'Het leger wil de macht niet opgeven'

De regering van de Birmese president Thein Sein oogst veel lof voor zijn hervormingen. Maar volgens mensenrechtenactivist Bo Kyi is optimisme voorbarig.

Voor een enkele reis naar zijn vaderland Birma vindt de voormalige politieke gevangene en mensenrechtenactivist Bo Kyi het nog te vroeg. Ondanks de wereldwijde euforie over de recente hervormingen, blijft hij sceptisch over de kans dat de generaals de politieke macht echt uit handen geven. „Pas als de parlementsverkiezingen in 2015 eerlijk verlopen, wil ik terug”, zegt hij. „Dat wordt echt een cruciale test.”

Ook de recente tussentijdse verkiezingen voor enkele tientallen parlementszetels, waarbij Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi’s Nationale Liga voor Democratie (NLD) een verpletterende overwinning behaalde, heeft hem niet van mening doen veranderen. „De militairen weten nu met zekerheid dat ze verliezen tegen Aung San Suu Kyi als ze over drie jaar vrije verkiezingen houden. Ze hebben hun les geleerd. Ik geloof niet dat ze daartoe bereid zijn.”

Zijn wantrouwen is niet onbegrijpelijk. Ruim zeven jaar lang zat Bo Kyi (47), een rustige man die je doordringend kan aankijken, onder barre omstandigheden gevangen. Louter omdat hij het had gewaagd zich in 1988 bij de studentenbeweging aan te sluiten die campagne voerde voor democratische hervormingen.

Bo Kyi ziet de hervormingen tot nu toe – aantreden van een civiele regering vol voormalige militairen, toelating van de NLD tot het politieke proces, vrijlating van politieke gevangenen, meer persvrijheid, grotere vrijheid voor vakbonden en een wapenstilstand met de meeste etnische minderheden – vooral als een tactische zet van de militairen. Bo Kyi: „Ze hebben de deur op een kier gezet voor Aung San Suu Kyi en ze hebben daar veel voor teruggekregen in de vorm van erkenning door de buitenwereld en opheffing van een deel van de sancties.”

Op het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Bo Kyi net gepleit voor meer druk op de Birmese autoriteiten om alle resterende politieke gevangenen vrij te laten.

Waarom blijft u somber, al zijn er al veel politieke gevangenen vrijgelaten?

„Er is wel iets verbeterd, maar nog steeds zitten er voor zover wij weten 469 politieke gevangenen vast en worden er mensen opgepakt en gemarteld, vooral leden van de etnische minderheden. Birma is geen rechtsstaat en blijft overgeleverd aan de willekeur van de militairen.”

Maar er is toch veel ten goede veranderd. Ook in Birma zelf koesteren veel mensen eindelijk weer hoop?

„Het is waar dat de media bij voorbeeld meer vrijheid hebben gekregen om over allerlei dingen te berichten. Maar de oorlog van het leger tegen de Kachin-minderheid valt daar niet onder. Dorpen worden nog in de as gelegd, mensen gearresteerd en vrouwen verkracht. Dat blijft buiten de pers. Ook de internationale media en buitenlandse politici hebben daar onvoldoende oog voor. Maar zonder vrede met de etnische minderheden zal Birma nooit in vrede leven.”

Wat moet de regering volgens u doen om te laten zien dat het haar menens is met de hervormingen?

„Ze moet allereerst de resterende politieke gevangenen vrijlaten. Verder moet ze de strijd met etnische minderheden staken en moet ze ophouden de rechten van de mens op grote schaal te schenden. Er is ook een constitutionele crisis. De grondwet kent de strijdkrachten buitensporige privileges toe. Het leger kan op elk gewenst moment de noodtoestand uitroepen. Niet voor niets heeft ook Aung San Suu Kyi gezegd dat het moeilijk is echt te hervormen zonder steun van het leger. Maar militairen horen het land slechts te beschermen, niet te besturen.”

Is het verstandig van Aung San Suu Kyi in de huidige omstandigheden met de militairen samen te werken?

„Ze wil het spel volgens de regels spelen. Ze heeft iets meer ruimte gekregen dan ze had en maakt daarvan gebruik. De mensen kunnen nu vrij hun steun voor haar uitspreken en doen dat massaal. Dat is vanuit haar gezien niet onverstandig.”

Veel mensen zeggen dat het leger inziet dat Birma zonder hervormingen alleen maar kan stagneren.

„Niemand weet hoe de militairen echt denken. Ook is onduidelijk hoe machtig de huidige president, Thein Sein, werkelijk is. Wel heb ik vage hoop dat Aung San Suu Kyi de legerchef, nog steeds de machtigste man van het land kan overtuigen dat het beter is ver reikende politieke hervormingen door te voeren.”