Het laatste taboe in de slaapkamer

Volgens mij moeten we erover praten. Moet de stilte worden doorbroken. Moeten we accepteren dat het bestaat en dat het out there is, zoals mokkakoffie en barefoot sportschoenen. Ik heb het over het laatste taboe in de slaapkamer: niet met iemand anders in een bed kunnen slapen.

Zodra je een stel wordt, maak je de plechtige belofte om de rest van je leven lief, leed en een bed van 2 bij 1 meter 60 te delen. Het is een vanzelfsprekend gedeelte van het concept relatie, zoals af en toe je schoonouders bezoeken en kunnen plassen met de deur open. Terwijl, als je het rationeel bekijkt: we lijken wel gek! Zo weinig ruimte! Maar één dekbed! Je schenen stoten tegen barricades gemaakt van andermans knie! Helemaal op het randje eindigen! Midden in de nacht iemand met zo weinig empathie opzij rollen dat je jezelf gaat afvragen of je wellicht een roeping hebt gemist als zo’n folteraar die mensen uit hun slaap houdt!

Ik heb het nooit goed gekund: liefdevol in één bed slapen. Ik vind het heerlijk om tegen iemand aan te liggen, of om samen wakker te worden – maar de echte slaapuren, de uren waarin je tóch niets aan elkaar hebt, breng ik liever alleen door. Ik ben een egoïstische slaper, ik wil me over het hele bed kunnen uitstrekken of me helemaal inwikkelen met de deken. Bovendien daalt mijn relativeringsvermogen ’s nachts tot een minimum, en al helemaal voor zaken als ‘wakker gemaakt worden door een elleboog in je wang’. Met mij in een bed slapen is te vergelijken met het idee een bed te willen delen met een grizzlybeer: je denkt ergens dat het warm en gezellig zal zijn, maar het eindigt in ellende en stukgescheurde dekens.

Toch is verkondigen dat je het liefste alleen slaapt een standpunt dat grenst aan openlijk ervoor uitkomen dat je een hart van ijs hebt en niet in staat bent liefde te voelen. Geliefden horen nu eenmaal vredig in elkaar verstrengeld te slapen. ‘Liefde maakt een klein bed groot’ is het spreekwoord, niet ‘Liefde is ook heus mogelijk als je nou eenmaal zo iemand bent die ’s nachts veel ruimte nodig heeft’. Een stel dat ik ken bezit de kwaliteit om op het smalste reepje campingmat te kunnen slapen, in een ingenieuze, roerloze positie die ze ‘Vliegtuig-Piloot’ noemen. Iets wat ik ontroerd aanhoor (en waarbij ik toch ook de behoefte voel om ze midden in de nacht met een alpenhoorn te wekken – zie: mijn gemiste roeping).

Er is niet echt een oplossing voor dit taboe: twee bedden in één huis voelt toch te veel als een straf, alsof een van de twee een oude telefoon vol sexting-berichtjes aan een collega heeft laten slingeren. Dus is mijn nieuwe doel: sparen voor een verschrikkelijk groot bed met twee enorme dekbedden. Een bed dat doet vermoeden dat er heel andere taboes in de slaapkamer mee worden bediend.

    • Renske de Greef