‘Iedere Koreaan wil in Amerika blijven’

In Zuid-Korea en Japan draait alles om competitie, zegt Jaeyong Park, maar hij was altijd al meer geïnteresseerd in de Amerikaanse manier van leven. „Op bezoek bij mijn zus die in de Verenigde Staten studeerde, keek ik mijn ogen uit. Ik sprak nauwelijks Engels, dus ik imiteerde hun taal. Tijdens mijn eerste bezoek aan de McDonald’s bestelde ik een ‘number one’, omdat de man voor mij dat ook bestelde, en een hamburger kreeg. Ik dacht heel lang dat dit het woord voor hamburger was.

„In Zuid-Korea was ik al een bedrijfje begonnen toen ik in 2007 naar Utah kwam. Ik handelde in opblaasbare kussens en heb daar een paar duizend dollar mee verdiend. Het leek me een goed idee ook in Amerika een bedrijf te starten. Ik haalde een MBA aan Utah Valley University, maar mijn aandacht ging meer uit naar de techniek. Nu studeer ik informatica, ik zit in het laatste jaar. Ik ben me gaan inzetten om de Koreaanse studenten te verenigen. In Utah studeren honderden Koreanen zonder dat ze elkaar kennen, in de VS studeren ruim 75.000 Koreanen. Ik ben nu actief voor de Korean Student Association. Iedere Koreaan wil in Amerika blijven werken. Ik ook. Misschien kan ik een baan vinden als informatica-specialist.

Het probleem is geld. We betalen hier zo’n tienduizend dollar per jaar voor de studie, maar een baan vinden is lastig. Werkgevers zijn niet erg enthousiast over ons, omdat er talloze visumproblemen zijn die ze moeten oplossen. We mogen na ons afstuderen niet langer in Amerika blijven, en er zijn allerlei beperkingen om een baan te vinden naast de universiteit. Ons visum verloopt zodra we zijn afgestudeerd, en het is gecompliceerd een ander visum te krijgen. Als ik werkgever was, zou ik geen internationale studenten aannemen, hoe gekwalificeerd ze ook zijn. Sommige studenten gaan illegaal werk doen, of doen onbetaalde stages om maar ergens binnen te komen. Ik heb het geluk dat ik een baantje heb gevonden als vertaler bij een IT-bedrijf, zodat ik de studie kan betalen. Hopelijk kan ik blijven na mijn afstuderen, volgend jaar april.”

    • Guus Valk