Falende ouder mag niet opnieuw kinderen krijgen

Ouders die de verantwoordelijkheid voor hun kind niet kunnen dragen, mogen toch weer zwanger worden – met veel leed tot gevolg. Hoe lang duurt het nog totdat er eindelijk regels komen, vraagt Maya Lievegoed, zelf kind uit een pleeggezin, zich af.

De EO zond vorige week een documentaire uit over een zwakbegaafd stel dat een baby verwachtte. Dit kind was al voor zijn geboorte onder toezicht geplaatst. Ook was er het bericht dat de kinderbescherming drie te dikke kinderen onder toezicht had laten plaatsen.

Falend ouderschap, en hoe hiermee om te gaan, is een terugkerend punt van discussie in de media en politiek. Zo vraagt Christel Jansen met haar boek De woonschool aandacht voor de kwestie. Hoofdpersoon Suzanne Jonkers, die als enig normaal begaafd kind opgroeide tussen zwakbegaafde ouders, broers en zussen, stelt dat „mensen geen kinderen meer mogen krijgen als bewezen is dat ze het niet aankunnen”. Vorig jaar toonde hoogleraar jeugdrecht Paul Vlaardingerbroek zich al voorstander van verplichte anticonceptie voor ongeschikte ouders.

Twee maanden geleden pleitten deskundigen uit de jeugdzorg, de psychiatrie en de rechterlijke macht voor regelgeving. Toch geeft de politiek geen navolging aan deze oproepen. Enkele jaren geleden maakte voormalig Kamerlid Marjo van Dijken (PvdA) zich nog wel hard voor het instellen van een maatregel om falende ouders tijdelijk of voorgoed het recht op een volgend kind te ontzeggen – de zogeheten tijdelijk-niet-opnieuw-maatregel – maar steeds verstomt de discussie en verschuift het onderwerp naar de achtergrond.

Intussen is het wachten op nieuwe familiedrama’s. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam kwamen op ruim 160.000 kinderen die in 2005 slachtoffer van mishandeling waren geweest. Het aantal dode kinderen ten gevolge van kindermishandeling wordt geschat tussen de 50 en 85 per jaar. De kosten voor de samenleving ten gevolge van kindermishandeling werden voor 2003 geschat op 900 miljoen euro.

Deze werkelijkheid staat in schril contrast met het Verdrag inzake de rechten van het kind, dat stelt: „Erkennende dat het kind, voor de volledige en harmonische ontplooiing van zijn of haar persoonlijkheid, dient op te groeien in een gezinsomgeving, in een sfeer van geluk, liefde en begrip.”

Als oplossing worden kinderen van falende ouders in toenemende mate uit huis geplaatst. Zelf ben ik op tweejarige leeftijd uit huis geplaatst. Ik ben dus bekend met alternatieve zorg. De inzet van institutionele zorg en pleegzorg is onvermijdelijk, maar niet wenselijk. Emotionele en gedragsproblemen komen bij pleegkinderen meer voor dan bij kinderen die opgroeien in hun natuurlijke milieu. Bovendien toont recent onderzoek aan dat kinderen die opgroeien in een institutionele instelling of pleeggezin drie tot vier keer vaker het slachtoffer worden van seksueel misbruik dan kinderen die thuis wonen.

Waarom mogen ouders dan toch méér kinderen krijgen als een rechter eerder heeft beoordeeld dat ze niet in staat zijn de verantwoordelijkheden te dragen die horen bij het ouderschap? Er zijn toch ook gerechtelijke maatregelen voor delinquenten die moeten voorkomen dat ze in herhaling vallen? Door een veroordeelde bijvoorbeeld zijn werkbevoegdheid te ontnemen, wordt de maatschappij beschermd tegen mogelijke recidive.

De tijdelijk-niet-opnieuw-maatregel is te verwezenlijken door de vrouw te verplichten tot het halen van de prikpil bij een arts. Als zij weigert, is tijdelijke inbewaringstelling een mogelijkheid. Deze regel zou een beperkte geldingsduur moeten hebben, bijvoorbeeld één jaar. Daarna toetst de rechter de situatie opnieuw.

Het preventieve karakter van deze maatregel lijkt in tegenspraak met diverse artikelen in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, maar verdragslanden kunnen tot op zekere hoogte inbreuk maken op een aantal grondrechten. Dit is mogelijk als zo’n inbreuk nodig is vanwege een groter ander belang, als de inbreuk niet groter is dan nodig en als er geen andere middelen openstaan om hetzelfde doel te bereiken. Bovendien stelt het Verdrag inzake de rechten van het kind dat „het kind op grond van zijn lichamelijke en geestelijke onrijpheid bijzondere bescherming en zorg nodig heeft, met inbegrip van geëigende wettelijke bescherming, zowel voor als na zijn geboorte”.

Zoals Kamerlid Van Dijken eerder bepleitte, dient de maatregel alleen te worden toegepast op individuele gevallen en niet op bepaalde groepen. Het instellen van een IQ-grens is bijvoorbeeld onwenselijk. Iedereen heeft het recht om ouder te worden en moet dit recht behouden totdat falend ouderschap gerechtelijk is vastgesteld.

Ik vind het daarom vreemd dat een kind, op advies van hulpverleners, al bij de ouders kan worden weggehaald als het pas een paar dagen oud is, zoals gebeurde bij baby Hendrikus in 2008, of al onder toezicht wordt geplaatst terwijl het kind nog niet geboren is. Als een rechter eenmaal heeft bepaald dat ouders de verantwoordelijkheid van een kind niet kunnen dragen, mogen ze vervolgens daarentegen toch weer een kind verwekken – met kans op nieuw leed.

Ik mag ervan uitgaan dat de jarenlange politieke passiviteit voor het instellen van een tijdelijk-niet-opnieuw-maatregel niet voortkomt uit de angst om de vingers te branden aan deze gevoelige kwestie, maar gebaseerd is op de complexiteit van de maatregel.

Maya Lievegoed (24) is voormalig pleegkind, schrijfster van de autobiografie Zusje van mijn zusje en redactielid van Mobiel, tijdschrift voor pleegzorg.

    • Maya Lievegoed