Graven in de archieven naar corrupte politieagenten

Man Standing Between Shelves in Archives Facility --- Image by © Helen King/Corbis © Helen King/Corbis

Zo’n televisieprogramma Verre verwanten, historicus Pim Kooij (1945) begrijpt er niets van dat mensen daar ineens ontdekken dat ze van Michiel de Ruyter afstammen. Dat zoiets niet doorgegeven is in de familie. Maar het laat wel haarscherp zien dat archieven ons geheugen zijn. Kooij is oud-hoogleraar economische en sociale geschiedenis in Groningen en agrarische geschiedenis in Wageningen.

Archieven klinkt intussen als iets ouderwets.

„Ja, je hoort wel zeggen: stop alles in een container, verscheep die naar India en laat ze daar alles inscannen. Dan hoeft het niet eens meer terug te komen, en is het voor eens en altijd klaar.”

Is dat geen goed idee?

„Scannen is een secuur werkje. Er gaan dingen verloren als je scant. Je kunt bijvoorbeeld soms aan de inkt zien dat iets er later bijgeschreven is.

„Een veel beter idee is wat er nu met de Burgerlijke Stand gebeurt: vrijwilligers voeren alle gegevens over geboortes en huwelijken in. Via het systeem Genlias kun je dan je familiegeschiedenis uitzoeken. Al vind ik het pas echt aardig worden als je iets meer weet. Via notariële akten of justitiële bronnen lukt dat vaak. Die moeten er dus zijn.”

Wat is er verdwenen?

„Bij gemeentelijke herindelingen zijn veel archieven tot een minimum teruggebracht. En twintig jaar geleden zijn overheidsrichtlijnen ingevoerd die zeggen dat je alleen beleidsstukken hoeft te bewaren.

„Dat betekent bijvoorbeeld dat in de politiearchieven de uitgeschreven bonnen ontbreken. Ik werd eens benaderd door iemand wier tante in de jaren dertig door een Rolls-Royce was doodgereden. Meer wist ze niet. Iemand uit de elite die de hand boven het hoofd werd gehouden? Een dagrapport waaruit je meer had kunnen opmaken, is er niet meer.”

Maar het stadsarchief van Leeuwarden is er nog wel.

„Ja, mijn pleidooi voor archieven is ter ere van het verschijnen van een inventaris van dat archief. Het bevat ook veel visuele bronnen. Zoals een tekening van een processie met stadhouder Willem Lodewijk, waar je aan kunt aflezen hoe ze de samenleving zagen door wie voorop liep, en wie achteraan.

„Uit boedelinventarissen heeft Harm Nijboer geconstateerd dat Leeuwarden zo’n fatsoenlijke stad was. ‘Fatsoen’ had in de Gouden Eeuw nog de betekenis van ‘maaksel’ net zoals het Franse façon. Dan bedoelden ze dingen met een hoge restwaarde: gouden en zilveren voorwerpen hadden een hoog fatsoensgehalte. Die waren dan ook in de mode – denk ook aan het verwante fashion. Wie die dingen bezat, wist hoe het hoorde en was wellevend.”

Vrijdag 15 juni spreekt prof. dr. Pim Kooij over ‘Het archief, de enige remedie tegen stedelijk geheugenverlies’. 14.45 uur. Groeneweg 1, Leeuwarden. Toegang symposium € 12,50.

    • Liesbeth Koenen