Europese curatele voor Spaanse banken is slechts eerste stapje

Europese bankexperts waarschuwden al jaren voor de risico’s van Spaanse banken, die politici als hun speeltjes beschouwden. Nooit wilde Spanje aan Europa inzicht geven in de risico’s. De noodlijdende Spaanse staat kan de banken zelf niet redden. Nu Europa bijspringt met een bedrag tot 100 miljard euro, komt een Europese bankenunie dichterbij.

Een formele bankunie is het nog niet. Maar met het onder curatele plaatsen van de Spaanse bankensector – het prijskaartje kan oplopen tot 100 miljard euro – is er wel weer een stapje gezet in de financiële integratie van Europa. Met de nadruk op stapje. Want, waarschuwen velen, het is nog niet genoeg.

Met pijn en moeite hebben de eurolanden Spanje zaterdag zover gekregen zijn banksector onder Europese curatele te plaatsen.

Al jaren waarschuwen bankexperts in Brussel dat Spaanse spaarbanken de eurozone kunnen destabiliseren. Niet omdat ze wisten hoeveel rommel er in die cajas zat, maar omdat ze het níet wisten. Die banken, de speeltjes van politici, hadden zwaar geleend aan Spaanse bouwbedrijven. Toen de bouwbubbel barstte, sloegen de Brusselse bankexperts meteen alarm. Achter de schermen oefenen zij sindsdien druk uit op de Spaanse regering om hen zicht te geven op de schade. Madrid weigerde. Spanje was een soevereine staat, deze banken waren nationaal – pottenkijkers waren niet welkom. De Spaanse toezichthouder gaf Europese collega’s nauwelijks informatie. Ook de Europese toezichthouder kwam er niet in. De man heeft nooit macht gekregen om te handelen als een ‘firma binnen zonder kloppen’: elk land is te bang dat die toezichthouder op een dag in zíjn achtertuin staat.

Dus wachtte de rest van Europa lijdzaam op de klap – in de volle wetenschap dat die klap hen allen, én de euro, in dit vergevorderde stadium van de crisis fataal kon worden. Als een Spaanse bank ging schuiven, moest de staat die bank overeind houden. Maar de staat was op de knieën gedwongen door beleggers vanwege zijn begrotingstekort. Een groot bankfaillissement kon Spanje nekken. Dat zou de eurozone dwingen om na Griekenland, Ierland en Portugal een economische gigant overeind te houden. ,,De Spanjaarden verzekeren dat ze de banken saneren,’’ zei een betrokkene rond de jaarwisseling, toen velen wilden geloven dat de crisis voorbij was. ,,Maar ze doen het niet goed genoeg. Dit gaat keihard exploderen.’’

Die explosie werd ingeleid door de Griekse verkiezingen, begin mei. Die maakten beleggers, na enige rustige maanden, bloednerveus. Ze verkochten staatsobligaties uit Spanje en Italië en staken de cash in noordelijk staatspapier. De gedumpte obligaties werden opgekocht door Spaanse banken. Niemand anders wilde ze hebben voor een zacht prijsje. Ofwel: het werd zo duur voor Spanje om geld te lenen, dat het land bij zijn eigen banken leende. Omdat Spaanse staatsobligaties steeds minder waard worden, is zoiets een kiss of death. ,,Voodoo-economie’’, noemt Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz dat. De staat en de banken raakten hopeloos verstrengeld.

Eerste slachtoffer van de Griekse turbulentie was Bankia, in mei. Er moest staatsgeld in. Omdat dit de eurocrisis zou verhevigen, stelden sommige landen voor het noodfonds EFSF direct aan Spaanse banken te laten lenen, zonder tussenkomst van de Spaanse staat. Zo zou de staatsschuld niet stijgen en werd de link tussen staten en banken gebroken. Spanje was blij maar Duitsland blokkeerde dit. Zomaar een kredietlijn openen, vreesde Berlijn, was een gevaarlijk precedent. Dan kun je moeilijk voorwaarden stellen. Door nee te zeggen wilde Duitsland Spanje dwingen Europese en IMF-inspectie toe te laten in de Spaanse banksector. Deze blufpoker tussen grote landen duurde tot vorige week. Spanje stond zwakker, maar Duitsland wilde (gesteund door Nederland) de boel per se afhechten vóór de nieuwe Griekse verkiezingen op 17 juni. Als de Grieken hun euro-steunprogramma zouden verscheuren en Spaanse banken wankelden nog – dan dreigde een catastrofe. Het laatste Duitse bod aan Madrid luidde: als jullie niet vóór de 17e leningen voor banken van het noodfonds accepteren, en wel via de Spaanse staat, dan krijgen jullie een complete, vernederende reddingsoperatie à la Griekenland, Ierland en Portugal. Dan zou Europa de banken én de staat onder curatele stellen. Spanje knipperde eerst.

Eindelijk kunnen Europese en IMF-experts Spaanse banken in om te helpen saneren. Hoeveel tijd ze hebben, weet niemand. Vorige week ‘vond’ een auditor in een bank een stapel onbetaalde rekeningen ter waarde van tientallen miljarden, waar iedereen overheen had gekeken. Lijken kunnen bij bosjes uit de kast vallen. En niet alleen in Spanje. Europese bankexperts die Griekenland en Ierland helpen de banken op te breken, treffen bizarre toestanden aan.

Beter bewijs dat nationale bankzaken heel Europa aangaan, is er niet. Uitgerekend afgelopen weekend werd de eerste versie geschreven van een rapport dat moet leiden tot een Europese bankunie. Staat en banken moeten verder worden gescheiden, staat daarin. Europees president Van Rompuy, ECB-president Draghi, Commissievoorzitter Barroso en eurogroepvoorzitter Juncker presenteren het rapport op 28 juni aan de regeringsleiders. Voor velen luidt de vraag niet meer of de bankunie er komt, maar hoeveel tijd de regeringsleiders rest om die op te zetten. De Griekse verkiezingen, zondag, zullen hen daar zeker een indicatie van geven.