Hart van Podolski klopt ook voor Polen

Lukas Podolski, aanvaller van Duitsland, is geboren in de Poolse industriestad Gliwice. Hij is er zo gerespecteerd dat niemand over hem wil praten.

‘Lu Lu Lu Lukas Podolski, Lu Lu Lukas Podolski, Lu Lu Lu Lukas Podolski.’

Zo er al twijfel bestond over het adres van de oma van Lukas Podolski, dan is die bij het aanbellen weggenomen. Een druk op de knop activeert mechanisch een loflied op de Duitse voetbalinternational. Het doet je een beetje terugdeinzen. Wat een herrie voor een deurbel. Maar het maakt oma Budzinska op voorhand sympathiek; het geeft haar trots op de zoon van haar dochter een extra dimensie.

Binnen in het huis in Gliwice schijnt een zee aan Podolski-parafernalia te zijn. Maar die krijgt een verslaggever niet te zien. De deur blijft dicht, op uitdrukkelijk verzoek van Lukas Podolski, die ook andere familieden in Gliwice heeft gevraagd journalisten niet binnen te laten. Hij wil voorkomen dat zijn oma nog wordt lastiggevallen, en ook dat zij zijn spreekbuis wordt. Het verhaal over zijn afkomst is wat Lukas Podolski betreft al vaak genoeg geschreven.

Sinds Podolski voor Duitsland uitkomt, hebben talloze Duitse en Poolse journalisten de arbeiderswijk Sosnica in Gliwice bezocht. De industriestad in Opper-Silizië maakte ooit deel uit van Duitsland maar werd na de Tweede Wereldoorlog aan Polen toebedeeld.

Podolski’s ouders, een voormalige handbalster en een oud-profvoetballer, behoorden tot het achtergebleven Duitse deel van de bevolking en maakten, uit economische overwegingen, in 1987 gebruik van hun recht op het Duitse staatsburgerschap. Zij verhuisden naar Bergheim, nabij Keulen. Podolski was twee jaar toen hij een Aussiedler werd. En hij was niet de enige. Volgens gegevens van het Poolse ministerie van Buitenlandse Zaken gold dat voor zo’n 1,5 miljoen Polen.

Wie Sosnica bezoekt, proeft de behoefte aan betere leefomstandigheden. De mijnwerkershuizen ogen grauw en zijn van binnen klein. De straten ademen de somberheid van oude, communistische woonoorden. In die omgeving werd Podolski 27 jaar geleden geboren. En hoe goed het de voetballer intussen ook vergaat, hij verloochent zijn afkomst niet.

Regelmatig komt Lukas Podolski naar zijn geboortestad Gliwice (in het Duits Gleiwitz) om zijn oma en zijn oom Wieslaw te bezoeken. De Duitse international heeft altijd gezegd dat zijn hart ook voor Polen klopt. Die houding maakte hem populair in Polen.

Jaroslaw Rutkowski, de overbuurman van Podolski’s oma, noemt de voetballer een sympathieke jongen. Podolski voelt zich zeker niet te groot om met zijn zonen Lukas en Peter en andere jongens uit de buurt op het nabijgelegen speelveldje een balletje te trappen.

Maar ook Rutkowksi houdt zich aan de code van zwijgzaamheid. Zoals alle buurtbewoners. Er is hun geen spreekverbod opgelegd, maar de buurt is solidair met Podolski en zijn familie. Zo zijn de mores in de wijk Sosnica.

De kennismaking met het groepje bier drinkende mannen rond buurman Rutkowski verloopt ook ronduit afhoudend. „Wij geven journalisten geen informatie”, zegt Mateusz Sikora, een 21-jarige informaticastudent die als enige van het gezelschap Engels spreekt. De houding wordt warmer zodra er over voetbal in het algemeen wordt gesproken. Want voetballiefhebbers zijn de mannen – vooral van de regionale profclub Gornik Zabrze, en buiten de landsgrenzen van FC Barcelona.

Dat Podolski voor Duitsland speelt, nemen ze hem niet kwalijk. Hij had aanvankelijk voor Polen willen uitkomen, maar de toenmalige bondscoach Pawel Janas gaf geen gehoor aan de lobby in de Poolse media om Podolski te selecteren toen hij bij FC Köln op het punt van doorbreken stond. „Ik haal geen speler op basis van twee goede wedstrijden in de Bundesliga”, zou hij gezegd hebben.

Janas verspeelde er voorgoed de sympathie van de Poolse voetballiefhebbers mee. De mannen op de stoep bij Rutkowski kunnen er nog steeds niet over uit. Vooral niet omdat er tegenwoordig wel twee Franse en twee Duitse spelers met Poolse roots van de nationale ploeg deel uitmaken. En die mogen wat hen betreft nog niet eens de veters van Podolski strikken.

Als zijn oom Wieslaw Budzinska, gekleed in polo met het embleem van FC Köln, zich deze zaterdagavond bij het gezelschap drinkende mannen voegt, valt het gesprek even stil. Zou hij wat over zijn beroemde neef zeggen? Niet dus. Ja, dat hij zijn shirt binnenkort vervangt door een polo met het logo van Arsenal. Want Budzinska laat wel blijken hoe trots hij op Podolski’s transfer van FC Köln naar de Londense topclub is. Maar verder houdt hij het bij een veelzeggende lach op zijn door drank getekende hoofd.

De mediastilte over Podolski heeft de gastvrijheid in Sosnica niet aangetast. Want hoe slecht een verslaggever ook wordt geïnformeerd, hij wordt vriendelijk uitgenodigd om de wedstrijd Nederland-Denemarken te bekijken. Bij het eten van zelf gevangen vis moet de gast uiet Nederland gast zich wel de schimpscheuten over het geschutter van Oranje laten welgevallen. Want in Sosnica mogen ze graag een beetje jennen.

Een paar uur later heeft de familie Sikora de deuren wijd opengezet om de gast te laten zien hoe het Duitsland van Podolski het er tegen Portugal vanaf brengt. Er wordt niet overdreven meegeleefd en evenmin luidkeels de loftrompet gestoken over de kleinzoon van oma Budzinska. Maar ook in relatieve stilte is het respect voor Podolski voelbaar.

En in de lachende gezichten na de 1-0 overwinning van Duitsland ligt de tevredenheid over het verloop van de wedstrijden in groep B van het EK voetbal besloten. Waarna de gast de warme groeten krijgt, hem een goede reis wordt gewenst en hij vriendelijk wordt uitgezwaaid met de toevoeging: „En sterkte tegen Duitsland.”

    • Henk Stouwdam