibson Les Paul rechtop de lucht in gestoken, baande Slash (46) zich jankend en gierend een weg door zijn repertoire, voornamelijk afkomstig van zijn twee soloplaten. Hoewel sommige liedjes niet veel om het lijf hebben, maken de riffs van de gitaarheld nog steeds indruk, met name Speed Parade en Halo.

Hoewel zijn timing soms te wensen overlaat, wist hij te imponeren met inmiddels typische gitaristentrucs: hij boog zijn dunne snaren tot het uiterste, hamerde erop met zijn linkerhand, creëerde ‘feedback’ door zijn gitaar voor zijn bijna lachwekkend grote stapel Marshall-versterkers te houden en speelde handig en razendsnel toonladders van hoog naar laag.

Het op Bach geïnspireerde intro van Anastacia haperde wat, ondanks dat de rocker er even bij was gaan zitten. Maar wanneer de band op volle kracht inzette was dat hem al vergeven. Zeker toen Guns N’ Roses-klassiekers Sweet Child o’ Mine en Paradise City uit de kast werden getrokken. De vliegensvlugge notenstromen van Slash deden bij vlagen denken aan Jimi Hendrix en Stevie Ray Vaughan, al vielen ze uiteindelijk in herhaling en werd souplesse en diepgang gemist. Myles Kennedy wist onvolkomenheden met aanstekelijke nonchalance en indrukwekkende zang glad te strijken. Het publiek deerde het niets. Het kreeg waar het voor kwam: jeugdheld Slash.

    • Reinier Baas