Google-analyse: huidskleur kost Obama 3 tot 5 procent stemmen

Natuurlijk doet Obama’s ras er niet toe, zeggen Amerikanen in enquêtes. Toch kreeg de huidige president in 2008 aanmerkelijk minder stemmen in gebieden waar burgers relatief vaak op het scheldwoord ‘neger’ googlen.

Dat blijkt uit een onderzoek van Seth Stephens-Davidowitz, promovendus en politiek econoom aan Harvard University. Hij gebruikte het programma Google Insights, waarmee zoekopdrachten per staat en per mediamarkt (een gebied waarin mensen toegang hebben tot dezelfde media) vergeleken kunnen worden.

Google aggregeert informatie van miljarden zoekopdrachten, legt Stephens-Davidowitz uit in The New York Times. “Het heeft een griezelig vermogen om betekenisvolle sociale patronen zichtbaar te maken. ‘God’ wordt vaker gegoogled in de Bible Belt en ‘Lakers’ vaker in Los Angeles.” Het aantal inwoners doet er overigens niet toe: het gaat om de zoekinteresse van een afgebakende groep mensen.

De omstandigheden waaronder mensen gebruik maken van de zoekmachine (alleen, zonder dat iemand meekijkt) zijn volgens de econoom ideaal voor het vastleggen van wat ze echt denken en voelen. “Je hebt waarschijnlijk weleens iets ingetikt dat je niet in gezelschap zou vragen. Ik in ieder geval wel. Net als de meeste Amerikanen: zij googlen meer naar ‘porno’ dan naar ‘weer’.”

Positieve discriminatie van weinig invloed

Om antipathie jegens de politicus Barack Obama uit te sluiten, keek de onderzoeker alleen naar zoekgegevens van de periode 2004-2007. Als ijkpunt hanteerde hij de score van de witte Democratische presidentskandidaat John Kerry in 2004. Die won ongeveer vijftig procent van de stemmen in Denver en eveneens vijftig procent in Wheeling.

In 2008 was dit evenwicht zoek. De zwarte Democratische presidentskandidaat Obama won in Denver 57 procent van de stemmen, maar in Wheeling slechts 48 procent. Toeval of niet: qua zoekgedrag behoort Denver tot de minst racistische plaatsen en Wheeling tot de meest racistische. Seth Stephens-Davidowitz onderzocht ook positieve discriminatie, maar het effect daarvan is volgens hem “relatief gering”.

Dit soort patronen ontdekte hij keer op keer. Op nationale schaal zou het gaan om drie tot vijf procent van de stemmen. Hij waarschuwt dat deze afwijking van doorslaggevende betekenis kan zijn bij de presidentsverkiezingen in november 2012. Weliswaar zijn de Amerikanen nu gewend aan een zwarte president, schrijft hij, maar anders dan in 2008 heeft Obama nu niet de wind mee. De Republikeinen kregen destijds de schuld van de barre economische omstandigheden en de uitzichtloze oorlogen, nu is het Obama die zich moet verantwoorden voor de problemen. Een aantal procenten verlies wegens racistische gevoelens kan de president zijn herverkiezing kosten, denkt Stephens-Davidowitz.

‘Negers’ zoeken in Nederland

Passen we dit onderzoekstrucje toe op Nederland, dan scoren Flevoland en Zeeland aanmerkelijk hoger op regionale interesse in ‘negers’ dan andere provincies. Respectievelijk 100 en 99 punten in de afgelopen twaalf maanden, terwijl de derde plaats door Groningen wordt ingenomen met 80 punten. De top-3 populairste ‘neger’-zoekopdrachten zijn ‘grote neger’, ‘dikke neger’ en ‘brabo neger’ (een typetje van PowNews dat de draak steekt met kleurgenoten). Op plaats 5 en 8 staan ‘neger moppen’ en ‘neger grappen’. Ook wordt er veelvuldig gezocht op ‘zwarte neger’.

Het is niet eenvoudig hier conclusies uit te trekken, aangezien de specifieke zoekopdrachten in connotatie verschillen. Herkenbaarder is het sociale patroon in meer onschuldige Google-analyses: het afgelopen jaar zochten de Zeeuwen veel naar ‘strand’, terwijl de Friezen met de zoekopdracht ‘Elfstedentocht’ aan kop gingen.

    • Steven de Jong